Opinie

Zeperds van het Kremlin, of nieuwe buitenlandpolitiek?

Het Kremlin lijkt zijn greep kwijt op de naaste omgeving. Of heeft Poetin zijn buitenlandbeleid aangepast, vraagt Hubert Smeets zich af.

Hubert Smeets

De herfst van 2020 lijkt geen gelukkig jaargetijde voor de Pax Russica van president Poetin. Vijf à zes jaar geleden annexeerde het Kremlin de Krim en entameerde het een oorlog in de Donbas. Poetin intervenieerde vervolgens in Syrië en tipte Trump een half jaar vóór de Amerikaanse verkiezingen al als de nieuwe president. Dit najaar loopt Poetin achter de feiten aan. Loekasjenko, die tegenwoordig zijn voeten kust, is niet in staat zijn burgers te apaiseren. Poetin heeft niet kunnen of niet willen voorkomen dat Azerbeidzjan met Turkse steun een heroveringsoorlog tegen Armenië zou beginnen. In Moldavië heeft zijn mannetje de presidentsverkiezingen verloren. En tussendoor is hij ook opgescheept met Oekraïnevriend Joe Biden als nieuwe gesprekspartner in de VS.

Allemaal zeperds? Volgens Luuk van Middelaar is Poetin in ieder geval de „greep op zijn achtertuin” kwijt. De „smadelijke nederlaag” van Armenië kan volgens hem overslaan naar Oekraïne, Moldavië en Georgië, landen die ook kampen met ‘bevroren conflicten’. „Wanneer een imperiale macht de greep op buitengebieden kwijtraakt, kan van alles gebeuren”, aldus Van Middelaar in een verwijzing naar de ondergang van de Sovjet-Unie eind jaren tachtig/begin jaren negentig.

Het klinkt plausibel, maar het is te vroeg voor te stellige analogieën. Eerst moet de kip-of-ei-vraag aan de orde komen. Zijn de tegenslagen dit najaar inderdaad een indicatie dat Rusland macht verliest in zijn oude imperiale invloedssfeer? Of zijn ze onderdeel van een weloverwogen beleid van het Kremlin?

Poetin zelf houdt zich op de vlakte. Uiteraard. Hij benadrukt dat Moskou nooit partij heeft gekozen voor de Armeense enclaverepubliek in Karabach. Dat Turkije nu ineens een voet tussen de deur heeft, komt door de ineenstorting van de Sovjet-Unie dertig jaar geleden, zei Poetin vorige week dinsdag in een interview. Het is de schuld van Gorbatsjov en Jeltsin dat Azerbeidzjan tegenwoordig zijn eigen bondgenoten kiest.

Die (ogenschijnlijke) berusting past in een patroon. Sinds het WK-voetbal in Rusland is een verschuiving in de prioriteiten gaande. Avonturen in den vreemde blijken niet meer te werken om de populariteit van ’s lands leiding op te krikken. De burgers willen pensioen en zorg. Het Primat der Innenpolitik geldt weer. Dat heeft consequenties. Omdat in de nieuwe bipolaire wereld niet langer Rusland maar China de tegenspeler van Amerika is, heeft het Kremlin zijn „grote dromen over Roesski Mir (Russische wereld), Euraziatische unie, regionale hegemonie en bufferzones bijgewerkt”, aldus ex-diplomaat Vladimir Frolov. In de talkshows op de televisie wordt weliswaar nog elke avond gedroomd over de „post-Sovjetruimte”, maar de regering volgt liever een „strategie van terughoudendheid”.

De „fetisj van de Russische hegemonie”, dat ouderwetse imperialisme op kosten van de baas, is te duur geworden. Eigen belangen eerst, is nu het motto.

Die belangen zijn spijkerhard. Er is één bottomline die het Kremlin angstvallig in de gaten houdt: NAVO en EU mogen niet in gaten springen met hun democratische appèl en andere normen en waarden, meent de Estlandse politicologe Kadri Liik, die werkt voor de European Council on Foreign Relations. Moskou bepaalt wat er wel en niet gebeurt in de Kaukasus of Wit-Rusland. Democratisch Europa, sinds 2014 bang voor te veel engagement met voormalige satellietstaten van het Russische Rijk, staat erbij en kijkt ernaar. Het heeft amper breekijzers. Daarom alleen al lijkt 2020 niet op 1990.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.