Opinie

Soms wil de PvdA rozen, dan chrysanten

Petra de Koning

PvdA’er William Moorlag (60) heeft nog drie maanden als Tweede Kamerlid en hij weet heel precies wat hij in die tijd nog wil doen, samen met een collega van de VVD: de Waddeneilanden „verlossen” van de watercrassula, een Australische woekerplant die andere planten wegdrukt. Moorlag zegt dat op woensdagmiddag in het café van de Tweede Kamer, in de pauze van een debat. De avond ervoor hebben kandidaat-Kamerleden van de PvdA te horen gekregen wat hun plek is op de lijst voor de verkiezingen. De selectiecommissie had hém al een paar weken geleden laten weten dat hij weinig kans maakte, Moorlag had toen zelf gezegd dat hij zich terugtrok als kandidaat.

Daarna bleef hij toch een heel klein beetje hopen op een plek. Maar hij werd niet gebeld. Bij de koffie zegt hij dat hij het jammer vindt. „Meer niet. Het raakt niet aan mijn levensgeluk of gezondheid.” Zo’n lijst noemt hij „een boeketje”: de ene keer wil de partij vooral rozen, de andere keer wat meer chrysanten. In 2017, zegt hij, had hij als voordeel dat hij vakbondsbestuurder was geweest. Daar had de PvdA er toen zelfs drie van op de lijst.

Het hielp ook dat hij mavo had gedaan, in Delfzijl, en al op zijn zeventiende was gaan werken in de zorg. „Ik ben een voorbeeld van de verheffing van de onderklasse.” Zijn vader, een zeeman, dronk veel, hij sloeg. Zijn ouders scheidden toen William Moorlag een puber was. In die tijd was hij zelf een halve crimineel, hij reed dronken rond op brommers, stak vuurwerk af in brievenbussen, vernielde bushokjes.

„Nu”, zegt hij, „is voor de PvdA diversiteit ongelofelijk belangrijk. Mijn categorie, blanke mannen van een gevorderde leeftijd, was oververtegenwoordigd.”

Moorlag klinkt niet bitter.

Wat verderop in de Tweede Kamer, zo’n vijftig meter van de koffiehoek, is de gang van Forum voor Democratie. Daar brandt één licht, de woordvoerder is aan het werk. Maar voor wie? In Amsterdam is een hevige machtsstrijd aan de gang tussen FVD-bestuursleden en FVD-oprichter Thierry Baudet.

Moorlag vertelt wat hij had willen doen als hij had mogen doorgaan als Kamerlid: natuurliefhebbers en boeren dichter bij elkaar brengen. „Als je vóór de natuur bent, is het nu alsof je tegen de boeren bent, en andersom. Dat steekt me als een graat in de keel.”

Of Moorlag zelf vindt dat hij een goed Kamerlid was? „Het hangt ervan af wat je belangrijk vindt”, zegt hij. „Ik heb geprobeerd om dienend te zijn aan het collectief. Dat is een rol die mij ligt. Ik wil dat de toppers in onze fractie veel ruimte krijgen.”

Het is alleen níet een rol waar je op het Binnenhof ver mee komt. „In de Haagse werkelijkheid is het belangrijk dat je opvalt, ja.”

Dan moet Moorlag terug naar het debat. Niet zíjn onderwerp, het gaat over Justitie. Hij vervangt een collega.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.