Woningcorporaties zijn nog niet van Vestia af

Derivatenschandaal Na het derivatenschandaal moeten woningcorporaties opnieuw bijspringen om Vestia te helpen.

Een galerijflat in de wijk Schiebroek-Zuid in Rotterdam.
Een galerijflat in de wijk Schiebroek-Zuid in Rotterdam. Fotot Hans van Rhoon

Woningcorporaties die dachten dat het Vestia-probleem was opgelost zijn weer met de harde werkelijkheid geconfronteerd. Na de 675 miljoen euro die zij verplicht moesten bijdragen om Vestia in 2012 te redden, wordt er binnenkort opnieuw bij hen aangeklopt.

Vestia (ruim 54.500 sociale huurwoningen) ging acht jaar geleden bijna ten onder. Het was mede door een corrupte kasbewaker overladen met rentederivaten. Toen de rente daalde, moest er fors worden bijbetaald en ging Vestia bijkans failliet. Daarop werd er een saneringsplan opgetuigd waaraan andere corporaties, gedwongen via de wettelijke ‘sectorsolidariteit’, fors moesten bijdragen.

Lees ook: hoe smeergeld leidde tot systeemfalen

Met Vestia gaat het nog steeds niet goed en achter de schermen wordt er opnieuw aangestuurd op een bijdrage van corporaties. Een complicerende factor is dat – in tegenstelling tot in 2012 – Vestia financieel niet meer op omvallen staat. Vestia verkocht voor ruim 1,6 miljard euro meer dan 24.000 woningen en loste 2,6 miljard euro op leningen af. Via schikkingen en rechtszaken wist Vestia 235 miljoen euro terug te halen bij Deutsche Bank en andere betrokkenen bij het derivatendebacle. Vestia spendeerde zo min mogelijk aan onderhoud, zette een koers van maximale huurverhogingen in en schrapte vier op de tien banen. (Vestia heeft nu zo’n zevenhonderd medewerkers).

Dat is terug te zien in de cijfers. Het jongste jaarverslag van Vestia bevat vrijwel alleen positieve financiële ratio’s: de solvabiliteit (25,2 procent) ligt boven de norm (20 procent). Ook kan Vestia aan zijn betalingsverplichtingen voldoen.

Lees ook dit interview met de Vestia-top: ‘We komen 180 miljoen tekort voor volkshuisvesting’

Tóch heeft Vestia financiële problemen. Dat hangt samen met de oplossing van de derivatenkwestie in 2012: die werden ‘doorgezakt’ in langlopende miljardenleningen met hoge rentes, van boven de 4 procent. Als gevolg daarvan gaat nu vrijwel al het geld van Vestia op aan rentelasten.

Daardoor beschikt de corporatie niet over de middelen om haar kerntaak uit te voeren: het huisvesten van mensen met een smalle beurs. „We hebben geen geld om onze volkshuisvestelijke taak te doen”, zegt een Vestia-woordvoerder. Vestia was in 2012 nog de grootste corporatie. Vooral de regio’s Rotterdam en Den Haag lijden eronder dat Vestia geen grote socialewoningbouwprojecten meer oppakt.

Onhoudbaar

Hoewel Vestia dus financieel niet op omvallen staat, wordt de situatie in corporatiekringen toch als onhoudbaar gezien. Tegen die achtergrond wordt er opnieuw aangestuurd op een bijdrage van andere corporaties. Branchevereniging Aedes (272 leden) stelde een commissie in om samen met onder meer Vestia en het ministerie van Binnenlandse Zaken een structurele oplossing te zoeken. In februari komt de commissie met definitieve voorstellen. Vorige week presenteerde zij op een congres enkele mogelijke oplossingen, bevestigt Aedes na berichtgeving van het FD.

Zo wordt gedacht aan opsplitsing van Vestia in drie delen (Rotterdam, Den Haag en Delft-Zoetermeer) en het opnieuw een forse ‘solidariteitsbijdrage’ van alle corporaties. In tegenstelling tot in 2012 ontbreekt nu de wettelijke mogelijkheid om corporaties daartoe te dwingen. Op de vraag hoe hen alsnog zo ver te krijgen, wil een Aedes-woordvoerder niet vooruitlopen. „De commissie heeft aangegeven dat zij mogelijk een beroep wil doen op de solidariteit die tussen corporaties leeft.”