Kamer: help textielbedrijven die China willen verlaten

Katoenplukkers in China. Foto AFP Frederic J. Brown
Katoenplukkers in China. Foto AFP Frederic J. Brown

De Nederlandse overheid moet katoen- en textielbedrijven aanmoedigen en helpen om zo snel mogelijk te vertrekken uit China, zolang daar gebruik wordt gemaakt van Oeigoerse dwangarbeid. Dat willen GroenLinks, PvdA en regeringspartijen D66 en ChristenUnie woensdag voorstellen aan minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) tijdens de behandeling van haar begroting.

Volgens het voorstel, dat ook positief is ontvangen door CDA en de SP, moeten de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) en Nederlandse ambassades en consulaten „actief voorlichting en advies geven over de mogelijkheden om ketens te verleggen naar andere landen”. „Het is een beetje de nucleaire optie”, zegt initiatiefnemer Tom van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks). „Maar we hebben met z’n allen geconstateerd dat de mensenrechtendialoog met China niet werkt.”

Lees ook: forse kritiek op China om behandeling Oeigoeren

Vorige week werden in de Tweede Kamer twee dagen lang hoorzittingen gehouden over de Oeigoeren, een islamitische minderheid die in China wordt onderdrukt en gëinterneerd. De door de Kamerleden gehoorde bedrijven en ondernemers deden dit anoniem en achter gesloten deuren, uit vrees voor Chinese represailles. Experts vertelden dat er een groot risico is dat garen, textiel en kledingstukken van Chinese herkomst aan Oeigoerse dwang- en gevangenisarbeid kan worden gelinkt, omdat 84 procent van de Chinese katoen uit de noordwestelijke regio in China komt waar de Oeigoeren veelal leven. Die regio is goed voor 20 procent van de wereldwijde katoenproductie. Het gebied is ook een grote producent van kasjmier.

Tijdens de hoorzittingen is gebleken dat bedrijven gewoon stuklopen in China”, zegt Van den Nieuwenhuijzen. „Ze vragen aan ons: moeten we blijven en bijdragen aan een slechte situatie of moeten we weg?” Veel kleding- en textielbedrijven proberen zich aan het ‘Convenant Kleding en Textiel’ te houden, maar geven zelf aan dat deze vrijwillige afspraken geen indruk maken in China. Zij geven zelf aan dat een hardere Nederlandse opstelling het voor hen ook makkelijker zou maken om eisen te stellen aan arbeidsomstandigheden. Volgens Van den Nieuwenhuijzen zijn er ook genoeg andere landen waar landen voor hun katoen terechtkunnen, zoals India, de Verenigde Staten, Brazilië en Pakistan. De overheid kan helpen bij het maken van die overstap.

Lees ook het interview met minister Blok over zijn kijk op de Nederlandse diplomatie

Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) zei onlangs in een interview met deze krant dat de Nederlandse economische kracht het belangrijkste wapen en het ,,fundament” is van de Nederlandse diplomatie en „agendering van gevoelige onderwerpen” mogelijk maakt. Ook wat betreft Van den Nieuwenhuijzen heeft praten „als het helpt” altijd de voorkeur, maar in het geval van China kijkt het Westen al jaren tegen „een middelvinger” aan.

In het voorstel, dat woensdag in verschillende moties zal worden verwerkt, wordt verder gepleit voor meer Europese (diplomatieke) actie richting China en sancties tegen personen die aantoonbaar betrokken zijn bij de onderdrukking van Oeigoeren. Verder wordt er verzocht meer publieke inzage in douanegegevens in Nederland en de EU in het algemeen te verschaffen, zodat misstanden ook eerder opgespoord kunnen worden. Het begrotingsdebat met Kaag moest vorige maand worden uitgesteld nadat de minister in de buurt was geweest van iemand van corona.