Een beetje doof zijn is soms best comfortabel

Doof Met een gebarentolk op tv en hoorwinkels op elke straathoek is er meer belangstelling voor doof worden, ziet (86). Maar het mondkapje is lastig voor wie slecht hoort.

Foto Getty Images, bewerking NRC

We zaten op de bank naar The Godfather te kijken, mijn zoons en ik. Ik weet nog precies hoe Brando en zijn maten in een donker rovershol zaten te vergaderen. „Zet eens wat harder”, vroeg ik aan mijn jongens, want ik kon het gesmiespel niet verstaan. „Harder? Hoezo?”

Op dat moment drong voor het eerst tot me door dat ik slechter begon te horen.

Dat is inmiddels veertig jaar geleden. Het leven was toen nog min of meer overzichtelijk. Hoorproblemen? Ik deed een test bij een KNO-arts, bestelde een hoortoestel, stuurde de rekening naar mijn verzekering en probeerde er zo elegant mogelijk mee om te gaan. Mijn eerste hoortoestel was klein, dus viel die doofheid ook niet op. Nou ja, nauwelijks. En overigens was er in die tijd niet veel aandacht voor deze onzichtbare handicap.

Maar de belangstelling voor doof zijn lijkt toe te nemen, nu zelfs de premier, met een gebarentolk als sidekick, rekening houdt met de anderhalf miljoen slechthorende mensen in dit land. Hoorwinkels vind je zo ongeveer op elke straathoek, hoortoestellen zijn er in hippe signaalkleuren.

Misschien komt het wel door al die hoorwinkels en opvallende toestellen, dat iedereen er nu vanuit lijkt te gaan dat je altijd verstaat wat er tegen je gezegd wordt. Dat is niet zo.

En nu is er ook nog het mondkapje. Nuttig en nodig natuurlijk, maar ook letterlijk een klap in het gezicht voor wie problemen heeft met verstaan. Onverwacht zorgt het ervoor dat meer mensen nu met deze handicap worden geconfronteerd.

Een beetje meer begrip van beide kanten zou veel helpen. En enig gevoel voor humor kan wellicht ook geen kwaad.

Maar eerst even iets over een mogelijke begripsverwarring. Want voor alle duidelijkheid: het woord ‘doof’ mag eigenlijk alleen worden gebruikt voor mensen die werkelijk helemaal niets horen. Wie zich – al dan niet met behulp van een hoortoestel – in het dagelijks leven nog kan redden, heet slechthorend.

Gehoorgestoord

Vroeger heette dat trouwens ‘gehoorgestoord’, maar die term is in ongenade gevallen, hoewel ik hem nog graag en luid zou willen gebruiken.

Gestoord is bijvoorbeeld de verplichte enquête die om duistere redenen de Amsterdamse Vragenlijst heet: 33 vragen die je moet beantwoorden om voor vergoeding van een hoortoestel in aanmerking te komen.

„Kunt u het geluid van verschillende muziekinstrumenten onderscheiden?” Ha! Aangezien ik al blij ben als ik één muziekinstrument hoor, zou ik hier enorm om moeten lachen als het niet om te huilen was. Om te huilen, want als je eenmaal de stap neemt om je gehoor te laten testen, gaat daar een periode aan vooraf die je met een rouwproces zou kunnen vergelijken.

Eerlijk gezegd: een beetje slecht horen is wel comfortabel. De stiltecoupé is eindelijk stil, KLM ruist over je dak, je verstaat Ivo Niehe niet en als in de Boeing ‘mayday, mayday’ over de intercom klinkt, lees jij rustig door in Italiaans op reis. En dat zou je dan allemaal inruilen voor het genadeloze lawaai van alledag?

Lees ook: ‘Dove mensen hebben ook recht op informatie’.

Het is dan ook zelden de slechthorende zélf die besluit een hoortest te gaan doen. Het is vrijwel altijd de partner (lhbt), die soms jarenlang lijdt onder het leven met iemand die niet alleen Oost-Indisch doof is als gevraagd wordt de afwasmachine in te ruimen, maar die ook de deurbel niet hoort, de taxichauffeur niet verstaat, en voor wie de tv altijd krankzinnig hard moet staan.

Dus wat ík gestoord vind is dat niet iedereen van zestig verplicht wordt om een hoortest te doen. Bloeddruk, cholesterol, hart: alles word geregeld gecontroleerd, maar aan gehoor wordt nauwelijks aandacht besteed. Terwijl te lang slecht horen, zo wijzen verschillende onderzoeken uit, kan leiden tot dementie. Doordat ouderen dan gaandeweg sociale contacten vermijden, kunnen ze in een dementiebevorderend isolement terechtkomen. Niet genoeg kan ik geïnteresseerden aanraden hierover te lezen in de uitstekende, niet commerciële website hoorzaken.nl.

Ondertitelen en boventitelen

Intussen zijn we in dit land gezegend met veelal ondertitelde tv. Ik heb voor dit gecompliceerde procédé de grootst mogelijke bewondering, maar er schijnen ook kijkers te zijn die al snel boze brieven schrijven bij verkeerd ondertitelde woorden of begrippen. Gestoord! Persoonlijk vermaakte ik me op dit vlak onlangs nog met ‘Storm verwacht op de Wallen’, ook ben ik benieuwd naar de mij onbekende badplaats ‘Beyoncé aan Zee’.

Daarentegen word ík gestoord, om niet te zeggen kwáád, van het feit dat, ondanks herhaalde beloftes, ITA (voorheen Toneelgroep Amsterdam) al vier jaar toezegt om zo nu en dan in het Nederlands te boventitelen, maar dat gewoon niet doet. ‘We are surtiteld’, staat levensgroot in Amsterdam op de gevel van wat voorheen de Stadsschouwburg heette. Dit wil dan zeggen dat een oorspronkelijk Frans stuk (van Molière bijvoorbeeld) in het Nederlands wordt gespeeld, terwijl ik in de zaal Engelse boventitels moet lezen.

Bij Nederlands boventitelde proefvoorstellingen, vier jaar geleden, bleek dat niet alleen slechthorenden hiermee bijzonder ingenomen waren, maar dat ook veel ‘gewone’ bezoekers meldden hoe blij ze waren met deze ondersteuning. Dit verbaast niemand die weet dat ruim 40 procent van de lezers van tv-ondertitels in het geheel niet doof is.

Nu gaat het niet aan om een badinerend stukje over slechthorend zijn te schrijven, alsof zoiets alleen maar een beetje lastig is.

Iets in je oor stoppen is niet alleen een contra-intuïtief en ook vervelend gebaar, tot voor kort scháámde je je voor een hoortoestel. Maar nu je pas meetelt als je op straat twee witte plastic vraagtekens in je oren draagt, kunnen we die schaamte gevoeglijk vergeten.

Ellendig wordt het pas als je zoiets simpels wilt doen als telefoneren. Zelf kwam ik er onlangs achter dat ik delicate medische details met mijn loodgieter deelde, denkend dat het de huisarts was die me belde. Zo mogelijk erger is de niet aflatende onhebbelijkheid van mensen aan de andere kant van de lijn, die al kreunen als ze een zin voor een tweede keer moeten herhalen.

Erbarme Dich

En nogmaals: het mondkapje is voor ons ‘doven’ een onverwachte dagelijkse tegenvaller. Ook al heb je niet de cursus ‘spraak afzien’ gevolgd, je bent nu eenmaal erg van mondbewegingen afhankelijk. Tragikomisch detail: bij het afdoen van een mondkapje valt een hoortoestel regelmatig op de grond – en dat hóór je dan uiteraard niet vallen.

Natuurlijk is het verdrietig om doof of slechthorend te zijn. Echt treurig zijn daarbij voor iedereen weer andere, meer persoonlijke dingen. Zelf zou ook ik bijvoorbeeld weleens zo’n leuke NRC-podcast willen verstaan: ik kan geen mechanisch voortgebracht geluid horen. Een vogel willen horen zingen. Want dat kan ik ook niet. Erbarme Dich willen horen zoals Bach het bedoeld heeft. Of een Nederlandse film kunnen volgen in een echte bioscoop.

Verschrikkelijk vond ik het dat ik, vijftien jaar geleden, in mijn oor gefluisterde woordjes van mijn kleinzonen niet kon verstaan. Gelukkig hanteren die, inmiddels volwassen, bij gelegenheid hun eigengemaakte gebarentaal, waarbij ik vaak onder de tafel lig van het lachen.

„Bent u in staat ook weleens te lachen om uw eigen hoorprobleem?”

Kijk, dát had ik nou weleens willen lezen op bovengenoemde vragenlijst.