‘Ank de tank’ begon energiek, maar strandde in stroperigheid

Defensie Na jaren van bezuinigingen op de krijgsmacht kon Ank Bijleveld weer geld uitgeven. Dit betekende niet dat ze alles weer op orde kreeg. Daar zijn miljarden voor nodig – en zoveel geld is er niet.

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) tijdens de presentatie van de Defensievisie 2035.
Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) tijdens de presentatie van de Defensievisie 2035. Foto Bart Maat/ANP

Het was een begin zoals vele voorgangers dat hadden gewenst: bij haar aantreden als minister mocht Ank Bijleveld (CDA) weer geld uitgeven aan defensie, nadat decennia op de krijgsmacht was bezuinigd. „Het kabinet zal de investeringen in Defensie flink opvoeren”, schreef het kabinet in het regeerakkoord. Dat werd uiteindelijk 1,5 miljard euro per jaar extra.

Dat was hoognodig. Militairen omschreven hun eigen krijgsmacht als een organisatie die met plakband aan elkaar hing. Materieel was aan vervanging toe. Militaire missies konden alleen blijven draaien ten koste van de thuisblijvers: om in het buitenland te kunnen opereren, waren soms reserve-onderdelen nodig van materieel waarmee in Nederland werd geoefend – waardoor de trainingsschema’s thuis tot stilstand kwamen.

Met de belofte van extra geld begon Ank Bijleveld (58) voortvarend. De doorgewinterde politica, die op haar 27ste de Tweede Kamer in kwam, werd gezien als een doener. Haar bijnaam: ‘Ank de tank’. Maar in het stroperige ministerie kwam haar daadkracht langzaam tot stilstand.

Weer in uniform op straat

In het voorjaar van 2018 presenteerde Bijleveld samen met staatssecretaris Barbara Visser (VVD) de Defensienota. Daarin werd duidelijk ingezet op een warmere relatie tussen krijgsmacht en maatschappij. Zo mochten militairen weer in uniform over straat en bleven kazernes die gesloten zouden worden, toch open.

Het herstel van vertrouwen van het defensiepersoneel in hun eigen organisatie is „misschien wel de belangrijkste uitdaging de komende jaren”, zei Bijleveld bij de presentatie.

Intern was het moreel laag, na jaren van kaalslag. Niet alleen waren kogels en tanks wegbezuinigd, maar ook opleidingen en trainingen van personeel. Militairen zaten met gebrekkige uitrustingen en fundamenteler: met zorgen over hun eigen veiligheid.

Dodelijk ongelukken in Mali en op een schietbaan in Ossendrecht hadden laten zien dat Defensie de veiligheid van de eigen mensen niet altijd waarborgt.

De titel van de nota was Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid. Die zichtbaarheid is gelukt, zegt Anne-Marie Snels, voorzitter van militaire vakbond AFMP. „Maar de personele problemen zijn niet opgelost: er zijn nog altijd ruim negenduizend vacatures. Zonder goede arbeidsvoorwaarden kiezen mensen uiteindelijk niet voor de krijgsmacht.”

Ook de slagkracht van defensie, „blijft een zwakke plek”, zegt Dick Zandee, defensie-expert bij Instituut Clingedael. Hij verwijst naar de NAVO, die Nederland onlangs voor de derde keer waarschuwde dat vooral de slagkracht van de landmacht niet op orde is. „En de huidige plannen voorzien niet om daar iets aan te doen”, zegt hij. „Nederland blijft zeggen dat de NAVO de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid vormt, maar we komen onze verplichtingen niet na. Dat is ernstig.”

En dat terwijl de wereld gestaag verandert. De Russische dreiging nam toe sinds het land in 2014 de Krim annexeerde. Cyberaanvallen en desinformatie spelen een grotere rol en er zijn zorgen over groeiend jihadisme in de Sahel. Onder invloed daarvan wendt Nederland zich ook nadrukkelijker tot Europa om de eigen veiligheid te waarborgen.

Dochter van een militair

Als dochter van een militair, zoals ze zelf vaak benadrukt, voelde Bijleveld een band met de krijgsmacht. Een organisatie die is gebouwd op geheel eigen mores en principes – geen enkele andere werkgever leidt zijn mensen immers op om te doden of gedood te worden.

Het zorgt voor een naar binnen gerichte cultuur, zeer gesloten en met eigen rites, zoals een onderzoekscommissie concludeerde. Daarbinnen heeft Bijleveld de reputatie toegankelijk te zijn en daarmee nam ze mensen voor zich in.

Staatssecretaris Visser kreeg de moeilijke dossiers: personeel en materieel. Maar Bijleveld kreeg een onvoorzien dossier op haar bord: in 2015 waren er door toedoen van een Nederlandse luchtaanval zeker zeventig burgerdoden gevallen in de Iraakse stad Hawija, bleek uit onderzoek van NRC en NOS.

Dat bleek de echte vuurdoop voor de minister. Ondanks haar jarenlange ervaring slaagde zij er niet in de Kamer gerust te stellen in de vier debatten erover. Ze werd geconfronteerd met de hardnekkige cultuur van toedekken binnen haar ministerie en moest het antwoord op fundamentele vragen schuldig blijven.

Wat laat Bijleveld straks na? Vorige maand presenteerden zij en Visser de Defensievisie 2035. Een ambitieus document vol vergezichten over hoe de krijgsmacht er over vijftien jaar uit moet zien. „Het probleem is dat alles daarin wordt gezien als dreiging”, signaleert militair historicus Christ Klep. „Hoe kun je dan focussen? Het ministerie van Defensie ís al een olietanker, zonder het maken van keuzes is het stuurloos.”

Het prijskaartje: 17 miljard euro. „Interessant, maar totaal buiten de werkelijkheid”, zegt Klep. „Iedereen weet dat dit bedrag er niet gaat komen.”

„Indrukwekkend”, meent ook Zandee. „Alleen wordt de belangrijkste vraag, namelijk wat dan prioriteit moet krijgen, niet beantwoord. Die wordt, zoals altijd, doorgeschoven naar het volgende kabinet.”

Lees ook: Hoe Nederland met ondeugdelijke informatie de strijd met IS aanging