Necrologie

Creatieve idealist Fons Eickholt (1936-2020) bedacht altijd weer wat nieuws

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Fons Eickholt was met zijn vele initiatieven een motor van cultureel Amsterdam.

Fons Eickholt in 1965.
Fons Eickholt in 1965. Foto N.V. De Arbeiderspers

Als scholier stond Fons Eickholt twee keer in de krant. De eerste keer, in 1949, liet hij zich door Het Parool interviewen als de dertienjarige directeur van circus Afty dat een voorstelling ging spelen ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijksfeest van zijn ouders. En hij vertelde dat hij het vermaarde circus Strassburger had benaderd met de vraag of hij een gedresseerd aapje en een pony mocht lenen. Of dat verzoek is ingewilligd, valt niet meer te achterhalen. Maar twee jaar later liet hij in dezelfde krant wederom van zich horen – met het nieuws dat circus Afty opnieuw ging optreden. De jeugdige directeur beloofde „eenvoudige acrobatiek”, aldus het bericht, „maar aan uitbreiding wordt gewerkt”.

Zo manifesteerde Fons Eickholt zich al vroeg als de initiatiefnemer die hij zijn leven lang zou blijven. Hij verzon, organiseerde, produceerde, schreef en regisseerde tal van artistieke evenementen en heeft Amsterdam verrijkt met minstens twee belangrijke theaterlocaties, als mede-oprichter van de Melkweg en de Engelenbak. „Eigenlijk is Fons altijd een soort circusdirecteur gebleven”, zegt schrijver Sipko Melissen die veel met hem heeft samengewerkt. „Hij was de man die steeds van alles voor elkaar wist te krijgen en telkens weer nieuwe dingen opzette.”

Tot op hoge leeftijd bleef Eickholt actief. Pas nadat hij enkele jaren geleden werd getroffen door afasie en alzheimer, kwam er een eind aan zijn werkzame leven. Hij overleed op 9 oktober, 84 jaar oud. ‘De oude Eick is geveld’, schreven zijn vrienden in de overlijdensadvertentie.

Fons Eickholt in 2019.

Fons Eickholt groeide op in de bakkerij van zijn ouders, aan de Weesperzijde in Amsterdam. Maar al snel bleek dat hij geen enkele interesse had in het overnemen van de zaak. Hij ging neerlandistiek en dramaturgie studeren aan de Universiteit van Amsterdam en raakte prompt betrokken bij het in die dagen volop bloeiende studententoneel. Een van zijn eerste producties was een theateravond in de Muiderkring, in 1962, over de schrijvers en dichters die daar in de zeventiende eeuw samenkwamen. De voorstelling werd gesubsidieerd door het Prins Bernhard Fonds, want Eickholt vond ook al snel de weg naar de diverse subsidiekanalen.

Hij was bovendien oprichter van de stichting Amsterdams Universitair Toneel, waaruit in 1968 het Dokumentair Aktueel Toneel (DAT) voortkwam. Hij specialiseerde zich in voorstellingen met „een ritmische afwisseling van toneel, liedjes, instrumentale muziek, documenten en brieven, alles gerangschikt volgens een licht-dramatische lijn”.

Een van de meest spraakmakende DAT-producties (in 1969) heette voluit Het buitensporige seksuele genie van Markies De Sade. De erotisch getinte aard van sommige scènes leidde ertoe dat de voorstelling in Breda verboden werd wegens ‘openbare schending van de eerbaarheid’. In Amsterdam gaven de autoriteiten slechts na enig aarzelen toestemming voor opvoering. De dagvaardingen werden ingetrokken.

Twee jaar later, toen Eickholt een locatie zocht voor een theaterproject over de dood, viel zijn oog op een leegstaande melkfabriek achter de Stadsschouwburg. Dat werd de Melkweg. En in 1975 opende hij in de Nes een theater voor amateurkunst dat de Engelenbak ging heten. Een vast programma-onderdeel was daar de Open Bak, die op dinsdagavond een podium bood aan iedereen die wilde optreden. In de loop der jaren kwamen daaruit nieuwe talenten voort als Youp van ’t Hek, Brigitte Kaandorp, Paul de Leeuw en Hans Teeuwen.

Ook schrijversvakschool ’t Colofon behoorde tot zijn vele initiatieven. „Fons was onvermoeibaar”, zegt vriendin Lidy Gijsen, die jarenlang ook zijn buurvrouw was. „Hij was een creatief idealist die de koe steeds weer bij de horens vatte als hij ergens enthousiast over was.”

In de jaren tachtig betrad Eickholt zelfs nog een heel ander terrein. In de Doelen in Rotterdam organiseerde hij het Russell-tribunaal, een internationaal tribunaal dat de mensenrechten bepleitte van de Noord- en Zuid-Amerikaanse bevolkingsgroepen die toen nog Indianen werden genoemd. Voorts verbleef hij naar zijn zeggen maar liefst dertig keer in Guatemala, waar hij onder meer theaterproducties leidde en lessen gaf aan Maya-jongeren.

„Hij was een lieve man met een grote betrokkenheid bij alles en iedereen”, beaamt Sipko Melissen. „Een carrière ambieerde hij niet, geloof ik. Als je bij hem thuis kwam, stond je in een kamer met allemaal oude, kapotte banken. Maar dat droeg wel bij aan een heel leuke sfeer. Je zou kunnen zeggen: hyper-artistiek.” Lidy Gijsen: „Fons had geen oog voor burgerlijke dingen.”

In zijn latere jaren woonde Eickholt in een voormalig badhuis aan de Amsteldijk, tegenover zijn geboortehuis. Een partner of kinderen had hij niet. Als iemand hem daarnaar vroeg, luidde zijn antwoord: „Ik ben getrouwd met mijn werk.”