Oudste Nederlandse dwarsfluit speelt ‘als kus uit de zestiende eeuw’

Archeologie In een gezonken zeilschip in het Markermeer is de oudste dwarsfluit van Nederland gevonden. Mogelijk was het instrument van een huurling.

De oudste dwarsfluit van Nederland is 69 centimeter lang en gemaakt van buxushout.
De oudste dwarsfluit van Nederland is 69 centimeter lang en gemaakt van buxushout. Foto Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Helder klinkt het signaal ‘ten strijde’ in het Auditorium van het Rijksmuseum in Amsterdam. „Stel je voor dat talloze fluitisten dit op het slagveld tegelijk speelden”, zegt fluitiste Kate Clarke, nadat ze heeft laten horen hoe de replica van een bij Warder opgegraven renaissancefluit klinkt. „Bloedstollend.”

Luister hier naar het geluid van gereconstrueerde dwarsfluit.

Het origineel, zo maakten onderzoekers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed vrijdag bekend, is de oudst bekende dwarsfluit in Nederland. Waarschijnlijk is hij in de eerste helft van de zestiende eeuw gebruikt door een militair met Zwitserse connecties.

Markermeer

De fluit is in 2017 ontdekt bij opgravingen in het Markermeer. Hij zat in een rank en veertien meter lang zeilscheepje. Hierin troffen de archeologen behalve de gebruikelijke scheepsonderdelen gebruiksvoorwerpen die erop duiden dat het scheepje gebruikt is als handelsschip of lichter. Aan boord troffen ze ook de houten dwarsfluit aan. Analyse van het scheepshout heeft duidelijk gemaakt dat het scheepje na 1536 is gebouwd.

De fluit zelf blijkt gemaakt van buxushout. Hij is 69 centimeter lang en heeft een mondgat en zes vingergaten. De vingergaten zijn binnen breder dan buiten, waardoor intonatie, klank en bespeelbaarheid verbeterd zijn, blijkt uit onderzoek door fluitbouwer Roberto Bando, die ook de door Clarke bespeelde replica heeft gemaakt. De gaten zijn met zorg en met speciaal gereedschap aangebracht. Tussen het mondgat, dat met een stuk kurk was afgesloten, en het eerste vingergat zijn zeven dunne ijzerdraden aangebracht. Waarschijnlijk als reparatie van een scheur.

Onspeelbaar krom

Hoewel het hout van de fluit nog in goede conditie is, is hij niet meer bespeelbaar, want hij is kromgetrokken. Uit CT-scans is ook gebleken dat de ronde binnenkant ovaal is geworden. De opgegraven fluit valt op door een stuk messing boven- en onderaan. Onduidelijk is of het metaal ornamenteel of functioneel is geweest.

De tot nu toe oudste fluit in Nederland stamt uit 1590. Hij is gevonden bij het Behouden Huis op Nova Zembla en is nu in het Rijksmuseum. Uit Oostenrijk en Italië zijn fluiten bekend die ongeveer even oud zijn als het exemplaar dat bij Warder is gevonden. Verder zijn er volop zestiende-eeuwse schilderingen waarop vergelijkbare fluiten zijn afgebeeld. De tenordwarsfluit uit die tijd had een bereik van twee tot tweeënhalve octaaf en was geschikt voor de muziekgenres uit de Renaissance.

Muzicerend gezelschap, een schilderij uit 1530 van een onbekende meester uit de Zuidelijke Nederlanden. De vrouwen spelen het gedicht Jouissance vous donneray, op muziek gezet door Claudin de Sermisy

Beeld Hermitage, SInt Petersburg

Piekeniersfluit

In het begin werd dit type fluit door militairen gebruikt om signalen in de strijd te geven. Vooral piekeniers uit Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland maakten er gebruik van. Van lieverlee ontwikkelde de fluit zich tot een goedkoop ‘gewoon’ muziekinstrument voor alle sociale klassen: militaire muzikanten speelden buiten de strijd soms voor zichzelf of samen en uiteindelijk kwam de dwarsfluit ook in allerlei muzikale ensembles terecht.

De opgegraven fluit bevatte nog een verrassing: binnenin is een stuk papier met tekst vastgezet. Mogelijk is dat aangebracht als een snelle oplossing voor een ‘lek’. Met een soort periscoop zijn foto’s van het papier gemaakt: het gaat om een slecht leesbare Duitse tekst met gotische letters. Het lettertype lijkt op wat twee Neurenbergse uitgevers gebruikten, Konrad Resch en Johannes Petreius. Van Petreius is bekend dat hij muziekboeken uitgaf. Ook vertonen de letters overeenkomsten met het lettertype in muziekboeken van Sebastian Virdung (1511) en Martin Agricola (1529). Maar het zou ook kunnen gaan om een protestantse tekst, omdat Resch, Petreius en de uitgever van Agricola (Georg Rhau) sterke banden hadden met het toen opkomende protestantisme. Zodra bibliotheken met vroeg zestiende-eeuwse boeken weer open zijn, gaat de zoektocht naar de herkomst van de tekst verder.

Huurling met fluit

Aannemelijk is dat de fluit een Duitse of Zwitserse herkomst heeft en mogelijk het bezit van een huurling was. Het is wel nog de vraag wat de fluit in het scheepje deed.

Clarke, die net bij Oxford University Press het eerste handboek over de renaissancefluit heeft gepubliceerd, is sowieso blij met de vondst en de replica’s. Ze heeft ook het origineel aan haar lippen gehad. „Zo intiem, alsof je een kus uit de zestiende eeuw krijgt.”