Opinie

Het oog ziet, maar het wil niet kijken

Uitgesproken gevoel is in de kunsten glad ijs. Maar Joyce Roodnat kiest ervoor om zich niet aan die afspraak te houden, bij het zien van indringend werk van Hans Broek, Marlene Dumas en Naomi Velissariou.

Joyce Roodnat

Het rood, wit en blauw worden vreselijke kleuren in de reeks grote, met stomheid geslagen doeken die Hans Broek wijdde aan de slavenhandel. Hij ontstal de driekleur haar helderheid. Grimmig typeren het rood, wit en blauw de horror die zich afspeelde in de vervallen gebouwen waar de handel zich afspeelde.

Geweld laat hij niet zien, hij laat het bespeuren. Op het Senegalese eiland Gorée schilderde hij de open kelder onder de villa van een mensenhandelaar, met in het verdwijnpunt het poortje waardoor de Afrikanen aan boord van het slavenschip werden gejaagd. Daar, achterin het smerige duister, blinkt de zee. Onder de penselen van Hans Broek wordt het poortje een echo van een oog. Een oog vol zoute tranen.

Dat is zijn oog. Híj huilt. Dit doek is het zelfportret van zijn verdriet. Maar dat begrijp ik pas verderop in het museum (De Pont in Tilburg, trouwens) als ik een ánder oog zie. Een oog waar een traan uit kruipt.

Dat oog is deel van het Selfportrait at noon dat Marlene Dumas schilderde nadat haar moeder was overleden. Ze legde in snelle dunne streken haar eigen gezicht vast. Het is gezwollen van het huilen, de ogen zijn opengewrikte, lamme luikjes.

Detail van Marlene Dumas: ‘Selfportrait at noon’ (2008) Foto Joyce Roodnat

Ik zoom in, fysiek, dat wil zeggen, ik kom zo dicht bij het schilderij als is toegestaan. Zo dichtbij nader je normaal gesproken alleen het gezicht van iemand die je kent, iemand wier misère je raakt, iemand die je wilt troosten. Ik kom uit bij het rechteroog. Het is troebel, het oogwit is roze. Over de pupil zakt een traan, hij blijft onder het ooglid hangen. Het oog ziet, maar het wil niet kijken, het wil alleen nog maar vlagen rouw uitdelen. En dat komt aan.

Ben ik nu sentimenteel? En mocht reageren op geschilderd gevoel sentimenteel zijn, is dat dan erg? Sentiment diskwalificeert, ik weet het. Uitgesproken gevoel is in de kunsten glad ijs. Maar ik verkies het om me niet aan die afspraak te houden.

Lees ook een interview met Naomi Velissariou over ‘Pain against Fear’: ‘Mijn werk is fundamenteel onbevredigend’

Dus leef ik heftig mee met Naomi Velissariou in haar voorstelling Pain against Fear, haar derde geënsceneerde rockconcert. Dance voor dertig mensen, die, coronagewijs, niet mogen dansen en nauwelijks reageren. Ik geef het je te doen, maar het lukt haar door ons juist te isoleren – alle stoelen uit elkaar, geen uitzondering voor stellen uit één huishouden, iedereen moet alleen zien te dealen met haar theatrale geweld.

Het slotnummer is een zelfportret in harde woorden, alles smijt Velissariou eruit. Tot ze zwijgt. Ze verstilt. Nu zoom ik niet in op haar, zíj zoomt in: op ons. En dan gebeurt het. Haar gezicht wordt een gezichtje, we zien de actrice het kind worden dat ze net in de song liet opgroeien. Ze kijkt of ze denkt aan haar nieuwe rolschaatsen. Wij moeten op haar passen.