D66: minister moet OM niet meer kunnen dwingen tot vervolging

Wetsvoorstel Alle schijn van politieke invloed op strafprocessen moet verdwijnen, vindt D66-lid Groothuizen. Hij komt met een wetsvoorstel.

D66 wil dat de minister van Justitie en Veiligheid het OM niet meer kan opdragen iemand te vervolgen.
D66 wil dat de minister van Justitie en Veiligheid het OM niet meer kan opdragen iemand te vervolgen. Foto Jeroen Jumelet/ANP

De minister van Justitie en Veiligheid mag het OM niet meer opleggen iemand te vervolgen. Die ‘speciale aanwijzingsbevoegdheid’ moet uit de wet. Ook moet het OM geen informatie over strafzaken meer delen met het departement. Zo wordt de onafhankelijkheid van het OM versterkt, stelt D66-Kamerlid Maarten Groothuizen voor in een woensdag gepresenteerd concept-wetsvoorstel.

Op die bevoegdheid is al decennia kritiek omdat het politieke beïnvloeding van strafprocessen in de hand zou werken. De minister kan immers aanzetten tot vervolging van individuen. Zo gaf toenmalig minister van Justitie Van Agt in 1972 het bevel abortusartsen te vervolgen, en ook in de Lockheed-affaire en de zaak tegen Pieter Menten was sprake van aanwijzingen. Sinds het OM in de jaren 90 zelfstandiger is geworden, wordt de aanwijzing zelden tot nooit gebruikt. Wel informeert het OM ambtenaren van het ministerie bij grote strafzaken over de voortgang van het onderzoek.

Alleen al het bestáán van de bevoegdheid leidt tot wantrouwen, zag Groothuizen afgelopen jaren. „Zo was in de processen tegen Wilders formeel geen aanwijzing gegeven, maar besprak het OM vanuit zijn informatierol wel allerlei dingen met het ministerie, waarbij ambtenaren gingen meedenken. Dat is onwenselijk en het bracht het OM in een lastige positie, zoals tijdens de strafzaak bleek.”

Lees ook: Versterk de zelfstandige positie van het Openbaar Ministerie

Groothuizen denkt dat het afschaffen van zowel de aanwijzingsbevoegdheid als de informatievoorziening een einde maakt aan het grijze gebied van beïnvloeding. „De informele druk vanuit het ministerie op het OM verdwijnt dan.” Hij kijkt ook naar wat elders in Europa gebeurt. „In Polen en Hongarije vinden harde aanvallen plaats op de magistratuur. Zo ver zijn we hier absoluut niet. Het roept wel de vraag op waar óns systeem kwetsbaar is. Het OM moet in rechtszaken verantwoording afleggen aan de rechter, niet aan de minister.”

Het bestaan van de bevoegdheid brengt ook Kamerleden soms in verleiding de minister te vragen er gebruik van te maken. Zoals in het voorjaar van 2018, toen een deel van de Kamer wilde dat minister Grapperhaus het OM via een aanwijzing zou bevelen de radicale imam Fawaz Jneid te vervolgen. Grapperhaus vond gebruik van de bevoegdheid te ver gaan. Toch denkt Groothuizen dat de Kamer niet rouwig hoeft te zijn als ze die mogelijkheid verliezen. „Het is een wapen waarvan je je moet afvragen of je het wilt hebben en of je er echt iets aan hebt. In de praktijk heeft de Kamer vooral een papieren macht.”

Groothuizen presenteert zijn concept-wetsvoorstel woensdag tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid, waarna het in consultatie gaat. Op z’n vroegst volgend jaar zal het behandeld worden in de Kamer. Groothuizen zelf zal dat als Kamerlid wellicht niet meer meemaken: hij is bij de Kamerverkiezingen van maart niet herkiesbaar.