Aantal tests kon in april fors omhoog, maar ministerie besloot anders

Testcapaciteit VWS liet de kans lopen om de testcapaciteit met zestigduizend per dag uit te breiden, zo blijkt uit een reconstructie van NRC.

Foto David van Dam

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft begin april een aanbod om in Nederland dagelijks zo’n zestigduizend extra coronatests te verwerken, naast zich neergelegd. Het ging om capaciteit bij laboratoria in de biotechnologische industrie, die ook op het coronavirus kunnen testen. Dat blijkt uit een reconstructie van NRC van de uitbreiding van de testcapaciteit sinds het voorjaar.

Het ministerie bevestigt dat van het aanbod geen gebruik is gemaakt. Dat zou komen omdat „er op dat moment al veel andere opties werden opgepakt” en er ruim voldoende testcapaciteit was voor het testbeleid dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) voor ogen had. Volgens het ministerie bestond daarnaast onzekerheid of die capaciteit na de zomer nog wel beschikbaar zou zijn. De verwachting was „dat deze bedrijven slechts tijdelijk zouden kunnen helpen”.

Lees ook het achtergrondverhaal bij dit nieuws: Het testbeleid van de minister: te laat, te traag, en niet goed doordacht

HollandBio, de belangenvereniging die de testcapaciteit inventariseerde en bij VWS aanbood, ontkent dat over die langdurige beschikbaarheid gesproken is. De vereniging zegt alleen een telefonische afwijzing te hebben gekregen.

VWS vertrouwde voor de uitbreiding lange tijd bijna volledig op de capaciteit van de ziekenhuislabs, die sinds het begin van de coronatests uitvoerden. Als zij hun capaciteit maximaal zouden uitbreiden, konden ze, samen met drie extra labs, de naar verwachting dertigduizend coronatests per dag in de zomer afnemen. Inkoop bij grootschalige, buitenlandse ‘hoogvolumelabs’ werd daarom niet noodzakelijk geacht.

Met een aanbod in juni van het internationale consortium Eurofins om grootschalige testcapaciteit in Nederland te bouwen, werd niets gedaan. Het ministerie zegt in een reactie dat het eerste contact tussen Eurofins en VWS pas in de tweede helft van augustus plaatsvond.

Half augustus bleken de plannen van het ministerie niet opgewassen tegen tegenslagen in de laboratia, zoals haperende machines, uitvallend personeel, gebrek aan materialen en een onverwacht snel groeiende testvraag. Toen heeft het ministerie binnen een paar weken voor 317 miljoen euro aan testcapaciteit ingekocht bij drie grote labs.

Een daarvan is Eurofins, dat inmiddels de laatste hand legt aan een lab in Rijswijk, dat op termijn 65.000 tests per dag moet kunnen verwerken. Door het late inschakelen van deze labs ontstond er aan het begin van de tweede coronagolf een wekenlang tekort aan testcapaciteit. VWS zegt dat „met de kennis van nu het inderdaad beter geweest was om grootschalige laboratoria eerder te contracteren”. De laboratoria die door HollandBio worden vertegenwoordigd, zijn nooit bij het testen betrokken geraakt.

Meer tests verwerken

Uitbreiding van de testcapaciteit werd daarnaast vertraagd doordat het maanden duurde voor de zogenaamde pooling-techniek werd ingezet. Door monsters met elkaar te combineren, kunnen met die methode meer tests verwerkt worden. Al in mei bood bloedbank Sanquin gebruik van deze methode aan, waarmee maximaal dertigduizend tests per dag verwerkt konden worden. Maar het ministerie besloot uiteindelijk te kiezen voor een aanbesteding, omdat dat juridisch noodzakelijk zou zijn. De aanbesteding werd begin deze maand pas afgerond, maar de methode kan nog niet ingezet worden, omdat het percentage positieve tests momenteel te hoog ligt om monsters met elkaar te mengen.

Reconstructie testbeleid pagina 6-9