In beeld

20 jaar ISS: de ingewikkeldste machine ooit gemaakt

Ruim 400 ton zwaar en met een snelheid van 28.000 km/u draait het International Space Station (ISS) nu al twintig jaar zijn rondjes om de aarde, in slechts 93 minuten is hij rond. In totaal 240 astronauten uit 21 landen zijn tot nu toe te gast geweest in het duurste ding ter wereld - alleen al de bouwkosten bedroegen 150 miljard dollar. De bemanning bestond vooral vooral uit Russen (48) en Amerikanen (151). Vanaf 2 november 2000 is het ISS permanent bewoond geweest. Sinds de laatste uitbreiding in 2011 hebben de doorgaans zes aanwezige bemanningsleden de beschikking over een leef- en werkruimte ter grootte van een Boeing 747 – alles gewichtloos. Ter gelegenheid van dit jubileum publiceerde de Amerikaanse fotograaf Roland Miller in samenwerking met de Italiaanse ESA-astronaut Paolo Nespoli een fotoproject over het hightech interieur van deze meest ingewikkelde machine die de mensheid ooit gebouwd heeft. Miller fotografeerde de nog niet gelanceerde onderdelen en ‘oefen-ISS-en’ op aarde. Nespoli – die drie keer in het ISS verbleef, in totaal 313 dagen lang – maakte de foto’s van the real thing op ongeveer 400 km hoogte. Ze maakten samen het fotoboek 'Interior Space. A Visual Exploration of the International Space Station' (uitgeverij Damiani).
Deze ‘Cupola’ (Italiaans voor koepel) is door de Europese ruimteorganisatie ESA gebouwd en in 2010 aan de aardezijde van het ISS gemonteerd: eindelijk goed uitzicht. Het centrale raam alleen al is 80 cm in doorsnede. Voorheen keken de astronauten vooral door de ‘patrijspoorten’ in de Russsische Zvezda-module naar buiten: 23 cm doorsnede, en één van 41 cm. In de Amerikaanse module ‘Destiny’ zit nog een rond raam van 50 cm. (ISS Low Earth Orbit, 2017)
Foto Paolo Nespoli / Roland Miller
2. Veel elementen van het ISS zijn nagebouwd op aarde, voor oefening van astronauten en testen van de systemen. Op het Marshall Space Flight Center in Alabama staat een kopie van het temperatuurregulatiesysteem van de Amerikaanse Destiny-module van het ISS. (ECLSS Test Facility, Marshall Space Flight Center, Alabama, 2009)
Foto Roland Miller
3. Zo ziet de buitenkant van een ‘Multi-Purpose Logistics Module’ eruit. De Italiaanse ruimtevaartorganisatie ASI (Agenzia Spaziale Italiana) bouwde er drie. Deze handige ruimtecilinders zijn ongeveer 6 meter lang en 4,5 meter in doorsnede. Twee ervan, de Leonardo en de Raffaello, werden tijdens de opbouwfase van het ISS vele malen gebruikt om vracht naar boven te brengen, via het laadruim van de spaceshuttle. De Leonardo eindigde in 2010 als permanent module van ISS, een PMM: ‘Permanent Multipurpose Module’, vooral in gebruik als opslag. Hier te zien is de Donatello, die nooit gebruikt is in de ruimte. Op Kennedy Space Center van de NASA is hij in 2017 en 2018 omgebouwd tot test- en oefenmodule voor ruimteverblijf tijdens reizen naar de maan of Mars, in het kader van het Orion-project. (Space Station Processing Facility – NASA Kennedy Space Center, Florida).
Foto Roland Miller
4. Doorkijkje in de acht meter lange Amerikaanse Destiny-module van het ISS. We kijken aan het eind in het knooppunt ‘Unity node 1’. Voor de Cupola ga je daar rechtsaf. De Destiny staat vol wetenschappelijke apparatuur die uit de wanden kunnen worden getrokken, zoals de ‘Microgravity Science Glovebox’ (MSG) en het ‘Fluids Integrated Rack’ (FIR). Je kunt er groenten kweken, er is een diepvriezer, en voor het relatief grote raam is een camera op aarde gericht. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
5. Een van de koppelstukken voor het ISS, de ‘Z1-truss’, wordt gereed gemaakt op de Space Station Processing Facility, van Nasa Kennedy Space Center. In 2000, twee jaar later, wordt het met de Spaceshuttle Discovery omhoog gebracht. Het bevat onder meer de gyroscopen die nodig zijn voor besturing van het ISS. ‘Z1’ zit vast aan de koppelmodule ‘Unity node 1’, tegenover de ‘Tranquility node 3’ waar de Cupola op zit. (Nasa Kennedy Space Center, Florida, 1998)
Foto Roland Miller
Een van de vele kleine laboratoria op het ISS: ‘de Microgravity Science Glovebox and Microscope US Laboratory’, dat zich bevindt in de Amerikaanse Destiny module. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
Zicht op het ISS op 23 mei 2011, gefotografeerd vanuit de vertrekkende Soyuz TMA 20. Onderaan is een Europees vrachtschip aangekoppeld, het ‘Automated Transfer Vehicle Kepler’. Bovenin is de aangekoppelde Spaceshuttle Endeavor te zien. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
In de gewichtloosheid van het ISS moet iedere astronauit minstens twee uur per dag trainen om zijn of haar spieren en botten enigszins in conditie te houden. Dat kan vlak bij de Cupola, in ‘Tranquility node 1’. Daar staat de COLBERT, een hardloopband waarbij de renner door een harnas op de band gedrukt wordt. COLBERT is een afkorting voor ‘Combined Operational Load-Bearing External Resistance Treadmill’ maar ook een vernoeming naar een bekende televisiepresentator, Stephen Colbert. (ISS, Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
De koppelingmechanismen van het eerste onderdeel van het ISS, ‘Unity node 1’, dat het verbindingstuk vormt tussen de Russische en Amerikaanse modules. Gefotografeerd voorafgaand aan de lancering tijdens controles in het Space Station Processing Facility, in 1998. (Kennedy Space Center, Florida)
Foto Roland Miller
Een plantenexperiment in het Johnson Space Center in Houston, in de Space Vehicle Mockup Facility, ter voorbereiding van een vergelijkbaar expiriment in het ISS. De Mockup Facility is een grote hal waarin modellen staan van alle grote modules van het ISS en waar astronauten trainen voorafgaand aan hun reis naar het ISS. (Johnson Space Center, Texas, 2017)
Foto Roland Miller
Het centrale koppelstuk ‘Unity node 1’, gezien vanuit de Amerikaanse Destiny-module. Rechts de ‘Tranquility node 3’ met de loopband en de Cupola. Links de luchtsluis voor ruimtewandelingen. De Unity node is een van de plekken waar een bemanning een zijn ‘crew-stickers’ plakt, ter herinnering aan het verblijf. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
Een van de opslagplekken op het ISS, in een hoekje van ‘Tranquility node 3’ waar vooral de ‘stinkende zooi’ (‘smelly trash’) zou worden opgeslagen. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
Een van de vele modellen van ISS-onderdelen op aarde. Hier de dockings-adapter in koppelstuk Harmony node 3, de “Scaffolding and Pressurized Mating Adapter 3’, zoals die is nagebouwd in de Space Station Processing Facility van de NASA. (NASA Kennedy Space Center, Florida)
Foto Roland Miller
14. Blik in de luchtsluis voor ruimtewandelingen, die vast zit aan Unity node. Ook de ruimtepakken worden daar opgeslagen. (ISS Low Earth Orbit, Space)
Foto Paolo Nespoli
Nagebouwde drinkwaterautomaat uit het ISS. Op het paneel ernaast stickers met de symbolen van ISS-bemanningen. (Nasa Johnson Space Center, Texas)
Foto Roland Miller
De Italiaanse astronaut Paolo Nespoli in de weer met de door fotograaf Roland Miller samengestelde fotografeeropstelling, in de Amerikaanse Destiny module. Nespoli vloog een keer met de spaceshuttle Discovery naar het ISS (in 2007) en twee keer met een Russische Soyuz-raket (in 2010 en 2017). Nespoli werd na zijn middelbare school eerst militair en diende als commando onder meer bij de VN-vredesmacht in Libanon. Daar ontmoette hij de Italiaanse journaliste Oriana Fallaci die hem overtuigde dat hij astronaut moest worden. Hij verliet in 1987 het Italiaanse leger als majoor voor een opleiding tot ruimtevaartingenieur in New York, gevolgd door de astronautenopleiding van de ESA. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli
Trainingsmodel van de Cupola in de Space Station Training Facility van de NASA. (Johnson Space Center, Texas)
Foto Roland Miller
Een van de Amerikaanse ruimtepakken bij de luchtsluis voor ruimtewandelingen, of zoals de NASA het noemt: een Extravehicular Mobility Unit. (ISS Low Earth Orbit)
Foto Paolo Nespoli