Horeca dicht, winkels open – is dat nog uit te leggen?

Coronamaatregelen Afgelopen week was het met ‘Black Friday’ extreem druk in winkels, maar de horeca moest dicht blijven. „De meeste mensen proberen drukte nog steeds te mijden.”

Grote drukte, zondag op de Rotterdamse Lijnbaan. Winkeliers moesten daar, net als in het Alexandrium en op het Zuidplein, vervroegd hun deuren sluiten omdat er onvoldoende afstand werd gehouden.
Grote drukte, zondag op de Rotterdamse Lijnbaan. Winkeliers moesten daar, net als in het Alexandrium en op het Zuidplein, vervroegd hun deuren sluiten omdat er onvoldoende afstand werd gehouden. Foto Marco de Swart/ANP

De volle winkelstraten in de steden afgelopen weekend hebben bij veel horecaondernemers tot frustratie geleid. „Samen voelt zo eenzaam vandaag”, schreef Khalid Oubaha bijvoorbeeld op Facebook.

De eigenaar van meerdere horecazaken plaatste er een foto bij van lege tafeltjes in een bar met ernaast het beeld van een drukke winkelstraat. „Samen toch Rutte & Co!”, schreef Oubaha erbij.

De directeur van Koninklijke Horeca Nederland viel hem bij. „Echt niet meer uit te leggen”, schreef Dirk Beljaarts over het coronabeleid. Hebben ze een punt?

De horeca als brandhaard

Een rechtvaardiging voor de sluiting van de horeca is te vinden in het bron- en contactonderzoek van de GGD. Afgelopen september, toen de horeca nog open was, kon zo’n vijf procent van de achterhaalde besmettingen worden herleid tot horecagelegenheden. Winkels vallen onder de categorie ‘overig’, waar ongeveer een procent van de achterhaalde besmettingen vandaan komt.

Lees ook: Black Friday in coronatijd: of helemaal niet, of juist een week lang

Zo bezien vormen horecazaken een grotere besmettingsbron dan winkels. Het contact in de horeca is vaak langduriger en mede onder invloed van drank wordt de anderhalve meter er lang niet altijd gerespecteerd.

Daar moet bij worden opgemerkt dat het veel lastiger is om besmettingen in winkels op te sporen, omdat het contact er vluchtiger en anoniemer is. Daardoor blijven besmettingen er vermoedelijk vaker onder de radar. Slechts in ongeveer de helft van de onderzochte besmettingsgevallen wordt een potentiële bron gevonden.

In het advies van het Outbreak Management Team (OMT) van 13 oktober werd het kabinet geadviseerd om cafés, eetcafés en drinkgelegenheden te sluiten. Het OMT stelde voor te onderzoeken of restaurants open konden blijven, mits aan allerlei voorzorgsmaatregelen – zoals een gezondheidscheck en de anderhalve meter – werd voldaan.

„Maar vervolgens is het een politiek besluit geweest om de hele horeca te sluiten”, zegt een woordvoerder van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). „Dat onderzoek naar restaurants is nooit meer gedaan.”

Volgens de RIVM-woordvoerder hebben de horecaondernemers wel degelijk een punt als ze de winkeldrukte van het voorbije weekend bekritiseren. „Dit staat natuurlijk haaks op wat je wil zien.” Het RIVM sluit niet uit dat de koopgekte rond ‘Black Friday’ terug te zien is in de besmettingscijfers. „Dat zal dan over een week of twee blijken.”

Lange rijen

Volgens een woordvoerder van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond werd er in Rotterdam ingegrepen omdat de anderhalve meter niet meer werd gerespecteerd. Bovendien ontstonden er voor sommige winkels lange rijen, waardoor het contact op korte afstand ook nog eens langdurig werd. Met de bijkomende reisbewegingen richting de winkelstraten kunnen winkels zo bijdragen aan het aantal besmettingen.

Wat zeggen de beelden van overvolle winkelstraten over het draagvlak voor het coronabeleid? Hoogleraar gezondheidscommunicatie Julia van Weert van de Universiteit van Amsterdam pleit ervoor vaker te laten zien wat wél goed gaat.

„De media hebben de neiging te focussen op excessen. In enkele steden was het erg druk, maar op de meeste plaatsen viel dat mee. Door te benadrukken wanneer mensen zich niet aan de regels houden, kan de indruk ontstaan dat de meerderheid dat niet doet, terwijl het om een minderheid gaat. De meeste mensen proberen drukte nog steeds te mijden”, zegt Van Weert.

Ze is lid van de wetenschappelijke adviesraad van de ‘corona-gedragsunit’ van het RIVM. Die publiceerde maandag een onderzoek waaruit blijkt dat het percentage Nederlanders dat drukte zegt te mijden half november was toegenomen tot 67 procent. Begin oktober was dat nog 58 procent.

Deelnemers aan het onderzoek vonden het makkelijker zich aan de maatregelen te houden. Dat komt waarschijnlijk doordat die begin november, met een tijdelijke sluiting van onder meer musea en bioscopen, verder werden aangescherpt.

Bovendien werd het publiek opgeroepen zo veel mogelijk thuis te blijven.

Van Weert: „In grote lijnen wordt dat gerespecteerd. Er lijkt dus nog altijd heel wat draagvlak te zijn.”

Met medewerking van Wouter van Loon