Een groene enclave die intimiteit en geborgenheid biedt

Parkzicht In Delft ziet hoe industrieel Jacques van Marken eind negentiende eeuw met Tuindorp Agnetapark een waar arbeidersparadijs had ontwikkeld.

Foto Melissa Fenijn

Veel stadsparken, beschermde duinlandschappen en bosgebieden op de Veluwe hebben we te danken aan vooruitstrevende burgers. Zonder deze maatschappelijk betrokken en bevlogen, en bovendien vaak vermogende particulieren, had ons land er een stuk schraler uitgezien. Geen Vondelpark, geen Stichting Zuid-Hollands Landschap, geen Groninger Stadspark, om een aantal voorbeelden te noemen. Bekende filantropen als Sarphati, Van Eeghen, Scholten en Kröller-Müller waren de grote dromers die eind negentiende, begin twintigste eeuw hiermee hun sporen nalieten.

Minder bekend is Jacques van Marken, de oprichter van Calvé en de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek in Delft, de voorloper van het huidige DSM. In tegenstelling tot Philips, Stork of Heineken, verbond Van Marken zijn familienaam niet aan zijn bedrijf en zo gleed hij, geheel onterecht, af in de vergetelheid. Dankzij het spitwerk van historicus en schrijver Jan van der Mast verscheen een lijvige biografie én de geromantiseerde levensvertelling Agneta, over de echtgenote van deze Delftse industrieel wiens dagboeken pas in 2040 mogen worden geopenbaard.

Van Marken was een markante persoonlijkheid. Zo was hij de eerste Nederlander met een telefoon, de vierde met een auto en legde hij de basis voor wat later zou uitmonden in voorzieningen als collectief pensioen, ziektekostenverzekering en ondernemingsraad. Verder stichtte hij de eerste bedrijfskrant ter wereld en een voorloper van het buurthuis, de eerste in ons land. En Van Marken trok zich het lot van de arbeider aan. ‘De fabriek voor allen, allen voor de fabriek’, luidde het passende credo op het vaandel van de fabrieksharmoniekapel. In het door hem bedachte tuindorp woonde zijn gezin letterlijk temidden van het werkvolk in de villa Rust Roest.

Tuindorp Agnetapark, vernoemd naar zijn vrouw, geldt als eerste tuindorp in Nederland en als een van de honderd belangrijkste rijksmonumenten van ons land. Wie tegenwoordig het wijkje buiten het centrum van de stad bezoekt, het ligt pal naast het fabrieksterrein, stapt in een andere wereld. Waar ooit weiland was, schiep Van Marken een arbeidersparadijs, „van weiland tot lusthof”, zo schreef hij.

Foto Melissa Fenijn

Oorspronkelijk lag Agnetapark omsloten door drie grachten, achter een sierlijke gietijzeren poort, die om middernacht op slot ging. Met gelijk geschoren heggen, fris onderhouden woningen en een gemoedelijke rust is het tuindorp tegenwoordig een groene enclave. De aanleg van de 78 woningen in drie onderscheiden typologieën wordt als geheel bijeengehouden door een dorps stratenplan, waarin rondlopende straatjes intimiteit en geborgenheid bieden. De aanleg is van Louis Paul Zocher, telg uit het vermaarde geslacht parkinrichters die overal in Nederland actief waren. De typische Zocher-elementen zijn goed herkenbaar: een centraal gelegen slingerende waterpartij, een eilandje en nergens rechte paden of haakse kruisingen. En ondanks de bebouwing en de woningen is de stad ver weg.

Port Sunlight

Agnetapark maakte al snel wereldwijd furore. Dat gebeurde nadat in 1884 een maquette van het tuindorp in Londen was geëxposeerd en de aandacht trok van de gebroeders Lever uit Liverpool. Later zouden zij daar Port Sunlight bouwen, net als Agnetapark een modeldorp en arbeidersparadijs. „Zou de ligging der woningen in een lieflijke natuuromgeving niet heel wat opwekkender en verheffender zijn voor geest en hart van grote en kleine huisgenoten, dan die in een smalle straat of in een slop?”, schrijft de Fabrieksbode op 12 januari 1884. Het gastenboek van Agnetapark kent beroemde bezoekers als William Booth, de oprichter van het Leger des Heils, en Wilhelm Liebknecht, mede-oprichter van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands.

Tussen ‘hun’ arbeiders leefden de Van Markens een mondain leven. Niet onvermeld mag blijven dat Van Marken, verwoed fotograaf, in 1897 de eerste filmopnames in Nederland realiseerde, direct nadat hij uit Parijs een camera had verworven. Of dat hij Jan Toorop het beroemde ‘slaoliestijl’-affiche liet ontwerpen, het icoon van de Nederlandse Jugendstil. Van Markens levensmotto klinkt door in zijn levenslied: Breng ieder uur / een woord een daad / Die voor de wereld / iets achterlaat.

Latere tuindorpen als Vreewijk in Rotterdam, ’t Lansink in Hengelo of het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen vormen zo mede de groene getuigen van deze voortvarende Delftse visionair.