Recensie

Recensie

De grimmige toekomst van het milieu

Klimaat De Britse klimaatjournalist Mark Lynas moest zijn boek uit 2008 geheel herschrijven. Destijds leek het tij nog te keren, nu is de aarde op weg naar twee graden opwarming: de samenleving komt zwaar in de knel.

Opgedroogde rivieren en kreken in Queensland, Australië. Foto David Gray/Reuters
Opgedroogde rivieren en kreken in Queensland, Australië. Foto David Gray/Reuters

In zijn boek Zes graden, over ‘onze toekomst op een warmere planeet’, beschreef de Britse klimaatjournalist Mark Lynas in 2008 een apocalyptische scène in Houston. Het is 2045 en de aarde is drie graden opgewarmd. Superorkaan Odessa nadert de kust van Texas. Terwijl sommigen nog koortsachtig hun ramen dichttimmeren, ontvluchten de meeste inwoners in paniek de stad. En dat is maar goed ook. Want korte tijd later beuken windvlagen met snelheden van een paar honderd kilometer per uur in op de gebouwen. Het ergste moet dan nog komen, hoosbuien die in combinatie met de stormvloed grote delen van de stad onder water zetten.

Twaalf jaar later heeft Lynas een tweede versie van zijn boek geschreven – het is geen herziene uitgave, maar een compleet nieuw boek. Daarin erkent hij, dat hij zich in 2008 heeft vergist. Drie graden opwarming zal niet in 2045 zijn bereikt, maar het denkbeeldige scenario in Houston heeft zich in augustus 2017 met de orkaan Harvey al daadwerkelijk voorgedaan. In een wereld die net één graad warmer is dan vóór de Industriële Revolutie.

Het voorbeeld laat zien waarom het goed is dat Lynas zijn boek heeft herschreven. Het concept is hetzelfde gebleven. Net als de vorige keer vertelt hij op basis van de recentste wetenschappelijke literatuur in zes hoofdstukken hoe de aarde eruit zou kunnen zien bij een opwarming van één, twee, drie, enzovoort graden. In iets meer dan een decennium blijkt er zoveel te zijn veranderd, en ook zoveel kennis bijgekomen, dat een beetje lapwerk of een extra hoofdstuk onvoldoende zou zijn geweest.

De mensheid is nu een wereld binnengetreden die in 2008 nog in het verschiet lag. Destijds bedroeg de opwarming ongeveer 0,8 graden. Inmiddels zijn we aangekomen in het eerste hoofdstuk. Eén graad is gepasseerd en we zijn hard op weg naar de twee graden.

Lynas is dan ook minder optimistisch geworden. Bij een lezing over zijn boek tijdens het schrijven van de eerste versie, hoorde hij toevallig twee luisteraars tegen elkaar zeggen dat ze het maar een deprimerend verhaal vonden. Dat verbaasde hem. ‘Jazeker, de gepresenteerde gevolgen [van klimaatverandering] zijn angstaanjagend – maar ze zijn ook, in hoofdzaak, nog te voorkomen.’

Zo stellig is hij twaalf jaar later niet meer. ‘Toen ik aan het schrijven van dit boek begon, dacht ik dat we klimaatverandering waarschijnlijk wel zouden overleven. Nu ben ik daar niet meer zo zeker van’, schrijft Lynas. Zijn eerste versie eindigde met een hoofdstuk getiteld ‘De keuze voor onze toekomst’, het nieuwe slothoofdstuk heet ‘Eindspel’.

Droogte

Over de gevolgen van de opwarming bestaat volgens Lynas weinig twijfel. Bij meer dan twee graden komt de samenleving ‘zwaar in de knel’. Bij drie graden is ‘de integriteit van de beschaving’ in gevaar. Bij vier vreest Lynas dat delen daarvan ‘compleet zullen instorten’ en bij vijf worden grote gebieden ‘biologisch onleefbaar’. Alle mooie beloftes van wereldleiders ten spijt, ze tellen op tot een planeet die aan het einde van deze eeuw zo’n drie graden warmer is. En als het tegenzit zelfs meer.

Lynas baseert zich op honderden artikelen uit alle bekende wetenschappelijke tijdschriften, die hij meestal in een paar korte en voor iedereen begrijpelijke zinnen samenvat. Hij realiseert zich als wetenschapsjournalist heel goed dat veel van die onderzoeken zijn gebaseerd op modelstudies, en dat modellen niet altijd werkelijkheid hoeven te worden. Hij heeft oog voor de onzekerheden die nou eenmaal bij wetenschappelijke uitkomsten horen.

Lees ook: ‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelofelijk diep in de shit zitten’

Over de grimmige toekomst die in Botswana ‘op basis van de jongste klimaatmodellen’ dreigt door een ernstig neerslagverlies, schrijft hij bijvoorbeeld: ‘De modellen zijn het niet eens over welke locaties precies de ergste droogte te wachten staan’. Die relativering voorziet hij wel van een nieuwe relativering. Want: ‘de algemene tendens is duidelijk’.

Soms trekt Lynas conclusies die de wetenschappers (nog) niet aandurven. Dat doet hij met een zinnetje als: ‘Wetenschappers beginnen zich af te vragen of er in het gedrag van orkanen iets blijvend is veranderd.’ In dit geval gaat het over onderzoeken waaruit blijkt dat orkanen niet zozeer in aantal, maar wel in kracht lijken toe te nemen. En als het gaat over de vervijfvoudiging van de snelheid waarmee het Groenlandse ijs is gesmolten (van 0,3 naar 1,5 mm zeespiegelstijging per jaar), sinds een onderzoek uit 2008, constateert hij: ‘Als dit geen kantelpunt is, dan weet ik het niet.’

Drie atoombommen

Toch blijft Lynas vooral een beschouwer, die de onderzoeken voor zich laat spreken en op een levendige manier met elkaar verbindt. Met heldere beelden en vergelijkingen laat hij voelen wat er op het spel staat. De oceanen nemen door ons toedoen evenveel energie op als er vrijkomt bij drie Hiroshima-atoombommen per seconde. Een Nederlander is door zijn CO2-uitstoot gemiddeld verantwoordelijk voor 30 vierkante meter ijsverlies in het Noordpoolgebied (een Amerikaan voor bijna 50 vierkante meter, een Chinees voor 20 en een Indiër voor vijf vierkante meter). En steden op het noordelijk halfrond wandelen qua klimaat ieder jaar als het ware 20 kilometer zuidwaarts.

Wie na deze inderdaad vaak angstaanjagende feiten is aangekomen bij het ‘Eindspel’ zal zich er misschien over verbazen dat Lynas zijn boek toch niet ziet als ‘een onheilstijding van een onvermijdelijke apocalyps’. Mild is hij niet, maar we kunnen nog steeds het ergste voorkomen. Laten we alleen wel eerlijk zijn over de keuzes, schrijft hij.

Om onder de anderhalve graad opwarming te blijven zouden we vandaag nog alle plannen voor nieuwe fossiele elektriciteitscentrales in de prullenbak moeten gooien, moeten stoppen met de verkoop van auto’s, vliegtuigen, cementovens en andere energieslurpers – ‘ongeacht de gevolgen voor de werkgelegenheid en de economie’. En rijke landen zullen de groeiende energiebehoefte van arme landen moeten betalen, want het recht op goedkope energie kunnen we hun niet ontzeggen.

We kunnen ook besluiten ons huidige, aangename leven langer voort te zetten en de anderhalve graad te laten schieten. Maar dan moeten we niet raar opkijken als de koraalriffen sterven, droogtes en overstromingen toenemen, de Noordpool in de zomer ijsvrij is, kustplaatsen onleefbaar worden. Het is aan ons, schrijft Lynas. ‘We hebben de mondiale koolstofthermostaat nog steeds vooral zelf in de hand.’ Ik help het ons hopen.