Opinie

Gepersonaliseerd leren kan gevaarlijk zijn voor de democratie

Onderwijsblog Trends als gepersonaliseerd leren werken polarisatie in de hand, schrijven Erik Meester en Anna Bosman. „Voor een gezonde democratie is het van belang dat iedereen dezelfde ‘taal’ spreekt.”
Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Je hebt geluk als je in ieder geval één iemand kent, bijvoorbeeld een vriend, partner of familielid, waarbij je aan een half woord genoeg hebt. Dat wil zeggen: je deelt een dusdanige hoeveelheid kennis en ervaringen dat je elkaar vrijwel altijd meteen begrijpt. Met zo iemand heb je een sterke band; je kunt je goed in die persoon inleven. Is er daarentegen nauwelijks een gedeelde achtergrond dan is communiceren met of empathie hebben voor elkaar al een stuk ingewikkelder.

Dit principe zie je terug in publieke discussies. Algoritmes achter sociale media zorgen dat de gedeelde kennis afneemt. Het lijkt steeds lastiger de verbinding te vinden. Denk aan de sterk toenemende polarisatie tussen Republikeinen en Democraten in de Verenigde Staten.

In zijn nieuwste boek How to Educate a Citizen maakt de beroemde onderwijsprofessor E.D. Hirsch, Jr. (92) duidelijk dat voor het onderwijs een belangrijke rol is weggelegd als we het tij van de afnemende gedeelde kennis willen keren. Volgens hem zou het funderend onderwijs sterk moeten inzetten op het onderwijzen van een gemeenschappelijke kennisbasis. De leerplicht biedt hiertoe een unieke kans. Het onderwijs kan zorgen dat elke leerling in de basis hetzelfde weet en dezelfde ‘taal’ spreekt. Dat is een voorwaarde voor betrokkenheid bij publieke debatten en voor een gezonde democratie.

Maar het onderwijs lijkt juist steeds meer bij dat gemeenschappelijke doel vandaan te bewegen. Trends als gepersonaliseerd leren - waarbij iedere leerling les krijgt op zijn eigen niveau -, onderzoekend leren en ‘leerpleinen’ waar kinderen zelfstandig kunnen werken, worden breed omarmd. Op dit moment wordt gewerkt aan nieuwe vakinhoud, onder de naam curriculum.nu. Een van de ontwikkelgroepen hiervoor schreef: „Leerlingen moeten de mogelijkheden krijgen om zich vanuit talenten, interesses en leerbehoeften te ontwikkelen.”

Lees ook: Destilleer hier maar eens een curriculum uit

Deze beweging is zorgwekkend. Gepersonaliseerd leren maakt het klassikaal onderwijzen van een gemeenschappelijke kennisbasis vrijwel onmogelijk. Wij willen de intenties van onderwijsmensen die zich met hart en ziel voor dit soort ontwikkelingen inzetten niet in twijfel trekken, maar wel de legitimering ervan.

Learnification‘ van het onderwijs

De onderwijsfilosoof Gert Biesta sprak al in 2009 zijn zorgen uit over ‘learnification’ van het onderwijs. Onderwijs lijkt steeds meer in dienst te staan van de zelfverwezenlijking van ieder individu. Daardoor komt de socialiserende functie van het onderwijs (bijdragen aan een gedeelde cultuur) in de knel. Komen scholen nog wel toe aan het onderwijzen van de gedeelde kennisbasis die leerlingen zou moeten voorbereiden op het vervolgonderwijs én participatie in de samenleving? Gepersonaliseerd onderwijs zou weleens ten koste kunnen gaan van de sociale cohesie in de school, het land en uiteindelijk de hele wereld. Hoe kunnen we elkaar nog begrijpen en vruchtbare maatschappelijke discussies voeren als het funderend onderwijs geen brede gemeenschappelijke kennisbasis meer garandeert?

Lees ook: Beter lezen? Schrap begrijpend lezen van het lesrooster

Maar wij zijn toch allemaal uniek? Deze ‘one size does not fit all’-retoriek is aanlokkelijk, maar misleidend. Als het gaat over de manier waarop we leren, lijken we veel meer op elkaar dan we verschillen - het is vergelijkbaar met hoe we voedsel verteren. Natuurlijk kan en moet je als leraar tegemoetkomen aan individuele behoeften, maar pas hiermee op als het gaat over de inhoud. „Werkelijk individualisme en onafhankelijkheid van denken komen ná cognitief en taalkundig meesterschap”, stelt Hirsch, „niet daarvoor. Net als alle grote musici zijn begonnen met toonladders en simpele repetitieve oefeningen voordat ze konden improviseren en iets geweldigs creëerden, moeten onze kinderen eerst de basis onder de knie krijgen voordat ze eigen intellectuele keuzes kunnen maken.”

Ja, er zijn landelijke afspraken over wat leerlingen moeten kennen of kunnen. Maar deze ‘kerndoelen’ zijn vaak inhoudsloos. Kerndoel 3 luidt bijvoorbeeld: „De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.” Scholen hebben behoefte aan meer houvast, schreven wij al eerder. Nu vinden ze die, bij gebrek aan beter, met name bij lesmethodes. Bij gepersonaliseerd leren worden die lesmethodes juist steeds meer opzijgeschoven. En of curriculum.nu meer duidelijkheid gaat geven, is zeer de vraag. Wie of wat heeft er dan eigenlijk nog wel zicht op wat onze kinderen in Nederland leren?

Erik Meester is docent en onderwijsontwikkelaar bij de opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Anna Bosman is hoogleraar aan de Radboud Universiteit en directeur van de opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.