‘35 mensen zijn door mij in quarantaine beland’

Besmetting We geven Covid-19 aan elkaar door, met soms desastreuze gevolgen – én een schuldgevoel. „Ik dacht: wat als het verkeerd afloopt? Dat ze sterft, omdat ik thuiskwam?”

Claire Marinissen (23), verpleegkundige.
Claire Marinissen (23), verpleegkundige. Foto Annabel Oosteweeghel

 


 

‘Wat als het verkeerd afloopt?’

Melian Middelkoop (20) volgt een acteeropleiding aan het Institute of the Arts in Barcelona.

„Ik studeerde begin dit jaar nog in Londen. In de voorjaarsvakantie vloog ik naar Nederland. Mijn ouders zeiden dat ik terug moest komen, Nederland ging in lockdown en ze waren bang dat ik vast zou komen te zitten. De dag nadat ik thuiskwam voelde ik me wat grieperig. Een of twee dagen later hadden mijn vader, moeder en zus het ook.

„Ik had hoofdpijn en ging met twee paracetamol naar bed. De volgende dag was het alweer over, alleen mijn smaak en reuk waren weg. Mijn vader en zus hadden hetzelfde, mijn vader kon een heel zakje wasabinootjes opeten, hij proefde niets. Grappig, vonden we toen nog. Maar mijn moeder werd heel ziek. Op een nacht, toen ik al lag te slapen, hebben mijn vader en zus haar naar het ziekenhuis gebracht. Ze was weg toen ik wakker werd.

„We mochten haar niet opzoeken in het ziekenhuis. Ze stuurde ons angstige berichten via WhatsApp. Na twee dagen werden we gebeld dat we langs mochten komen voordat ze naar de intensive care ging. Onderweg werden we alweer afgebeld, ze hadden niet op ons kunnen wachten.

„Ik zong iedere avond een liedje en stuurde haar dat, maar ze lag in coma. Mijn zus en ik hebben veel televisie gekeken, midden in de nacht koekjes gebakken. De dagen duurden eindeloos. Ik dacht: wat nu als het verkeerd afloopt? Dat ze sterft, omdat ik thuiskwam? Ik moest een muur om mijn gevoel zetten.

„Na een week kwam ze weer bij. De verpleging heeft een FaceTime-verbinding gelegd, want ze was te zwak om de telefoon vast te houden. Mijn moeder zegt dat het niet mijn schuld is. Zij voelde zich juist schuldig tegenover ons , dat ze er niet voor ons kon zijn.”

 


 
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

‘Ze kon alleen maar huilen’

Angelique Henselmans (56) woont met haar man en 21-jarige dochter in Valkenswaard.

„Corona is in onze regio begonnen. Mijn ouders waren niet bang, maar ze zochten het ook niet op. Mijn vader was 88 en had prostaatkanker. Hij bleef binnen, mijn moeder deed een keer per week boodschappen. Op een zaterdag eind maart belde mijn moeder, ze voelde zich niet lekker.

„Voor de zekerheid heb ik die zondag boodschappen voor hun deur gezet. ’s Maandags belden ze via Skype. Ze hadden de huisarts gesproken, die had gezegd dat het corona kon zijn. Er werd bijna niet getest, en alleen tot een bepaalde leeftijd. De huisarts had gevraagd: als het erger wordt, willen jullie dan naar het ziekenhuis? Want dan heb je kans dat je elkaar niet meer ziet. Ze waren er beduusd van. Mijn moeder was nog steeds ziek, mijn vader was gevallen maar had verder niets. De volgende dag viel mijn vader uit bed en hij is niet meer op de been gekomen.

„Met mijn man, mijn dochter en mijn broer heb ik voor mijn vader gezorgd. We droegen handschoenen en een mondkapje. Die vrijdag al kreeg hij de ziekenzalving en op zaterdag is hij overleden. Ik heb mijn moeder niet eens geknuffeld, omdat we afstand moesten houden. Toen ik koorts kreeg op de dag van de uitvaart en geen eten meer binnen hield, dacht ik dat het buikgriep was. Een week later werd ik per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Mijn dochter ging met me mee en belde mijn moeder.

„Ik heb mijn moeder de volgende ochtend vanuit mijn ziekenhuisbed gebeld. Een week lang kon ze alleen maar huilen als ik haar belde, ze voelde zich zo schuldig. Ze zei: je dochter heeft je nog zo hard nodig. Ik zei steeds: het is niet jouw schuld. Dit doe je niet expres. Dit is domme pech. Toen we elkaar op Moederdag voor het eerst weer zagen, had ze bloemen voor me mee, en ik voor haar.”

 


 
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

‘35 mensen zijn door mij in quarantaine beland’

Sanne Fenne (34) woont met man en kinderen in Hillegom en werkt met meervoudig gehandicapten.

„De patiënten die ik verzorg halen het ziekenhuis niet eens als ze het virus krijgen. Vanaf dag één was ik daarom voorzichtig. Vriendjes van de kinderen waren niet meer welkom, boodschappen lieten we thuisbezorgen en familiebezoek hielden we af. Ik dacht: als een patiënt door mij doodgaat, vergeef ik het mezelf nooit.

„Op een ochtend voelde ik een kriebel in mijn neus. Ik werd getest en ’s middags volgde de uitslag. Positief. De grond zakte weg onder mijn voeten. Het tehuis ging op slot, alle patiënten en mijn collega’s moesten meermaals getest worden. Wachten op hun uitslagen was zenuwslopend. Gek genoeg had ik niemand besmet, mijn collega’s, de patiënten, mijn man en kinderen niet. En toen, op dag vijf, kreeg ik bericht van de buurman.

„We wonen in een klein straatje en de zon schijnt altijd precies in onze voortuin. Toen het tijdens de lockdown dit voorjaar zo mooi weer was, kwamen de buren van een huis verderop geregeld voor onze tuin zitten, op anderhalve meter afstand, en dan borrelden we samen. Op een mooie dag in september deden ze dat weer, tien dagen na de geboorte van hun baby. Ze bestelden wat te eten. Ik waste mijn handen en nam de baby even van de buurman over. In die korte tijd moet ik de buurman besmet hebben.

„Toen ik besmet bleek, heb ik de buren geïnformeerd. Zij zijn gelijk in zelfquarantaine gegaan. Op dag vijf belde de buurman dat hij positief getest was. Daar ben ik toen flink ziek van geweest, dat heb ik hun ook gezegd. Ze zeiden dat ze het me niet kwalijk namen. Wonderlijk toch dat ik wel hem en niet mijn eigen man besmet heb. We hebben een grote mand met cadeautjes voor ze gemaakt en hij herstelde gelukkig goed.

„Zelf herstel ik minder snel, ik kan inmiddels twee keer per dag een kwartiertje wandelen. In totaal zijn 35 mensen door mij in quarantaine beland.”

 


 
Claire Marinissen (23), verpleegkundige.
Foto Annabel Oosteweeghel
Claire Marinissen ging breien om zichzelf af te leiden van haar schuldgevoel.
Foto Annabel Oosteweeghel
Foto Annabel Oosteweeghel

‘Dat ik uitgerekend haar misschien besmet had’

Claire Marinissen (23) studeerde in juni af als verpleegkundige en ging gelijk aan de slag bij Amsterdam UMC.

„Ik kende niemand die Covid-19 had, maar toen ik me liet testen op mijn werk bleek ik tot mijn verbazing positief. Toen sloeg de paniek toe. Oh nee, dacht ik. Ik had op de sportschool met een groepje een parcours gedaan, mijn vriend nog gezien. En ik had de dag ervoor koffiegedronken met mijn vriendin Lisa. Uitgerekend met haar: van al mijn vrienden is zij het meest voorzichtig. Zij heeft net als ik een moeder die behoort tot de risicogroep. En ze werkt ook in de zorg. Nu moest ze tien dagen in quarantaine.

„Ook twee patiënten gingen in quarantaine. Een van hen was uitbehandeld en zou naar een hospice gaan, om omringd door haar geliefden te sterven. Nu moest ze tien dagen in isolatie en mocht familie alleen in volledige uitrusting bij haar op bezoek.

„Ik heb me behoorlijk schuldig gevoeld. Ik heb onbewust het leven van een aantal mensen drastisch beïnvloed, in een mate waarin ik dat helemaal niet wil. Ik heb in die tien dagen veel met Lisa gebeld. We concludeerden dat we beiden verantwoordelijk waren geweest om die 1,5 meter afstand te waarborgen.

„Laatst had ik een pittig gesprek met mijn jongere zusje. Ze woont alleen en ze vindt het moeilijk om afstand te bewaren tot onze moeder, maar ik wil voorkomen dat zij straks ook met zo’n schuldgevoel zit.”