Hoe lang nog mondkapjes?

Frits Abrahams

‘Wanneer zullen we onze mondkapjes weggooien?” vroeg Elisabeth Rosenthal, ‘opinion writer’ van The New York Times, onlangs aan dr. Anthony Fauci. Hij is het geweten van de coronabestrijding in Amerika en als zodanig een tegenstander van president Trump, juist omdat hij ook lid is van diens Witte Huis Coronavirus Task Force.

Fauci stelt zich ten opzichte van de president strikt onafhankelijk op, zoals blijkt uit zijn uitspraak: „U bent niet degene die de tijdlijn bepaalt, het virus doet dat!” Trump heeft herhaaldelijk op het punt gestaan Fauci eruit te gooien, maar hij schrok telkens terug voor diens grote reputatie als wetenschapper.

Het antwoord op de vraag van Rosenthal over die mondkapjes bewaar ik lekker tot het laatst. Waarom zou ik niet de slechte gewoonte mogen overnemen van talkshows en actualiteitenprogramma’s op tv om het interessantste onderwerp pas aan het slot te behandelen? Laatst moest ik in Nieuwsuur een half uur door oud nieuws strompelen voor ik Tommy Wieringa in gesprek met Obama mocht zien – en toen kregen we nog maar twintig minuten, voor de andere twintig minuten moest je naar de website; die Obama moet niet denken dat hij God in Nederland is.

Fauci is een bedachtzaam pratende man, net als zijn Nederlandse evenknie Jaap van Dissel. Het belangrijkste verschil tussen hen is de waardering van het mondkapje: Fauci gelooft erin, Van Dissel niet. Maar goed, over dat mondkapje straks dus méér – wachten maakt een mens begerig.

Ik wil van zo’n belangrijke wetenschapper juist graag antwoorden horen op de triviale vragen die bij mezelf steeds weer opkomen. Rosenthal stelde in dat genre een hele goeie: „Ik zie dat u uw haar heeft laten knippen. Wat vindt van kapperszaken?” „Het hangt ervan af”, antwoordt Fauci. „Ik ging altijd om de vijf weken naar de kapper. Nu ga ik om de twaalf weken. Voor de zekerheid draag ik een mondkapje evenals degene die mij knipt.” Een antwoord dat mij lang aan het denken zette. Er zit een zeer irrationeel element in, dat tegelijk reuze herkenbaar is. Fauci geeft impliciet toe dat het risicovol is om naar de kapper te gaan. Het gaat hem te ver om dat risico één keer in de vijf weken te lopen, maar één keer in de twaalf weken kan er kennelijk mee door.

Hoezo, denk ik dan eigenwijs, waarom zou je überhaupt je leven op het spel zetten voor een bezoek aan de kapper? Toch doen we dat allemaal, ik ook. Mijn kapper klaagt dat zijn klandizie afneemt; de klanten komen wel, maar minder frequent. Die klanten zijn zich dus, net als Fauci, terdege bewust van het risico, maar ze wagen het erop. Welbeschouwd nemen we voortdurend dergelijke risico’s op de koop toe. Binnenkort moet ik met mijn kat per taxi naar de dierenarts. De vorige keer werd ik alleen van de chauffeur gescheiden door een gescheurd plastic schermpje, dat dapper wapperde in de wind. Vond ik dat de gezondheid van mijn kat boven de mijne ging? Nee. Toch bleef ik in die taxi zitten. Corona maakt onbegrijpelijke wezens van ons.

Jaja, de mondkapjes. Hoe lang moeten we die bankroversoutfit nog dragen? Volgens dr. Fauci een hele tijd. „We gaan het oude normaal pas benaderen – indien een overweldigende meerderheid zich laat vaccineren – als we het derde of vierde kwartaal van 2021 ingaan.”