Sinds de kinderen baby zijn maken we elk jaar verre reizen met ze

Spitsuur Astrid Eskes-Olyslagers (41) en Rob Eskes (45) hebben drie jonge kinderen. Astrid is haar baan verloren en werkt als vrijwilliger tot ze nieuw werk vindt. „Ik wilde meer met mensen doen, en voor de maatschappij.”

Rob: „Toen Max vier maanden was, hebben we nog door China gereisd.”Astrid: „We zijn ook met kleine kinderen naar Zuid-Afrika, Mexico en Thailand geweest. En ik was zes maanden zwanger toen we naar Bali gingen.”
Rob: „Toen Max vier maanden was, hebben we nog door China gereisd.”Astrid: „We zijn ook met kleine kinderen naar Zuid-Afrika, Mexico en Thailand geweest. En ik was zes maanden zwanger toen we naar Bali gingen.” Foto David Galjaard

Rob: „Acht jaar geleden zijn we van Amsterdam naar Maarssen verhuisd. We wonen vlakbij de Vecht in een prachtig waterrijk gebied.”

Astrid: „Sinds twee jaar hebben we een bootje en genieten we er dus extra van. Vooral afgelopen zomer hebben we daar in coronatijd vaak in gezeten. Ons avondeten namen we dan gewoon mee.”

Rob: „Op de Loosdrechtse Plassen zijn ook een paar eilanden waar je mag kamperen, dat hebben we ook gedaan. Dan namen we onze tentjes mee en bleven we een nachtje slapen; dat vond iedereen natuurlijk heel spannend.”

Astrid: „Vroeger dachten we nog weleens: als we ooit de kans krijgen, gaan we een paar jaar naar het buitenland.”

Rob: „We zijn sowieso wel reizigers en wilden kijken hoe zou het zijn om langere tijd in het buitenland te wonen.”

Astrid: „Maar zoiets moet op je pad komen. We zien nu wel dat een weekje Texel ook leuk zijn. Toen we laatst gingen wandelen, zei onze oudste: ‘Nederland heeft ook heel mooie plekken.’”

Rob: „Maar we blijven wél reizen.”

Reizen met baby’s

Astrid: „Voor de coronapandemie uitbrak, werkte ik in de reisbranche en de laatste jaren richtte ik me op verre reizen met kinderen. Wij maken die elk jaar, al vanaf het moment dat onze kinderen een paar maanden oud waren.”

Rob: „Toen Max, de oudste, vier maanden was, hebben we een maand door China gereisd.”

Astrid: „We zijn ook met kleine kinderen naar Zuid-Afrika, Mexico en Thailand geweest. En ik was zes maanden zwanger van de derde toen we naar Bali gingen. We deden dat wel altijd zo dat het goed te doen was. Niet zoals backpackers: we hadden alles van tevoren goed geregeld.”

Rob: „Het leuke is dat je met een baby makkelijk contact krijgt met mensen.”

Astrid: „We wisten ook dat we ons programma moesten aanpassen. De eerste dagen na een lange vlucht deden we het rustig aan.”

Rob: „Ik weet nog wel dat Morris 22 van de 24 uur wakker was tijdens de vlucht naar Bali. Als ouder maak je je altijd zorgen dat je overlast veroorzaakt. Maar de mensen om je heen vinden uiteindelijk meestal dat het wel meevalt. Als je dat weet en je bent zelf relaxed, wordt vliegen gewoon leuker.”

Astrid: „We worden eigenlijk elke dag wakker met een of twee kinderen in bed. Die zijn er dan ’s nachts bij gekropen. Stiekem vinden we dat heerlijk.”

Rob: „Max zegt om tien voor zeven al: ‘pap, we moeten opstaan’. Dan heeft hij honger. Ik neem de jongens mee naar beneden om brood te eten en dan sprinten ze weer naar boven om mama nog even te knuffelen.”

Astrid: „Rob is van het brood, ik van het aankleden. Onze taakverdeling is best traditioneel: ik doe de boodschappen, zorg voor de cadeautjes en kook. Rob doet de tuin, de financiële administratie en het vuilnis.”

Rob: „Ik werk nu thuis en zit de hele dag boven, in mijn werkkamer. Soms heb ik het zo druk dat Astrid eten en drinken komt brengen. Ik probeer wel telefoontjes buiten te doen en een rondje te lopen, zodat ik wat beweging krijg.”

Astrid: „Door corona ben ik mijn werk kwijt geraakt. Ik ga mezelf nu omscholen tot rouwtherapeut en doe vrijwilligerswerk tot ik een baan heb gevonden. We hebben de kinderen van de dagopvang afgehaald.”

Rob: „Vroeger was het altijd haasten om op tijd op ons werk te zijn. Dat is nu minder, corona heeft ook goede dingen gebracht. Het is nu afhankelijk van ons werk wie de kinderen naar school brengt.”

Astrid: „Op dit moment doe ik vrijwilligerswerk voor Slachtofferhulp en stichting Achter de Regenboog, voor kinderen die een ouder zijn verloren. Ik wilde wat meer met mensen en voor de maatschappij doen. De onderwerpen rouw en verlies vind ik interessant, vooral hoe dat bij kinderen werkt. Alles viel op z’n plek.”

Extended family

Rob: „Op woensdag en vrijdag sta ik om kwart voor acht in de sportschool. Ik zit de hele dag in calls en op mijn stoel, dus ik vind het belangrijk om een beetje actief te blijven.”

Astrid: „Ik probeer ’s ochtends iets leuks met Mila te doen: wandelen, naar een vriendin, fietsen of naar dansles. Maar we zijn ook weleens thuis. Dan rommel ik gewoon aan. Voor de schrijfcursus die ik doe en voor Achter de Regenboog moet ik best veel lezen. Af en toe gaat de televisie dan aan, zodat Mila naar Pippi Langkous kan kijken. Op dinsdagochtend helpen de opa’s en oma’s.”

Rob: „Om half zes is het spitsuur bij ons, dan zijn de kinderen helemaal hyper.”

Astrid: „De kinderen eindigen de dag altijd in de speeltuin met de buurkinderen. De buren zijn een soort extended family. Zij hebben ook drie kinderen en tijdens de eerste lockdown spraken we af dat we alleen elkaar zouden zien. Ieder weekend aten we samen en de kinderen speelden elke dag met elkaar en bouwden hutten.”

Rob: „Om zes uur eten we. Meestal kijken de kinderen naar Klokhuis en het Jeugdjournaal, en nu ook naar het Sinterklaasjournaal. Daarna gaan we naar boven en lezen we voor. Dat is ook een beetje spitsuur, met twee ouders en drie jonge kinderen die allemaal moeten worden voorgelezen. Of we moeten met ze meelezen, oefenen met lezen. Max kan nu echt voorlezen aan Mila, dat is mooi om te zien.”

Astrid: „Mijn grootste uitdaging is om daarna nog te studeren. Rob moet vaak nog werk afmaken. We proberen om tien uur, half elf nog een serietje te doen.”

Rob: „Rond twaalf uur gaan we slapen. En een paar uur later begint het hele feest dan opnieuw.”