Opinie

Ze hadden de koning als een worst verpakt in plastic

Marcel van Roosmalen

Koning Willem-Alexander bezocht een verpleegafdeling voor coronapatiënten in Breda. De website van het Koninklijk Huis berichtte erover en gaf een foto vrij. Willem-Alexander aan het bed van een oudere patiënt in haar kamer. Ze was ‘in cohort’, wat zoiets betekent als ‘afgezonderd van de rest’.

Het was alsof ik aan het bed van mijn moeder stond. Haar kamer in het verzorgingstehuis was exact hetzelfde als die op de foto. Van Mook tot Groningen en Breda hebben binnenhuisarchitecten bij verzorgingstehuizen dus dezelfde eenvormige standaardkamers afgeleverd. In de laatste fase doet inrichting er niet meer toe, het laatste uitzicht is naar een kale muur. Een bed, een beige kastje van geplastificeerd spaanplaat en een uitklaptafel waarop een glas water staat. Of een kop thee met het zakje er nog in, want er is te weinig personeel om het eruit te halen.

Gek genoeg stelde het beeld gerust.

We hebben haar dus niet naar een slechte plek gebracht, dacht ik toen ik het zag, het is overal zo.

Dan de koning.

Nooit eerder voelde ik me zo verwant.

Ze hadden hem, net als bij mij was gebeurd, als een worst verpakt in plastic. Handschoenen over de mouwen, een bril met doorzichtig montuur, mondkap voor natuurlijk. Hij bleef op gepaste afstand, handen voor het kruis, betrokken blik op oneindig. Een stoel was niet nodig, hij ging van deur tot deur.

Precies zo stond ik ook aan zo’n bed, welwillend afstandelijk naar beneden kijkend naar het hoopje mens waarin ik nog maar vaag mijn moeder herken. Deze patiënt was er beter aan toe, ze keek hem in ieder geval aan en draaide niet, zoals mijn moeder, de rug naar bezoek.

Benieuwd naar de interactie wel, want je begint uitgedost als amateur-astronaut natuurlijk niet over het weer. Maar wat zeg je meer dan ‘Hoe gaat het?’ en ‘Hoe voelt u zich?’

En interesseerde het antwoord hem echt?

De verhalen en antwoorden zijn inwisselbaar.

Maar daar ging dat werkbezoek natuurlijk ook niet over.

Hij had officieel belangstelling getoond, het was vastgelegd, ze konden hem nooit meer verwijten dat hij de gevolgen van corona niet in de ogen had gekeken.

Hij had het gezien, zijn speechschrijvers konden er in de toekomst met een gerust hart naar verwijzen.

De laatste keer dat ik mijn moeder bezocht had ik haar ook gefotografeerd. En mezelf ook, staand voor de spiegel boven de vieze wasbak in haar badkamertje.

Ik kan me niet voorstellen dat ik dat alleen voor mezelf deed, hoewel ik er gek genoeg best vaak naar kijk.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.