Elizabeth Hargrave: „Ik heb niets met treinen of aliens. Wel met vogels.”

Interview

Hoe vogelaar Elizabeth Hargrave het populaire bordspel Wingspan maakte

Elizabeth Hargrave Geen treinen of kastelen, maar natuur. Elizabeth Hargrave ontwerpt spellen over onderwerpen die haar „wél aan het hart” gaan.

Mijn lievelingsspel vroeger was bedreigdedierenkwartet, van het Wereld Natuur Fonds. Tot wanhoop van mijn ouders wilde ik élke avond hetzelfde spel spelen. De mooiste kaart was die met het babyzeehondje: pluizig en wit, met grote droeve ogen.

Naarmate ik ouder werd bleef de natuurliefde bestaan, maar mijn spelleninteresse taande. Risk, Stratego, Catan – ik had er het geduld niet voor om me urenlang te verplaatsen in een kolonel of kolonist. Pas dit voorjaar ontdekte ik weer een spel waarin ik me urenlang kan verliezen. Een spel waarbij je eieren legt, rupsen verzamelt en je inleeft in een trompetkraanvogel of een Californische condor. Een vogelspel: Wingspan, van de Amerikaanse spellenmaakster Elizabeth Hargrave (1972).

En ik ben niet de enige fan. In 2019 werd Wingspan in Nederland genomineerd voor ‘Spel van het Jaar’ en in Duitsland (internationaal toonaangevend op bordspelgebied) werd het ‘Kennerspiel des Jahres’. Wingspan bleek een spel dat ‘buitenmensen’ en ‘binnenmensen’ kon verenigen. Vogelaars zijn enthousiast over de 170 natuurgetrouwe vogelkaarten, mét achtergrondinformatie per soort. In Nederland gaat van elk aangeschaft spel zelfs een bijdrage naar Vogelbescherming Nederland. „En bordspelliefhebbers kijken vaker naar buiten dan voorheen”, zegt Hargrave vrolijk, tijdens een Skype-gesprek vanuit Washington DC. „Opeens hoor ik van vrienden die niets met de natuur hadden dat ze een vogelhuisje in de tuin hebben opgehangen. Of een onbekende die me mailde om te vertellen dat hij zijn eerste Amerikaanse slangenhalsvogel had gespot.”

Ben je zelf een vogelaar?

„Ja, zo is Wingspan ook ontstaan. Ik ben opgegroeid in Florida en we gingen vaak de natuur in. Zodra ik uit huis ging kocht ik mijn eigen verrekijker. Vooral rode lepelaars vind ik mooi, met die gekke snavel van ze. Met spelletjes had ik vroeger minder. Een bordspelcultuur zoals in Europa ontbrak in Amerika. Maar in 2005 was ik met wat vrienden op wintersport. Omdat ik uit het zuiden kom heb ik nooit leren skiën. Dus ging ik vooral veel vogels kijken – met sneeuwschoenen onder – en spelletjes spelen. Kolonisten van Catan, Carcassonne, Ticket to Ride, noem maar op. En dat was leuk. Maar naarmate ik meer spellen leerde kennen, viel me op dat sommige thema’s wel érg vaak terugkomen. Denk aan titels als Steam, Whistle Stop, Railways of the World…”

Te veel treinen?

„Er zijn zóveel bordspellen over treinen. Ik heb niets met treinen. Of met buitenaardse wezens, of kastelen, of oorlogsvoering. Dus ik dacht: dan kan ik beter een spel ontwerpen over iets wat me wél aan het hart gaat. De eerste opzet voor Wingspan bedacht ik al jaren geleden. Ik werkte toen nog als zorgverzekeringsadviseur, dus het ontwerpen deed ik in mijn vrije tijd.”

Ik houd van spellen waarbij je gebruik moet maken van grondstoffen

Waarmee begin je, als spelontwerper?

„Met zoeken naar ingrediënten die voor jou een spel tot een goed spel maken. Ik houd bijvoorbeeld van spellen waarbij je gebruik moet maken van grondstoffen – denk aan hout, erts, wol, steen en graan bij Catan. Dat zijn bij Wingspan muizen, vissen, bessen, rupsen en graan geworden. Verder wil ik dat er dynamiek inzit: een spel wordt nooit twee keer hetzelfde als de doelen per ronde wisselen, en je voldoende verschillende kaarten hebt. Maar natuurlijk hangt het ook van het onderwerp af. Mijn nieuwste spel, Mariposas, gaat over de trek van de monarchvlinder, ruim 5.000 kilometer, vanuit het oosten van de VS naar Mexico. Daarbij is het logisch dat je tijdens het spelen de vlinders over het bord beweegt.”

En hoe zorg je ervoor dat het wetenschappelijk klopt?

„Voor Wingspan heb ik veelvuldig de vogelgids geraadpleegd van de Audubon Society, de Amerikaanse vogelbescherming. En ik heb veel tijd doorgebracht op e-Bird, een online database met vogels. Ik had een enorm Excel-bestand met per vogel informatie over bijvoorbeeld leefgebied, voedselvoorkeuren en beschermingsstatus. Toen het spel bijna af was heb ik ook ervaren vogelaars naar hun mening gevraagd. Maar ik wilde ze het niet aandoen om al vanaf het begin mee te kijken: toen zat ik vooral in mijn eentje te klooien om er een zo interessant mogelijk spel van te maken.

Voor Mariposas kwam de eerste inspiratie in 2003 – dus nog vóór ik me met bordspellen bezighield. Toen waren mijn man en ik zes maanden op huwelijksreis, onder andere in Mexico. En daar belandden we in Michoacan: het natuurreservaat waar elk jaar miljoenen monarchvlinders overwinteren na hun trek vanuit het oosten van de VS. In dat kleine gebied kwam een heel continent aan vlinders samen, dat was zó indrukwekkend. Daarna ben ik veel over de vlinders gaan lezen. Over hoe ze veertig kilometer per dag kunnen vliegen. Maar ook over hoe de vlinderpopulatie tussen 1995 en 2015 met 80 procent is afgenomen, deels doordat de voedselbron voor de monarchrupsen, de zijdeplant, verdwijnt. Zulke informatie probeer ik in mijn spel te verwerken: bijvoorbeeld door spelers te laten ervaren dat een groot deel van de vlinders de finish in Michoacan nooit zal halen.”

Je bracht Mariposas speciaal uit bij een uitgeverij die vrouwelijke spelontwerpers zocht. Is het dan zo’n mannenwereld?

„Absoluut. In 2018 is er een wetenschappelijk artikel verschenen van Tanya Pobuden, waaruit bleek dat maar 8 procent van de spellen in de Top-200 van website Boardgame Geek door vrouwen is ontworpen. Op de doos van bordspellen staan – naast aliens, treinen et cetera – vooral mannen afgebeeld. Witte mannen. Want de bordspellenwereld is vooralsnog ook een weinig multiculturele wereld.”

Vogelaars met een andere huidskleur hebben te maken met een hoop vooroordelen

Hoe is die verhouding onder vogelliefhebbers?

„Hier in de stad zijn er volgens mij meer vrouwelijke dan mannelijke vogelaars. Maar dat is niet overal zo. Op sommige plekken vormen vrouwen vogelgroepjes omdat ze er liever niet in hun eentje op uit trekken. En vogelaars met een andere huidskleur hebben te maken met een hoop vooroordelen. Zodra ze een verrekijker om hebben worden ze meteen als verdacht beschouwd. Dit voorjaar nog belde een vrouw de politie in Central Park in New York omdat ze zogenaamd zou worden lastiggevallen door een zwarte man. Maar die man, een vogelaar, had de hele interactie gefilmd. En het bleek dat hij haar alleen had gevraagd of ze haar hond wilde aanlijnen, omdat de vogels er onrustig van werden. Zulke voorvallen overschaduwen de lichte, leuke kant van vogelen.”

Kun je vogels kijken zien als een vorm van spelen?

„Het kan in ieder geval competitief zijn, vraag maar aan mijn man… Op e-Bird kun je invullen hoeveel vogels je op een locatie hebt gezien. Als er iemand is die nét één soort meer heeft gezien, dan gaat hij ook extra zijn best doen. Een paar weken terug hebben we trouwens Wingspan gespeeld met neefjes en nichtjes die het nog niet kenden. Toen won hij ook.”