Opinie

Veiligelanders mogen humanitair asielbeleid niet onmogelijk maken

Migratie

Commentaar

Niet mogen blijven, maar ook niet teruggestuurd kunnen worden. De reportage in NRC over de ‘jonge Marokkaanse straatjongens die nergens welkom zijn’ schetste een hopeloos beeld van de ‘veiligelanders’, zoals ze in jargon worden genoemd. Een ernstig overlastgevende groep die in hoog tempo de vloek van winkeliers, openbaar vervoerpersoneel en bestuurders is geworden. Deze jonge mannen uit Marokko, Algerije en Tunesië, vaak verslaafd, laag opgeleid, misbruiken het recht op opvang. Om van daaruit het leven te leiden dat ze al hadden, verstoten door familie, in de marge, gericht op overleven door criminaliteit.

Nederland kan alleen proberen hun gedrag binnen de perken te houden met een mix van drang en dwang. Intussen loopt de frustratie op – en ziet het publiek steeds minder verschil tussen vluchtelingen en deze groep. Het plaatst de politiek voor een dilemma.

Deze groep wil ontsnappen aan armoede en werkloosheid. Maar tegelijk zijn de EU-verzorgingsstaten zo beveiligd met registratie- en controleplichten dat alleen uitbuiting in de zwarte sector hen rest. Of diefstal. Het Vluchtelingenverdrag is niet voor hen geschreven of bedoeld. Toch grijpen ze er zich aan vast. Ook daardoor raakt de asielprocedure overbelast.

Lees ook: Dolende jongens, van Fez naar Heerhugowaard

Deze groep is de facto een geëxporteerd binnenlands probleem – dat van de straatjongens uit Noord-Afrika. Marokko weigert terugkeer, om politieke redenen dan wel uit simpel eigenbelang. Zolang Marokko niet even welvarend is als een EU-lidstaat blijft het probleem ook gewoon in stand.

Daarmee is de ‘veiligelander’ een pion op het bord van de complexe verhouding tussen Nederland en de EU enerzijds en Marokko anderzijds. Brussel tracht beleid te formuleren. Maar het feit dat Frankrijk en Spanje eigen bilaterale afspraken met Rabat hebben die wél voorzien in (informele) terugkeer, zorgt er mede voor dat Den Haag achter het net vist. Zulke ‘pushbacks’ doemen ook aan de grens Griekenland-Turkije op, gefaciliteerd door Frontex, de EU grenswacht.

Dit kan niet door de beugel van het migratierecht, gebaseerd op ieders onvervreemdbare recht op buitenlands grondgebied asiel te mogen aanvragen. Tegelijk naderen we het punt dat het EU-landen niet meer kwalijk kan worden genomen alternatieve routes te kiezen. Veiligelanders vormen de achilleshiel van het vluchtelingenbeleid, zo bleek ook uit het jongste migratieplan van de Commissie. Daarin wordt voorgesteld landen van herkomst met ontwikkelingsgeld en royalere visumregels te verleiden terugkeer toe te laten. Dat zou natuurlijk verreweg het beste zijn. Maar dan moeten die landen daarin een belang zien dat groter is dan het afschuiven van eigen probleemgroepen.

Diplomatiek zijn de verhoudingen al jaren gespannen, waarbij Nederland vaak de vragende partij is. Nederland was in de coronaperiode doelwit van Rabat toen, door gechicaneer met het grensverkeer, Nederlanders strandden in Marokko.

Tegelijk bedreigen veiligelanders uit onder meer Marokko de houdbaarheid van het gehele asielstelsel. Dat vraagt dus óók om praktische maatregelen zoals Nederland die al neemt, toegesneden op deze groep, die hen duidelijk apart zetten van reguliere vluchtelingen. Die afschrikken, sober zijn, geen illusies laten, maar humaan blijven. Als dat niet werkt komt Nederland in een spagaat die niet lang vol is te houden. Een effectieve Europese aanpak is al lang achterstallig. Een humanitair vluchtelingenbeleid mag niet door de veiligelanders onmogelijk worden gemaakt. Om dat te voorkomen moet Marokko bewegen.