Opinie

Verzet in FVD tegen racisme en extremisme komt laat

Forum voor Democratie

Commentaar

Het donderend geraas waarmee een grote landelijke politieke partij implodeert, vindt in de Nederlandse parlementaire geschiedenis bijna zijn gelijke niet – op de LPF in 2002 na. Wat er aan het einde van de week overblijft van Forum voor Democratie is niet te voorspellen, of Thierry Baudet nu toch weer lijsttrekker wordt of niet.

Maar het beeld is duidelijk: de ene na de andere partijprominent verlaat het zinkende schip. En wie blijft, doet dat om anderen de tent uit te vechten. Baudet is het grillige middelpunt. Zijn afgang als politiek leider is even theatraal als zijn opkomst.

Baudet heeft het talent de Nederlandse politiek op te schudden. Hij deed het in 2016, toen hij een drijvende kracht was achter het Oekraïne-referendum. Hij deed het een jaar later, toen FVD met twee zetels in de Tweede Kamer belandde. Hij deed het ook in 2019, toen zijn partij de grootste werd. Maar zelfdestructie ligt altijd op de loer bij Baudet. Met bondgenoten maakt hij voortdurend ruzie, organiseren is niet zijn sterkste kant, politiek evenmin. Hierdoor is nooit een substantiële beweging ontstaan.

Maar het leedvermaak dat bij politieke tegenstanders te zien is, is misplaatst. Het is onwaarschijnlijk dat met het instorten van FVD een einde komt aan het gedachtengoed van Thierry Baudet. Er zal een grote voedingsbodem blijven voor rechts-populisme, wat er ook gebeurt bij FVD. Baudet is daar een uiting van, maar zeker niet de oorzaak. Een deel zal overlopen naar de PVV van Geert Wilders. Een ander deel zal elders onderdak vinden.

Door de circusact die Baudet en zijn voormalige vrienden opvoeren, met een bijrol voor de mysterieuze slotenmaker die de sloten op het partijbureau kwam vervangen, dreigt de oorzaak van alle problemen uit het oog te verdwijnen. Het ging om racisme, antisemitisme en seksisme. Het ging ook om een partijcultuur waarin zulke uitingen lange tijd gedoogd werden. Afgelopen weekend onthulde Het Parool hoe jongerenorganisatie JFVD totaal vergiftigd is. In appgroepen werd het nationaal-socialisme geprezen, of werd geschreven dat „Joden internationale pedonetwerken hebben en vrouwen massaal de pornografie in helpen”. De partijtop keek weg. Juist klokkenluiders werden geroyeerd. De inmiddels afgetreden JFVD-voorzitter Freek Jansen beschermde leden die zich racistisch of extremistisch uitten. Sterker: één van de boosdoeners werd bevorderd tot fractiemedewerker in Den Haag. Het is terecht dat een groot deel van de partijtop een streep trok. Maar het is veel te laat en daardoor weinig geloofwaardig. De apps zijn een symptoom van een diep ingesleten cultuur binnen FVD. Al in april publiceerde HP/De Tijd over antisemitische en racistische apps. Er werd nauwelijks ingegrepen.

De partijtop had ook vele malen kunnen ingrijpen bij Thierry Baudet zelf. Niets gebeurde toen Baudet een filmpje verspreidde met de afbeelding van politieke kopstukken – dat een aanklacht was tegen geweld tegen vrouwen door migranten, met daaronder de tekst ‘Ich habe es gewusst’. Er gebeurde eveneens niets toen hij op sociale media het verhaal verspreidde dat twee vriendinnen in de trein waren lastiggevallen door „vier Marokkanen”. Het incident bleek verzonnen, het ging om een kaartcontrole. Toen Baudet in de Kamer een theorie over ‘omvolking’ ontvouwde: niets. Het etentje met white supremacist Jared Taylor. De keer dat Baudet sprak over „onze boreale wereld”, een geliefde term in extreem-rechts, bleef het stil. En zo zijn er nog talloze momenten dat er iets gezegd had moeten worden. De wind waait bij Thierry Baudet consequent uit één richting. De verbazing over het extremisme in zijn entourage doet opportunistisch aan.