Testen op het coronavirus in het internationale laboratorium van Eurofins.

Foto’s David van Dam

Het testbeleid van de minister: te laat, te traag en niet goed doordacht

Reconstructie Door een tekort aan testcapaciteit raakte de overheid, ook in de nazomer, het zicht op de verspreiding van het coronavirus kwijt. Pas toen het al misging zocht de overheid hulp bij labs die zij eerder links liet liggen. Maar toen was het al te laat om de tweede golf nog te kunnen keren.

De auto van minister Hugo de Jonge draait als laatste het bijna lege parkeerterrein P6 van luchthaven Rotterdam op. In een hoek van de asfaltvlakte sleutelen tientallen mannen, op deze zonnige maar koude 6 november, met bouwhelmen en in korte broek aan wat op nu nog op een enorme ingezakte metalen tent lijkt. Over vier weken kunnen duizenden mensen per dag zich hier door militairen op corona laten testen.

Kort na zijn aankomst staat de minister voor de microfoons van de pers. Benen uit elkaar, borst naar voren, armen naar achteren en een zelfverzekerde glimlach op het gebruinde gezicht.

De Jonge vertelt hoe belangrijk testen is om het coronavirus in de gaten te houden, hoe daardoor de economie kan blijven draaien. Hoe trots hij is op het gezamenlijke initiatief van werkgevers, GGD’s en het Rijk om straks met deze en andere grote teststraten in het land ook sneltesten voor dat doel te gaan inzetten.

Het is zeven maanden nadat allerlei grote labs tevergeefs hun diensten aanboden om de Nederlandse testcapaciteit voor corona te verhogen. Drie maanden nadat de eerste GGD’s hun bron- en contactonderzoek wegens overbelasting beperkten. Tien weken nadat in heel Europa sneltesten op de markt kwamen. Meer dan zes weken nadat dagelijks meer dan tienduizend mogelijke coronadragers soms dagen moesten wachten om een testafspraak te maken omdat er te weinig laboratoriumcapaciteit was.

De Jonge verkoopt de late bouw van deze grote teststraten als een staaltje tijdige daadkracht. Maar de capaciteit om tienduizenden tests per dag méér te doen, had Nederland al maanden geleden kunnen hebben.

Dat blijkt uit gesprekken met meer dan twintig betrokkenen uit de ambtelijke, medische en zakelijke wereld, interne en publieke documenten en mailwisselingen tussen verschillende partijen. Omdat ze allemaal afhankelijk zijn van goede relaties met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) willen deze mensen anoniem blijven.

Door ambtelijk en politiek gebrek aan kennis en doortastendheid, een succesvolle lobby van ziekenhuislabs en het niet voldoende incalculeren van tegenslagen en onverwachte ontwikkelingen, analyseren zij, bleek de Nederlandse testcapaciteit niet alleen bij de eerste golf maar óok in de eerste maanden van de tweede golf ontoereikend.

Lees ook: Hoe Nederland de controle verloor: De corona-uitbraak van dag tot dag

In het voorjaar leidde de onbenutte testcapaciteit tot onopgemerkte verspreiding van corona, onder meer in de zeer kwetsbare verpleeghuizen. In de zomer droeg het gebrek aan tests bij aan iets wat iedereen wilde voorkomen: de tweede golf. Lange wachttijden leidden tot een afnemende testbereidheid bij burgers. En tot de opkomst van commerciële teststraten, waarvan de kwaliteit onzeker is en die cijfers over positieve tests niet altijd doorgeven aan GGD’s.

Pas toen het misging, begonnen de ambtenaren van Hugo de Jonge in rap tempo voor 317 miljoen euro aan buitenlandse testcapaciteit in te kopen. Bij dezelfde labs die ze in de maanden daarvoor afwezen.

HOOFDSTUK 1
Geen testfabriek

Als infectieziektebestrijders in februari het coronavirus richting Europa zien komen, weten ze dat de eerste Nederlandse coronapatiënt een kwestie van tijd is. Wat dan moet gebeuren is duidelijk: verdachte gevallen zo snel mogelijk testen om uitbraken in kaart te brengen en in te dammen.

Dat testen zal gebeuren in de medisch microbiologische laboratoria van een aantal grote ziekenhuizen. Waar anders? Ze behoren tot de beste van de wereld. Ervaren microbiologen hebben er de leiding over gespecialiseerde teams, waar in de rest van de wereld soms jaloers naar wordt gekeken. In weinig andere landen wordt de microbiologische diagnostiek – het vinden van infectieziektes bijvoorbeeld – zó gespecialiseerd en zó kleinschalig, vaak middenin het ziekenhuis, uitgevoerd.

Die kleinschaligheid is een voordeel, vinden veel arts-microbiologen die aan het hoofd van deze labs staan. Het levert hoge kwaliteit op. Argwanend kijken ze soms naar Duitsland, waar een aantal grote laboratoria soms tientallen ziekenhuizen en andere klanten tegelijk bedienen – testfabrieken vinden ze dat.

Ook als corona de grens oversteekt, staan de ziekenhuislabs vooraan. Zij hebben de contacten en contracten met de GGD’s, die verantwoordelijk zijn voor de regionale epidemiebestrijding. Maar al snel blijkt dat ziekenhuislabs niet opgewassen zijn tegen de snelheid waarmee het virus zich verspreidt.

Argwanend kijken micro-biologen soms naar Duitsland, waar een aantal grote laboratoria soms tientallen ziekenhuizen en andere klanten tegelijk bedienen – testfabrieken vinden ze dat.

Minister De Jonge en ambtenaren van zijn ministerie zoeken eind maart in grote haast naar manieren om de testcapaciteit te vergroten – de lockdown die dan geldt zal niet eeuwig duren – en niet iedereen kan thuis werken. De wereld van medische laboratoria kennen ze amper. Infectieziektebestrijding is iets van de GGD’s en het RIVM. En daar komt bij: VWS is een beleidsministerie. Zij schrijven de regels, anderen voeren die uit.

De Jonge heeft kennis van buiten het ministerie nodig en plaatst begin april twee prominente medisch-microbiologen op sleutelposities. Een logische stap, zeggen ook latere critici. Er is eenvoudig geen tijd om het helemaal zelf te doen. Het zijn chaotische dagen, de situatie verandert van uur tot uur.

De medisch-microbiologen spelen een belangrijke rol in de pogingen van VWS een logistiek systeem op te zetten voor grootschalig testen; een directe bedreiging voor de wereld van kleinschalige, gerichte patiëntendiagnostiek die ze koesteren en beschermen. Daaruit ontstaat het Landelijk Coördinatieteam Diagnostische Keten (LCDK), dat de testcapaciteit moet inventariseren en schaarse testmaterialen en monsters van de patiënten verdeelt over de ziekenhuislabs.

In de maanden daarna zien betrokkenen hoe het testbeleid van het ministerie overlapt met de standpunten en belangen van de ziekenhuislabs en de medisch-microbiologen.

Vriendelijk bedankt

Op 2 april, laat op de avond, mailt een medewerker van HollandBio uitstekend nieuws naar een ambtenaar van VWS. De belangenvereniging van biotechnologische bedrijven heeft haar leden gevraagd wie capaciteit heeft de PCR-tests te draaien, de reguliere test waarmee corona wordt gemeten.

De inventarisatie heeft een mogelijke capaciteit van zestigduizend PCR-tests per dag opgeleverd. Het is vier keer zoveel als de veertienduizend dagelijkse coronatesten die de 45 ziekenhuislabs op dat moment kunnen uitvoeren. En het is allemaal in Nederland.

Hugo de Jonge heeft dan net aangekondigd dat hij het testbeleid flink wil verruimen. De minister zal wel blij zijn, denken ze bij HollandBio. Maar meer dan een vriendelijk bedankje van een betrokken ambtenaar komt er niet. Na de nodige telefoontjes aan VWS laat een ambtenaar op 10 april weten dat de hulp van de biotechbedrijven niet nodig is. Er is inmiddels genoeg capaciteit bij de ziekenhuislabs.

Dat is die week ook de boodschap van De Jonge aan de Kamer: „De inzet van apparaten en/of laboratoria van bedrijven en onderzoekinstellingen [...] lijkt niet urgent.” De minister schrijft ook: „Ik monitor de situatie nauwlettend en tref voorbereidingen om – indien nodig – extra laboratoriumcapaciteit als backup gereed te hebben, zodat de testcapaciteit geen beperkende factor vormt.” Van die voorbereidingen, zo zal een paar maanden later blijken, komt weinig terecht.

Dat er begin april genoeg testcapaciteit is, komt vooral doordat De Jonge het testbeleid maar in kleine stapjes verruimt – ondanks de roep uit alle hoeken van de samenleving om dat sneller te doen. Als er weinig getest wordt, is er ook weinig capaciteit nodig.

Verpleeghuizen, waar personeel ziek wordt en bewoners sterven, bellen eind maart in wanhoop naar de GGD’s, maar krijgen te horen dat ze volgens de richtlijnen niet voor een test in aanmerking komen, net als medewerkers van thuiszorgorganisaties.

Sneller opschalen kan niet, schrijft De Jonge aan de Kamer. Er is simpelweg een gebrek aan testmaterialen voor de machines waarmee ziekenhuislabs hun tests doen.

Voor de andere labs die zich vergeefs bij VWS melden om te mogen testen, is de gang van zaken onbegrijpelijk. Waarom worden zij dan niet ingezet? Zij werken vaak met andere machines, testen in het buitenland waar minder schaarste is, of kunnen via eigen kanalen aan materiaal komen. Maar hoewel ze regelmatig contact zoeken met VWS, horen ze meestal niets terug.

Al snel merken ze dat de invloed van ziekenhuislabs een grote rol speelt. De kritiek die prominente medisch-microbiologen zowel openlijk als binnenskamers uiten over labs ‘van buiten’, en hun afwijzing van testen in grote centrale labs, heeft zich genesteld in de gedachten en het beleid van de minister en zijn ambtenaren.

Lees ook: ‘We hebben de hele crisis moeten improviseren’

Uit een intern stuk van VWS, door Follow the Money openbaar gemaakt, blijkt dat de door HollandBio aangedragen dagelijkse capaciteit van zestigduizend PCR-tests niet serieus wordt genomen, met argumenten die rechtstreeks uit de koker van de ziekenhuislabs komen. Omdat het gaat om laboratoria die geen ervaring met medische diagnostiek hebben, maar bijvoorbeeld testen voor voedselveiligheid, worden ze terzijde geschoven.

Een onzinnige redenering, vinden betrokkenen in de biotechwereld: grootschalig testen op corona heeft niets te maken met een medische diagnose. Testen op corona is eigenlijk alleen voor ziekenhuispatiënten deel van een behandelplan. Het merendeel van de testen is bedoeld om de verspreiding van het virus te remmen. Je hoeft dus alleen te weten of iemand postief of negatief test, meer niet.

Zo ja, dan moet hij thuisblijven, en krijgen contacten een telefoontje van de GGD of ze zich ziek voelen. Zo haal je besmette mensen uit de maatschappelijke omloop. Zeker als de beperkende maatregelen versoepeld worden, is dat essentieel: er worden nieuwe uitbraken mee ingedamd of zelfs voorkomen.

Ecofins bouwt het grootste coronatestlaboratorium van Nederland. Foto’s David van Dam

Maar ook labs die wél patiëntendiagnostiek uitvoeren, blijken niet gewenst. Zoals U-Diagnostics, een huisartsenlab waarvan bijna de hele normale omzet door corona wegvalt. Patiënten mijden de huisartsenpraktijken massaal. Het lab meldt zich eind maart bij VWS met de mogelijkheid meer dan vijfduizend coronatests per dag te doen. Zo kunnen ze hun zaak redden en iets voor de maatschappij doen. Maar ze ontmoeten vooral weerstand en tegenwerking.

Eurofins, een international consortium van labs, zoekt eind april een paar keer contact met het LCDK. Zij zouden ook wel grootschalige capaciteit voor Nederland willen opzetten, maar krijgen geen reactie.

Andere landen voeren hun testcapaciteit wel in hoog tempo op. Denemarken bijvoorbeeld, met een derde van de Nederlandse bevolking, zet in april een nationaal testcentrum op met een capaciteit van twintigduizend dagelijkse tests.

Het land test dan al meer dan twee keer zoveel op corona per inwoner als Nederland. In juni is dat verschil opgelopen: dan test Denemarken inmiddels ruim vier keer zo veel. Aan schaarste van materialen, de verdediging die De Jonge graag gebruikt, ligt het dus niet. Ook Denemarken kampt daarmee.

Wat wel verschilt, is de regie van de overheid, zien labs en leveranciers die in verschillende landen werken. Denemarken bouwt een systeem dat speciaal bedoeld is om massaal te testen: een groot centraal lab, met lokale en zelfs mobiele teststraten. In andere landen bellen regeringsleiders met leveranciers van testmaterialen, en worden er direct grote orders geplaatst. In Nederland loopt elk initiatief vast in overleggen en mailwisselingen met ambtenaren, omdat de overheid half de leiding neemt, maar niet echt.

Zo blijft De Jonge aanmodderen met een gefragmenteerd systeem dat leunt op vijftig meestal kleine ziekenhuislabs, met allemaal hun eigen werkwijze en vaak beperkte capaciteit – een systeem dat nooit voor grote aantallen tests is bedoeld. En weten labs na maanden nog niet wie nou eigenlijk de boel runt: ambtenaren van VWS, het clubje dat onder leiding van de medisch microbiologen logistieke hulp verleent, of de GGD’s.

HOOFDSTUK 2
De modus operandi van VWS

Moeten we niet méér doen, vraagt Feike Sijbesma rond eind mei in overleggen met ambtenaren van VWS. De voormalig topman van chemieconcern DSM is eind maart als ‘speciaal gezant’ door De Jonge aangetrokken om via zijn connecties in de internationale zakenwereld met de testcapaciteit te helpen – waarbij hij wordt ondersteund door tientallen door VWS ingehuurde consultants van McKinsey.

Het RIVM heeft dan net een testprognose gemaakt. Door jaarlijkse toename van luchtwegklachten in het najaar zal de vraag om coronatesten volgens het RIVM vanaf het eind van de zomer gaan oplopen: van 38.574 in september tot 69.000 in december.

Het is, zoals het RIVM schrijft, een ‘realistisch scenario’. Maar ook een met „onzekerheden die onvoorspelbaar zijn”. Toch gebruikt VWS de berekeningen niet als een onzekere schatting, maar als het „maximale scenario” waarop de uitbreiding van de testcapaciteit zich moet richten.

Volgens bronnen vraagt Sijbesma aan de ambtenaren of er hoger moeten worden ingezet, bijvoorbeeld op honderdduizend testen per dag. En dat al in het najaar, niet pas begin volgend jaar. Maar VWS besluit vast te houden aan de RIVM-prognose.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW biedt op 1 mei een plan aan bij het ministerie om met „flinke opschaling” van het testbeleid een tweede lockdown te voorkomen en zo de economie te beschermen. Er kunnen dan dagelijks zo’n zevenduizend mensen getest worden, VNO wil naar zeker zeventigduizend in het najaar. Met een rol voor grootschalige laboratoria. VWS besluit vast te houden aan de bestaande teststructuur. Dan nog wel.

Op papier is de opschaling voor het najaar snel geregeld. De aangesloten coronalabs kunnen samen nét voldoende leveren, als ze maximaal draaien en er geen tegenslagen zijn.

Diezelfde labs moeten volgens VWS ook de stijgende testvraag in het najaar aankunnen, door hun capaciteit op te rekken met extra voorraden, extra machines, extra personeel en verruiming van de openingstijden. Veel verder lijkt het denken begin juni niet te reiken.

Foto’s David van Dam

Als labs vragen wat ze moeten doen bij tegenvallers zoals kapotte machines, uitval van medewerkers, te weinig testmaterialen of een grotere testvraag, is het antwoord in een rondgestuurde ‘veelgestelde vragen’: de problemen vroegtijdig signaleren en gezamenlijk naar een oplossing zoeken. In nieuwe grootschalige labcapaciteit is VWS nog niet geïnteresseerd, zo blijkt als internationaal labnetwerk Eurofins zich in juni weer bij het LCDK meldt.

Want ambtenaren denken met een testtechniek die poolen heet in één klap genoeg capaciteit op te wekken voor de grote testsprong in het najaar. Hierbij moeten laboratoria meerdere monsters samenvoegen in één buisje voordat ze op corona worden getest. Bij een negatieve uitslag van zo’n samengesteld monster levert dat een grote besparing op van testcapaciteit. Bij een positieve uitslag worden de monsters in het buisje nog eens afzonderlijk getest.

Onder meer bloedbank Sanquin heeft die techniek al onder de knie en kan in korte tijd beginnen, laten ze VWS eind mei weten. Als alles werkt, zouden ze in de loop van de zomer hun capaciteit zo kunnen verdubbelen en op langere termijn zelfs kunnen verviervoudigen, naar dertigduizend tests.

Lees ook: Ook de commerciële tester moet zich aan de regels houden

Pooling is „essentieel om de benodigde testcapaciteit te realiseren” voor het najaar, zo schrijft VWS halverwege juli aan de coronalabs. Maar de techniek heeft één belangrijke beperking: zij werkt vooral als er weinig corona is. Anders moeten gepoolde monsters zo vaak worden hertest dat je toch geen materiaal bespaart. Het poolen moet daarom „zo snel mogelijk” worden opgestart, schrijft VWS. Maar na het inwinnen van juridisch advies schrijft het ministerie een aanbesteding uit, die pas op 4 november leidt tot een opdracht aan acht labs.

In de testwereld worden de manoeuvres van VWS met verbazing bekeken: veel urgentie straalt er niet vanaf.

Wat ook niet helpt is dat er op het ministerie een wisseling van de wacht plaatsvindt. Het contract met de inmiddels goed ingewerkte consultants van McKinsey, die de testlogistiek hebben opgezet, loopt af. Ook de beide topambtenaren die de belangrijke ambtelijke besluiten over corona namen, vertrekken. Zo verdwijnt op het ministerie in één keer een deel van de opgebouwde kennis, ervaring en contacten rond het testbeleid.

Zorgeloze zomer

In juni en juli leeft Nederland kort in de illusie van een bijna coronavrije maatschappij. Soms duiken er wat besmettingshaarden op, zoals na een feest in Goes of in een kroeg in Hillegom. In Amsterdam en Rotterdam lopen de cijfers op, maar echt ingegrepen wordt er niet. In de ziekenhuizen zijn nog maar amper coronapatiënten. En met bron- en contactonderzoek weet de GGD de brandhaarden vaak in te dammen. Dagelijks laten zo’n tien- tot vijftienduizend mensen zich testen, omdat ze klachten hebben. De testcapaciteit kan het aan.

Maar als het einde van juli nadert, breiden de brandhaardjes zich uit. Half juli worden in een week tijd zo’n vijfhonderd mensen positief getest, een maand later zijn het er vierduizend. En van de ene op de andere week, zo op het moment dat half augustus mensen terug zijn van vakantie en weer naar school en werk gaan, melden zich tienduizenden mensen méér dan een week eerder voor een coronatest.

Burgers die voor een test naar de GGD bellen, staan ineens lang in de wacht – als ze al iemand te pakken krijgen. Het komt door de tekorten, zeggen de labs.

Dit is het moment dat volgens De Jonge de ‘controlefase’ van de epidemie moet ingaan: kleine golfjes van corona-uitbraken, die door gericht testen en traceren ingedamd worden, zodat de samenleving niet weer op slot moet.

Nog steeds laten ongeveer evenveel Nederlanders zich testen als het RIVM voorspeld had. Maar nu het er elke week meer worden begint het testsysteem – cruciaal voor die indamming – direct te haperen.

HOOFDSTUK 3
Chaos in de testketen

In sommige ziekenhuislabs begint het met een machine die na maandenlang draaien ineens storingen krijgt. In andere labs wordt personeel ziek. Labs moeten zuinig aan doen omdat hun voorraad testkits door VWS niet snel genoeg kan worden aangevuld. Labs die volgens de modellen van VWS op 100 procent van hun kunnen moeten draaien, blijken in werkelijkheid structureel maar driekwart van die maximale capaciteit te kunnen leveren.

Burgers die voor een test naar de GGD bellen, staan ineens lang in de wacht – als ze al iemand te pakken krijgen. Het komt door de tekorten, zeggen de labs. De GGD’en en minister De Jonge zien nog iets anders: „pret-testers”, mensen die zich willen laten testen zonder dat ze klachten hebben, bijvoorbeeld omdat ze net terugkomen van vakantie en weer aan het werk gaan.

Nu zit het ministerie klem. Op papier was er genoeg testcapaciteit om de zomer door te komen. Maar nu eind augustus de voorspelde dertigduizend mensen zich daadwerkelijk dagelijks voor een coronatest melden, blijkt de capaciteit er eigenlijk helemaal niet te zijn. En overcapaciteit hebben De Jonge en zijn ambtenaren niet geregeld.

Nu zoekt VWS in grote haast contact met de labs van wie ze de aanbiedingen steeds hebben afgehouden: de buitenlandse ‘testfabrieken’. Bij U-Diagnostics, dat zich in juni via een kort geding invocht in de testmarkt, krijgen ze eind augustus een telefoontje van gezant Sijbesma: willen ze na hun slechte ervaringen nog voor VWS testen? Ook Eurofins krijgt na maanden aanbieden nu ineens wel geïnteresseerde reacties van ambtenaren. Of het lab misschien volgende week al duizenden tests per dag kan draaien?

Op 3 september kondigt minister De Jonge aan dat hij met U-Diagnostics en Eurofins deals heeft gesloten om de dagelijkse testcapaciteit „uiteindelijk” met bijna vijftigduizend te verhogen.

Zo gebeurt in rap tempo precies wat de ziekenhuislabs in het voorjaar wilden voorkomen: de komst van grote buitenlandse testfabrieken op de Nederlandse zorgmarkt.

Lees ook: Wanhopig probeert minister De Jonge het instortende testbeleid te redden

Maar de nieuwe labs zullen op het laatste moment ingekochte capaciteit niet direct kunnen leveren. Besmettingen lopen inmiddels over heel Europa op, andere landen hebben de overtollige testcapaciteit al opgesnoept.

Een telefoontje van het Utrechtse lab Saltro leidt daarom op het ministerie tot groot enthousiasme. Het lab zegt binnen een week een luchtbrug voor tienduizend tests per dag naar Abu Dhabi te kunnen opzetten. Daarmee zou De Jonges probleem in één keer opgelost zijn. Maar door zorgen over de privacy van patiëntengegevens zal het ministerie er na vijf weken onderhandelen toch van afzien.

Half september is het maken van een testafspraak vrijwel onmogelijk geworden. Wie belt, komt er amper door. Wie online een test wil afspreken, heeft geluk als hij een paar dagen later tientallen kilometers verderop terecht kan. Op 22 september zegt GGD-directeur Sjaak de Gouw in een briefing voor Kamerleden, dat dagelijks „zo’n 38.000 tot 39.000” mensen een coronatest aanvragen. Precies volgens de modellen van het RIVM, maar wel tienduizend per dag meer dan wat labs op dat moment aankunnen. Door het capaciteitstekort zit tussen het maken van een afspraak en het krijgen van de uitslag soms wel een hele werkweek.

Overal vallen werknemers uit

Bedrijven, bouwplaatsen, scholen, politieteams en zorginstellingen: overal vallen werknemers dagen uit omdat ze niet aan een coronatest kunnen komen en verplicht thuis zitten. Het is precies waar werkgeversorganisatie VNO al sinds het voorjaar voor vreest en waarom ze bij VWS toen een plan indienden voor een „flinke opschaling” van de testcapaciteit.

Dit keer pakken ze het zelf op. Met een paar grote bedrijven en voormalig commandant der strijdkrachten Tom Middendorp maakt VNO een ambitieus plan. Overal in Nederland moeten grote teststraten komen, waar behalve de reguliere PCR-tests ook sneltests ingezet worden. Die komen steeds meer op de markt, zijn volgens Europese onderzoeken betrouwbaar en geven al na een kwartier de uitslag. Ideaal voor bedrijven die niet kunnen wachten.

De groep weet dat ze geen tijd te verliezen heeft én dat ze uiteindelijk niet om de overheid heen kan. Daarom kloppen ze aan bij een ministerie waarvan ze weten dat het goed zal luisteren: Economische Zaken. En in tegenstelling tot het voorjaar, krijgen ze VWS een paar weken later wel aan boord. Begin oktober sluiten het ministerie en de GGD’s zich aan.

In een brief aan laboratoria en GGD’s erkent De Jonge dat het Nederlandse stelsel van ziekenhuislabs ontoereikend is om te doen wat hij ze al maanden opdraagt: massaal tests verwerken.

De sneltests zijn dan al goedgekeurd, maar het zal nog weken duren voordat ze kunnen worden ingezet: de GGD’s werken dan nog aan een plan.

Ondertussen zijn de wachttijden voor een test en uitslag opgelopen tot gemiddeld zo’n vier dagen. Veel mensen kunnen niet wachten: bedrijven en particulieren wijken uit naar commerciële labs, waarvan de kwaliteit soms onduidelijk is.

Begin oktober besluit het kabinet tot de eerste maatregelen, zoals de sluiting van de horeca, om de steeds maar oplopende besmettingen af te remmen en vollopende ziekenhuizen te ontlasten. Twee weken later wordt de lockdown nog uitgebreid met een sluiting van onder meer theaters en bioscopen. Langzaam raken de grootste testtekorten opgelost.

Lees ook: Wat gaat er gebeuren op de XL-testlocaties?

Het ministerie heeft dan ook net een derde groot buitenlands lab gecontracteerd: het Duitse Synlab, voor 123 miljoen euro.

Eind oktober gooit De Jonge het testlandschap op zijn kop. In een brief aan laboratoria en GGD’s erkent hij dat het Nederlandse stelsel van ziekenhuislabs ontoereikend is om te doen wat hij ze al maanden opdraagt: massaal tests verwerken. „Voor pandemieën van de omvang die wij nu meemaken is een andere organisatie van de testinfrastructuur nodig”, met meer inzet van grote labs.

Het is een inzicht dat bij De Jonge pas laat ontstond, nadat de testproblemen tot hevige kritiek buiten én binnen zijn kabinet leidden. En te laat voor de tweede golf die Nederland in een nieuwe lockdown duwde. De minister geeft de late opschaling een positieve draai: „Als je ziet hoe snel we met duizenden tests per week uitbreiden, dat is internationaal heel goed”, zei hij halverwege november in de Kamer.

EPILOOG
‘Grootschalig en frequent’

Op parkeerterrein P6 van Rotterdam Airport staan nu twee grote hallen. Op dinsdag 24 november, een dag na de opening, is er één dicht. Bij de tweede druppelen mensen binnen. Op het parkeerterrein voor klanten staan acht auto’s. Wie zich in Rotterdam voor een test meldt, kan binnen enkele uren terecht.

Nu de problemen die in de zomer ontstonden opgelost zijn, heeft De Jonge een nieuw vergezicht gepresenteerd. Vanaf december wil hij ook mensen laten testen die contact hebben gehad met een besmet persoon maar zelf geen symptomen hebben. In maart moeten er zelfs tien miljoen tests per maand gedraaid kunnen worden: het kabinet wil dat iedere volwassene zich vanaf dan eens per maand moet kunnen laten testen. Het nieuwe testbeleid moet „grootschalig en frequent” zijn.