Waarom wel politiedrones in Frankrijk, maar geen mobieltjes van burgers?

Veiligheidswet Mag je Franse agenten filmen? Een nieuwe wet legt dat aan banden. In Parijs werd daar zaterdag tegen gedemonstreerd.

Demonstranten tegen de nieuwe veiligheidswet, zaterdag in Parijs.
Demonstranten tegen de nieuwe veiligheidswet, zaterdag in Parijs. Foto Benoit Tessier, Reuters

We will, we will film you. We will, we will film you.” Verder dan een twintigtal stampende demonstranten, hun mobiele telefoon in de lucht, draagt het geluid van de mobiele boombox niet. Het woordgrapje verdwijnt in de kakofonie van leuzen zaterdagmiddag op een protestmars door het centrum van Parijs. Tienduizenden mensen demonstreren tegen een dubbele ‘vrijheidsbedreiging’: politiegeweld en de ‘algehele veiligheidswet’, waarvan zij vrezen dat die wangedrag van de politie in de hand werkt of toedekt.

Deze loi sécurité globale, die vorige week in eerste instantie zonder al te veel problemen door het Assemblée zeilde, is bedoeld om de bevoegdheden van verschillende politiediensten in Frankrijk te verbreden en opnieuw in te delen. Maar onderdelen van de wet, zoals over het gebruik van bodycams en de bredere inzet van drones, „voelen ongemakkelijk”, vindt Maria (26), die zaterdagmiddag met huisgenotes naar het protest is gekomen. „Agenten mogen zelf bepalen wat en wie er vastgelegd wordt. Ik vind dat nogal een inbreuk op mijn dagelijks leven.”

Vooral artikel 24 van het voorstel wekt woede. Dat gaat niet over de politie, maar over de burger: het stelt het herkenbaar in beeld brengen of filmen van agenten strafbaar. Oftewel, zegt Maria: „Als de maatschappij wil weten wat er op straat gebeurt, mogen zij alles laten zien en wij niets. Dat vertrouw ik de politie ab-so-luut niet toe.”

Wantrouwen tussen de politie en de burger is in Frankrijk een hardnekkig fenomeen. „Je haat de politie, of je vindt dat ze niet genoeg worden gesteund in hun belangrijke stressvolle baan”, schetst schrijver en journalist Valentin Gendrot. Hij ‘infiltreerde’ in de dienst en vergaarde anderhalf jaar lang materiaal voor het recent verschenen boek, Flic. „In dit debat is de nuance weg. Zeker in de laatste jaren.”

Al decennia bereiken de Fransen verhalen over misdragingen door agenten, over hardhandig en willekeurig optreden met soms doden tot gevolg. In de banlieue heerst het idee dat veel politiemensen racistisch zijn. De tegenstellingen groeiden in de recente massale protesten, eerst in 2016 en daarna door de ‘gele hesjes’ in 2018. Tegenover de oproerpolitie stonden demonstranten met een nieuw gereedschap: hun mobieltje. Daarmee werd live verslag gedaan van demonstraties, ook – vooral – als die uit de hand liepen.

Zelf-censuur

Van dat alomtegenwoordige toezicht op hun handelen, een ‘wapen’ dat iedereen op elk moment uit de broekzak kan halen, kregen politiemensen de zenuwen. „Telefoons naar beneden”, werd een vaak gehoord order. Politievakbonden eisten betere bescherming tegen video’s op sociale media, waarop agenten mogelijk te herkennen zijn en waardoor ze zich onveilig voelen. Volgens minister van Binnenlandse Zaken Darmanin wordt met artikel 24 zijn belofte daarover ingelost.

Het is geen expliciet verbod op het filmen van de ordehandhaving. Strafbaar zijn beelden die een bedreiging vormen voor de ‘fysieke en mentale integriteit’ van de agent. Die bewoording is al even vaag als de blurring die moet worden toegepast in het beeldmateriaal zelf, stellen tegenstanders. Volgens de Franse journalistenbond SNJ wordt live uitzenden „praktisch ondoenlijk”. De organisatie waarschuwt: „Zelf-censuur zal de norm worden bij de pers en op andere platforms.” Neem daarbij de bredere inzet van drones, en misschien durft straks niemand meer de straat op voor een demonstratie.

Ook volgens Valentin Gedrot wordt met het recht op vrije informatie beperkt. „Harde criteria voor strafbaarheid ontbreken. Zonder zo’n controle is het aan de persoon zelf om te bepalen of hij of zij zich bedreigd voelt - aan de agent dus”, stelt hij. „Ondertussen wordt het bestaan van politiegeweld totaal ontkend door de politiek en de politie zelf. Zonder dit soort video’s zouden we nog minder over het politiegeweld weten. Dan wordt de kloof alleen maar dieper.”

Pijnlijk belang van video’s

Darmanin bleef ondanks het maatschappelijk protest achter de nieuwe wet staan. Maar die werd afgelopen week ingehaald door een reeks incidenten die het belang van de video’s schokkend duidelijk maakten.

Maandagavond trad de Parijse politie bruut op bij het schoonvegen van een demonstratie voor de rechten van asielzoekers en migranten, waarbij een geïmproviseerd tentenkamp op de Place de La République werd opgebroken. De agenten schudden en smeten mensen uit de tenten. Een journalist die live verslag deed, werd meerdere keren door de ordepolitie geslagen en tegen de grond gesmeten - die aanvallen werden gefilmd. Donderdag kwamen bewakingsbeelden naar buiten waarop te zien is dat de muziekproducer Michel Zecler in elkaar geslagen werd door drie agenten, omdat hij zonder mondmasker zijn studio wilde binnengaan. De betrokken agenten zijn maandag in staat van beschuldiging gesteld.

De minister moest wel toegeven dat „schokkende” videobeelden een rol kunnen spelen in het achterhalen van politiegeweld.

President Macron schreef op Twitter dat de mishandeling van producer Zecler „Frankrijk beschaamt” en dat hem „een voorbeeldige politiemacht” voor ogen staat „in een voorbeeldige republiek”. De president moet waken voor onenigheid in de eigen regeringspartij LREM. Terwijl zijn minister van Binnenlandse Zaken bleef vasthouden aan de harde lijn, bleek premier Jean Castex meer onder de indruk van de hoogoplopende emoties in het maatschappelijk debat. Hij wil een onafhankelijke commissie laten onderzoeken hoe het gewraakte artikel toch het recht op vrije informatie kan waarborgen.

Voor politiek gehakketak hebben de demonstranten in de mars in Parijs van zaterdagmiddag geen geduld meer, aldus de 22-jarige student Théophane. „Kom, schrap de wet. Zelfs als ze onderdelen herschrijven, blijft de opvatting van de harde hand eraan kleven. Van die mentaliteit moeten de autoriteiten juist af.”

„Als de autoriteiten nu niet proberen de gemoederen over het politiegeweld te bedaren, blijven we van incident naar incident gaan”, denkt ook Gendrot, die als journalist-en-ex-agent beide „clans” meemaakte.

Botsingen bleven ook dit weekend niet uit in Frankrijk, waar zo’n honderd demonstraties tegen de veiligheidswet plaatsvonden. In het hele land raakten 98 politiemensen gewond. Het protest van 46.000 mensen in Parijs verliep grotendeels rustig, tot ’s avonds een deel van de nog aanwezigen zich tegen de oproerpolitie keerde. Die zette traangas in. Een fotojournalist van Syrische afkomst liep door toedoen van agenten ernstig letsel in het gezicht op.

Dit stuk is op 30 november om 10:30 uur aangepast om ontwikkelingen in de zaak rond Michel Zecler te vermelden.