Waarom plakt vershoudfolie soms wel en soms niet?

Durf te vragen Hoe goed een folie ook is, schaaltjes van plastic of rvs zijn er niet mee af te dekken.

Met vershoudfolie is het altijd wat. Je krijgt het niet van de rol, je scheurt het scheef af, het plakt aan zichzelf, of het plakt juist nergens aan. Een steekproef met de drie folies die Albert Heijn verkoopt leert dat prijs en verpakking de grootste verschillen zijn tussen de drie. Qua plakken zijn ze vergelijkbaar. Je krijgt ze prima van de rol, het plakt niet aan zichzelf. Dat blijkt een voorbode: gedrapeerd over bakjes van keramiek en glas blijven de folies redelijk maar niet tot tevredenheid plakken, op plastic en rvs plakt het totaal niet. Dat plakken is wel nodig om de naam vershoudfolie waar te maken: alleen zo wordt een bakje luchtdicht afgesloten en blijft de inhoud langer houdbaar. Waarom plakt vershoudfolie soms wel en soms niet?

„Vroeger werd plastic vershoudfolie gemaakt van pvc. Dat plakt enorm, ook aan zichzelf. Maar pvc is slecht voor het milieu. Het wordt in horeca of slagerijen nog wel gebruikt omdat het zo goed werkt, als consument kun je dat nu bijna nergens meer kopen”, zegt Roland ten Klooster, hoogleraar packaging design aan de University of Twente. Plastic folie bestaat nu vaak uit polyethyleen (PE) met bewerkingen of toevoegingen voor de plakkerigheid – in verpakkingsjargon spreken ze van cling. Aan de verpakking kun je niet zien welke toevoegingen erin zitten. Alleen het hoofdbestanddeel PE staat erop.

„Gewone plastic tasjes en boterhamzakjes worden ook van polyethyleen gemaakt”, zegt Klooster. „De variant voor vershoudfolie bestaat uit lange ketens van moleculen met kleine vertakkingen, voor de rekbaarheid. Daarnaast wordt voor de plakkerigheid bijvoorbeeld ethyleenvinylacetaat in het mengsel gedaan of als laagje toegevoegd.”

Opblazen als een ballon

„Ons vershoudfolie bevat de stof polyisobutyleen (PIB) voor de cling, een soort rubber”, zegt Willem ten Hove, commercieel directeur van ITS Foil, dat folies maakt voor de huismerken van veel supermarkten (maar niet voor Albert Heijn). Ze mixen het PE en PIB en blazen het op als een soort ballon tot het een laagje van 9 micrometer vormt. „Rustig blazen is belangrijk, en ook het wikkelen moet met beleid”, zegt Ten Hove. „Doe je dat niet, dan krimpt het folie rond de rol en krijg je het er amper af.”

„Goed kunnen afscheuren en genoeg plakken zijn wensen van de klant die haaks op elkaar staan”, zegt Ten Hove. Maar dat er zoveel verschil in vershoudfolies zit is volgens hem vooral een geldkwestie. „Het basisbestanddeel, PE, is goedkoop, de cling-stoffen zijn vrij duur. Als je die er niet of heel weinig instopt dan doet het folie niet wat hij moet doen. Bij folie die je niet van de rol krijgt, willen fabrikanten vaak te veel output en gaan ze te snel produceren.”

Bakjes met een deksel

Maar hoe goed een folie ook is, schaaltjes van plastic of rvs zul je er nooit goed mee kunnen afdekken. „Vershoudfolie werkt niet op plastic”, zegt Ten Klooster. „Glas en geglazuurd keramiek hebben een polair oppervlak. Plastic en rvs zijn apolair, daaraan hecht niets. Je kunt het bijvoorbeeld ook niet lijmen.” Restjes bewaren doe je dus het beste in bakjes van glas of keramiek, of plastic bakjes met een deksel. „Met een goede deksel dan wel, met een rubberen rand en klemmen. Anders komt er alsnog zuurstof bij.”

Als proef op de som nog één folie in de test. Ten Hove heeft een „sterk vermoeden” dat het folie van de Hoogvliet goed zal werken. Qua prijs en inhoud is hij vergelijkbaar met de goedkoopste folie van de Albert Heijn. Het plakt inderdaad beter op glas en keramiek. En nog steeds totaal niet op plastic.