Gigantische Pluis

Net als je dacht dat 2020 niet harder kon toeslaan, pakt het Maradona af en dat terwijl Pluis de dood voorbij kon spelen als was zij een Engelse international. Hij deed het met een bloeding, met een overdosis, met hartritmestoornissen, met een coma, met nog een overdosis, met snuiven, zuipen en slempen. De dood is niet gek en ze is geen Engelse international, dus 25 november, exact dezelfde datum waarop ze vier jaar geleden zijn vriend Fidel Castro meenam, zei ze tegen Pluis: meekomen, gap.

Er zijn mensen die Maradona een junk en een zuiplap noemen of een sukkel die zijn leven heeft vergooid. Als ik dat uit een Nederlandse mond hoor komen, vraag ik me af of die mond dat ook over André Hazes zou zeggen. Leven vergooid. Dikke sukkel. Niet de slimste ook. Nee. Dat doen we in Nederland niet. Je zwijgt of je erkent het fenomeen van een volksjongen met een buitenaards talent die met gaten in de schoenscholen opklimt tot idool en door de menigte verslonden wordt. Dat maakt de sukkel niet de jongen.

De Noord-Amerikaanse droom belooft dat al ben je in armoede geboren je multimiljonair kunt worden. Dat dat negen van de tien keer gepaard gaat met het uitbuiten van andere armen, wordt er zelden bij vermeld. Maradona was de belichaming van de Zuid-Amerikaanse droom: voetballer zijn, de wereld veroveren, je mensen helpen met geld en – onvermeld – uitgebuit worden en bij tijd en wijle je neus vol stoppen.

Pluis deed het allemaal. Pelusa noemde zijn vader hem omdat hij als baby onder het haar zat. Pluis, niet Pluisje zoals we vaak in Nederland zeggen, dat zou in het Spaans pelusita zijn. Pluisje maken van Pelusa is het woord verkleinen in de vertaling. Maradona was niet de voetballer voor verkleinwoorden, wel was hij knetterkatholiek. Ik ben een vierde generatie atheïst, maar ik gunde hem zijn bijbelse hiernamaals. Ik gunde hem dat hij door die tunnel kon lopen richting het licht en dat hem daar geen voetbalveld wachtte omringd door de hongerige massa, maar wel zijn vriendelijke schepper, geheid ook een voetballiefhebber, anders kon de sport nooit zo groot geworden zijn. Ik gunde hem dat zijn schepper een hand op zijn schouder zou leggen, zou knipogen en iets zou zeggen als: „God is thuisgekomen, welkom.” Samen zouden ze naar de hemelpoort lopen en daar aangekomen, heb ik wat ik dacht Maradona te gunnen, drastisch bijgesteld.

Als de katholieken het hiernamaals hebben mogen inrichten, stikt het er van de dode voetballiefhebbers. Dan hoorde Maradona onderweg naar het licht het scanderen al: ‘Maradó! Maradó!’ Achter de hemelpoort zou het zwart zien van de fans. De lenigsten zouden al hoog in de spijlen zijn geklommen. De massa zou hem extatisch zijn dood in verwelkomen: ‘Maradó! Maradó!’ De hem voorgehouden hemel kan voor Pluis zomaar een hel worden, dus is het misschien beter als hij van ster naar stof mag gaan. Op aarde leefde hij zowel in de hel als in de hemel. Zijn leven was hem al lang geleden afgepakt.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.