Profiel

De ‘stikstofchef’ die moet laveren tussen landbouw en natuur

Landbouw, natuur en voedselkwaliteit Carola Schouten werd als de beste persoon gezien op deze post: boerendochter, rekenmeester, begripvol. Door de stikstofcisis werd haar bewegingsruimte nihil.

Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vorige maand in Den Haag.
Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vorige maand in Den Haag. Foto SEM VAN DER WAL/ANP

Hoe zou Carola Schouten zélf vinden dat het gaat? Deze zomer liet ze in een uitzending van Zomergasten doorschemeren hoe kritisch ze is als ze naar zichzelf kijkt. Héél kritisch. Voortdurend stelde ze zich dezelfde vraag, zei ze in de studio: „Ben ik goed genoeg?”

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is de officiële titel van Schouten (ChristenUnie) in Rutte III. Meestal vallen de laatste woorden weg uit haar taakomschrijving. Dan is het ‘Carola Schouten, minister van Landbouw’. En bijna even vaak is het ‘Stikstofchef Carola Schouten’, want er is geen dossier dat voor haar ministerschap zo bepalend is geweest – en dat haar zoveel vijanden en critici heeft opgeleverd.

Daar zag het in het begin niet naar uit. De komst van haar post, beklonken aan de formatietafel in 2017, werd door de landbouwsector gevierd. Die betekende de terugkeer van het ministerie van Landbouw als onafhankelijk ministerie na zeven jaar afwezigheid. Onder Rutte I en II was het slechts onderdeel geweest van Economische Zaken. En al had ze misschien liever een ander ministerie aangestuurd, Schouten werd gezien als de perfecte persoon op die post: een boerendochter en rekenmeester ineen, kundig en begripvol.

Schouten hoopte landbouw en natuur te verenigen. In de voorgaande jaren hadden die belangen onder twee van haar drie voorgangers soms lijnrecht tegenover elkaar gestaan: Henk Bleker (CDA) had als staatssecretaris onder Rutte I ruim baan gegeven aan de boeren, en schrapte een groot deel van het natuurbudget. Martijn van Dam (PvdA) botste dan weer hard met de landbouwsector, met veel argwaan tot gevolg. Aan Schouten om de boel te lijmen.

Eerste deuk

Laveren tussen landbouw- en natuurbelangen is niet makkelijk, zeker als het grondgebied beperkt is, de lobby aanzienlijk en de regeldruk enorm. Onder boeren liep de reputatie van Schouten een eerste deuk op toen ze moest terugkomen op haar ferme aanpak van boeren die gerommeld hadden met het registreren van hun kalveren. Dat bleken er minder dan gedacht.

En toen kwam de stikstofimpasse. Het hele systeem waarmee de Nederlandse overheid jarenlang op soepele wijze vergunningen had verleend aan stikstofuitstoters, van bouwers tot boeren, werd vorig jaar afgeserveerd. Het duurde even voordat de impact van die uitspraak door de Raad van State op 28 mei 2019 neerdaalde in Den Haag, maar al snel lag alles stil – 10.000 projecten, om precies te zijn.

Lees ook:Boerenverzet: hoe intimidatie en radicale acties het stikstofoverleg blokkeerden

„Ineens moet er echt een keuze gemaakt worden”, zoals een ingewijde het destijds zei. Ging het puur om landbouwregels, dan was daar vaak weer een uitzondering voor te bedenken, een manier om toch door te groeien. Maar bij de stikstofcrisis lag dat anders: als de landbouw niet zou krimpen om meer stikstofruimte vrij te maken, moest de prijs door andere sectoren – automobilisten, de lucht- en scheepvaart, de industrie – betaald worden.

Coalitiebelangen

Schouten is een geslepen onderhandelaar. Ze zat namens de CU naast partijleider Gert Jan Segers aan de formatietafel van Rutte III. Ze kent haar dossiers, kan fel zijn in debatten. Maar in de stikstofcrisis botste ze op een machtsfactor die niet met dossierkennis te weerleggen viel: coalitiebelangen. VVD en CDA dwarsboomden een forse ingreep in de landbouw. Zíj wilde verder gaan, vertrouwde Schouten een van de adviseurs toe die onder leiding van Johan Remkes aan een stikstofbeleid werkten, maar ze kreeg het niet voor elkaar. Het bleef bij een snelheidsverlaging op de snelweg, gunstige vertrekregelingen voor boeren en een enorme investering in de natuur. Haar begroting groeide van minder dan 1 miljard naar 2 miljard euro. Een doorbraak, zeggen politieke bewonderaars. En toch moet ze deze weken zoeken naar steun bij oppositie om haar stikstofwet door de Tweede en Eerste Kamer te krijgen.

Grote ambities, moeizame realisatie: dat was een patroon. Steeds moest Schouten als minister de ondankbare rol van puinruimer op zich nemen. Zo ging het bij de pulsvisserij, waar Europarlementariërs na jaren experimenten tegen en over het randje van Brusselse regels in 2019 een einde aan maakten. Zo ging het ook bij het fosfaatstelsel, dat de toegestane melkproductie had moeten opschroeven, maar onverwacht duur uitpakte voor boeren en gevoelig bleek voor fraude. En zo ging het bij de voedselinspecteurs van de NVWA, waar de lijken de afgelopen jaren uit de kast vielen nadat flink op de dienst bezuinigd was. Haar voorgangers hadden de regels opgerekt, een feestje gebouwd. Schouten mocht de troep opruimen.

Sicco Mansholt (PvdA), een van haar politieke voorbeelden, was zes keer minister van Landbouw geweest. Zou zij dat ook willen, vroeg presentatrice Abbring haar in Zomergasten. Schouten lachte. „Ik moet er niet aan denken.”

Correctie (30 november 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het ministerie van Landbouw tot Rutte III vier jaar niet bestaan had als onafhankelijk ministerie. Correct is: zeven jaar. Dat is hierboven aangepast.