Necrologie

Diva die haar komische slachtofferrol omarmde

Corrie van Gorp 1942-2020 Corrie van Gorp was de meest veelzijdige leading lady die André van Duin naast zich had. Zondag is ze overleden.

Corrie van Gorp zingt liedjes van The Beatles in in 1979 in het begin van haar show Veel liefs van Corrie.
Corrie van Gorp zingt liedjes van The Beatles in in 1979 in het begin van haar show Veel liefs van Corrie. Foto ANP

Op een dag, toen Corrie van Gorp en André van Duin een nieuw feestlied zouden lanceren in het door Willeke Alberti gepresenteerde tv-programma Hitboulevard, wees de komiek opeens naar de kledij die hij in de studio zag liggen en zei: „Doe jij die jas eens aan en zet dan ook dat hoedje even op.” Van Gorp gehoorzaamde. „Dat bleek meteen te werken”, vertelde ze nadien in een boek over Van Duin. „We waren toen opeens Bep en Arie, een heel leuk stelletje.” Maar ze werden nog veel bekender onder de achternaam die ze vervolgens kregen: meneer en mevrouw De Bok.

In de jaren zeventig en tachtig, toen André van Duin met zijn theaterrevues door het hele land trok, heeft hij diverse leading ladies naast zich gehad. Maar de meest archetypische was Corrie van Gorp. Geen van de anderen vertoonde zo’n veelzijdig areaal als zij: enerzijds was ze de diva die zong en danste in de grote shownummers en anderzijds speelde ze een eindeloze rij mallotige wijfjes die voor Van Duin een ideaal mikpunt vormden voor zijn grofmazige grappenmakerij. Zie de vaak herhaalde scène in Hitboulevard, waarin hij haar telkens in een zwembadje laat plonzen en zij hem volop laat begaan. Ook in de vele andere sketches die ze speelden, gaf ze hem alle ruimte – en ze vertolkte haar slachtofferrol zonder enige terughoudendheid.

Lees ook dit interview uit 2016 met André van Duin: ‘Ik ben wel een beetje klaar met gek doen’

Carnavaleske liedjes

Zondag is Corrie van Gorp, thuis in Rotterdam, op 78-jarige leeftijd in haar slaap overleden. Ze was in 1958 begonnen als danseres bij het toenmalige Amsterdams Ballet. Drie jaar later stapte ze over naar Het Nationale Ballet, waar ze vijf jaar bleef. Maar ook toen haalde ze met haar mimiek al vaak grappen uit om het publiek en de andere dansers aan het lachen te maken. „Als je danst”, zei balletleidster Sonia Gaskell eens tegen haar, „dan zie ik wel je hoofd met jouw ogen, maar niet je benen”.

Zo ontdekte Van Gorp dat de komische kant haar grote kracht was. Met succes solliciteerde ze in 1969 voor een rolletje als dienstmeisje in de door Wim Sonneveld geproduceerde musical De kleine Parade. En een jaar later werkte ze samen met Willem Nijholt mee aan de theatershow waarmee Sonneveld toen op tournee was. In 1974 werd ze door André van Duin en zijn producent Joop van den Ende verkozen om in hun revue voorgoed haar draai te vinden. In de loop der jaren schreef Van Duin ook allerlei carnavaleske liedjes voor haar, met Alie van de Wegenwacht en Me soezafoon als grootste hits.

Wegens oververmoeidheid nam Corrie van Gorp in 1987 afscheid. „Er knapte iets in me na al die jaren van hard werken”, zei ze. Na enkele jaren op Aruba keerde ze terug naar haar geboortestad Rotterdam. Sindsdien kwam ze nog graag premières van collega’s bezoeken, maar ze liet zich nooit meer verleiden om zelf nog nieuw theater- of tv-werk aan te nemen. Dat was voorgoed voorbij.