Opinie

Bij strijd tegen misdaad spelen partijen weer op buikgevoel

De verkiezingsprogramma’s van de drie grootste regeringspartijen beloven veiligheid. Maar ze bereiken het omgekeerde, concludeert criminoloog Marc Schuilenburg in de Veiligheidscolumn.
ANP XTRA Roos Koole

De drie grootste Nederlandse regeringspartijen hebben hun verkiezingsprogramma’s bekendgemaakt. Daarin is weer veel aandacht voor het terrein veiligheid. De vraag dringt zich op of de voorstellen goed zijn doordacht. Zal hierdoor de veiligheid in Nederland toenemen?
Laat ik met het positieve nieuws beginnen. Positief is dat de regeringspartijen eindelijk erkennen dat de criminaliteit in Nederland flink is gedaald. Zelfs de VVD schrijft in haar nieuwe programma dat het „op veel punten goed gaat met de veiligheid”. Dit is lang anders geweest. Zo horen burgers al jaren hoe onveilig Nederland wel niet is, en over de noodzaak van steeds strengere maatregelen om te voorkomen dat criminelen vrij spel krijgen.

Voor wie het nog niet weet. In Nederland is zowel de geregistreerde criminaliteit als het zelfgerapporteerde slachtofferschap met ruim een derde gedaald en die daling gaat op voor bijna alle misdrijven, van moord en doodslag tot woninginbraken. De belangrijkste oorzaak van die daling is de toegenomen aandacht voor criminaliteitspreventie. Bedrijven en burgers doen veel meer om misdaad te voorkomen. Denk aan sloten op deuren en startonderbrekers in auto’s. Logisch dus dat de gevangenissen leegstaan.

Kreten

Het slechte nieuws is dat de verkiezingsprogramma’s vol staan met hysterische taal over hogere straffen en onverstandige verhalen over harder optreden. Politici denken nog steeds dat je kreten als ‘tijd voor een hardere aanpak’ (CDA) en ‘uitbreiding van de wettelijke bevoegdheden’ (VVD) moet gebruiken om indruk te maken. Daarbij is het met een vergrootglas zoeken naar concrete plannen om het succesvolle preventieve beleid verder uit te bouwen.
D66 vormt hierop een uitzondering met het pleidooi om via opleidingen bijvoorbeeld jongeren een uitweg te bieden uit de criminaliteit. Maar in de programma’s van het CDA en de VVD valt ‘preventie’ slechts één keer. Dat is opvallend. Wetenschappelijk onderzoek heeft onomstotelijk aangetoond dat juist met preventieve maatregelen criminaliteit afneemt. De politiek is deze conclusie volledig vergeten.

Deltaplan

Slecht nieuws is ook dat de politieke programma’s vooral oog hebben voor de strijd tegen drugscriminaliteit. Zo meent het CDA nog steeds dat er een einde kan worden gemaakt aan de normalisering van drugsgebruik. Het introduceert zelfs een ‘Deltaplan Ondermijning’ om de oorlog tegen de drugscriminaliteit voorgoed te winnen. Ook de VVD maakt er weer een verplicht nummertje van door te stellen dat voor drugscriminelen alles lijkt toegestaan.
Het besef dat er een intelligenter en veel creatiever drugsbeleid moet komen omdat het huidige beleid totaal zinloos is, leeft niet in Den Haag. Daarbij wordt vergeten dat de bestrijding van drugs een enorm beslag legt op de capaciteit van de handhaving. Door de maniakale aandacht voor drugs blijft de opsporing van milieudelicten en witteboordencriminaliteit in het verdomhoekje zitten. Maar de grootschalige verwoesting van onze planeet door de fossiele industrie en de enorme bedragen die zijn gemoeid met affaires als de bouwfraude, Vestia en de nalatigheid van de ING bij het voorkomen van witwassen, is de echte ondermijning.

Obstakel

Nog slechter nieuws is dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat de voorstellen om criminaliteit aan te pakken, ook werken. Zo pleit de VVD voor een ‘very irritating police-aanpak voor overlastgevende hangjongeren’ en de ‘landelijke invoering van de Rotterdamse patseraanpak’, waarbij jonge criminelen hun dure kleding en snelle brommers moeten inleveren. Juist dit zijn maatregelen waarvan niet is bewezen dat ze effectief zijn. Bovendien blijken deze maatregelen een steeds groter obstakel voor meer veiligheid, juist omdat ze leiden tot stigmatisering en etnisch profileren. Wat wel werkt om crimineel gedrag te verminderen, zo hebben tal van evaluaties aangetoond, is de inzet van sociaalpsychologische programma’s, waaronder gedragsregulering- en agressietrainingen voor jongeren. Maar in de verkiezingsprogramma’s wordt niets gedaan met deze goed onderbouwde interventies.

Onontkoombaar

Tegelijk worden nieuwe opsporingstechnieken als ‘predictive policing’ de nek omgedraaid. Zo wil D66 dat de Nationale Politie stopt met het voorspellen waar en wanneer criminaliteit zal plaatsvinden. Ik zal de eerste zijn om te wijzen op de risico’s van het voorspellen van misdaad en ander risicovol gedrag op basis van grote hoeveelheden data. Maar de digitalisering van de opsporing is ook een onontkoombare ontwikkeling waarbij verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat hiermee wél resultaat kan worden geboekt.
Politiek is geen wetenschap. Maar met voorstellen die gestoeld zijn op het buikgevoel van politici bestrijd je geen criminaliteit.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de wereld van handhaving, politie en wetenschap. Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn nieuwste boek is ‘Hysterie. Een cultuurdiagnose’ (2019)

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.