Wilde Hassan naar Syrië voor de jihad?

Wie: Hassan (24)

Kwestie: Voorbereiding gewapende jihad

Waar: Rechtbank Utrecht

De Zitting

In de Utrechtse wijk Overvecht wordt een wijkagent gewaarschuwd voor een radicalisering die zich op Facebook lijkt af te tekenen. Ene ‘Abu Nazir’ schrijft er dat hij „graag op jihad wil”. Wellicht kan iemand hem „helpen te vertrekken” uit Nederland? Dat vraagt hij in mei 2017.

De jongen achter het account blijkt niet lastig te achterhalen – hij liet zijn telefoonnummer en geboortedatum achter. Via het nummer vindt de politie een Telegramaccount, de gebruikersnaam daarvan wordt weer gebruikt op Instagram. En daar heeft hij zijn echte naam ingevuld: Hassan. In het gemeenteregister blijken naam en geboortedatum een match. „Daardoor weten we dat hij het was”, zegt rechtbankvoorzitter G. Perrick.

„Nou”, antwoordt Hassans advocaat Yassine Bouchikhi, „hij heeft ook nog een tweelingbroer hé?”

„Houssein?”, vraagt de voorzitter. „Die was destijds gedetineerd.”

In Hassans internetgeschiedenis, waar de politie de hand op legt, is te lezen hoe hij plannen beraamt. Hassan zoekt naar Jabhat al-Nusra, een rebellengroep gelieerd aan Al-Qaida, bekijkt onthoofdingsfilmpjes van de Islamitische Staat, zoekt op Cheaptickets.nl naar vliegtickets voor Turkije. Ook chat hij met mannen die hem kunnen helpen naar Syrië af te reizen. Samen strijden, samen eten, het lijkt Hassan prachtig, vertelt hij ze. Vechten als een leeuw, sterven als een martelaar. En je kunt gewoon Nederlands spreken! Hassan zegt dat hij veel bidt. Hij gaat naar de moskee. Leest de Koran. Traint. „Elke dag dat ik hier ben, is er een te veel.”

„Ik wil niet dat je op weg gaat naar de dood”, zegt een vriendin hem. Ook zijn broer wil hem stoppen, maar dit is zijn jihad, zegt Hassan in de chats.

Nog steeds niet in Syrië

„We zijn nu ruim twee jaar verder en Hassan is niet in Syrië”, zegt zijn advocaat in de Utrechtse rechtbank. Volgens hem neemt niemand Hassan serieus. Hij heeft een grote bek en schreeuwt om aandacht. Alleen al zijn schuilnaam, Abu Nazir. Die had hij uit de televisieserie Homeland. „Hassan heeft nog nooit een koran opengeslagen. Hij spreekt niet eens Arabisch.”

De voorzitter: „Er is toch een vertaling?”

Waar Hassan nu uithangt, weet zijn advocaat niet. Al had hij Hassan eigenlijk al niet op de zitting verwacht. Hassan groeide op in een jeugdinrichting, daarna kwam hij in de gevangenis. Hij ging „naar binnen en naar buiten’”, zei Hassan in een politieverhoor. Toen hij de berichten plaatste, was hij pas net weer vrij. Hij was boos, maar „het waren alleen woorden”, zei hij. Volgens zijn advocaat zocht Hassan antwoorden. Die heeft hij nog steeds niet gevonden.

Sympathiseert Hassan met IS en is hij bereid naar Syrië te vertrekken? Of is hij, zoals zijn advocaat zegt, een jongen die „verloren heeft in het leven”, voor wie niemand hoeft te vrezen?

Van radicalisering zijn na Hassans Facebookberichten geen signalen meer binnengekomen. Hij is misschien geen „geharde jihadist”, zegt de officier van justitie, maar „juist dit soort jongens, die wat wankelmoedig in de samenleving staan, zijn een dankbare prooi voor anderen met kwade bedoelingen.”

Voor zijn vermeende jihadisme zou hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kunnen krijgen. Maar dan zou hij wéér alles kwijtraken, terwijl hij voor het eerst in zijn leven geholpen wil worden. Sinds kort heeft hij een huis en een uitkering. De reclassering schrijft dat „praktische hulp” zijn „laatste strohalm is” om iets van het leven te maken. Hij heeft geen opleiding afgemaakt en niet gewerkt. Op straf en correcties reageert hij niet.

Het zou zijn alsof ze Hassan opgeven, zegt de officier. Hij zou een toekomst in de criminaliteit tegemoet gaan, „met alle maatschappelijke schade van dien”.

De rechtbank neemt het „de verdachte kwalijk” dat hij wilde deelnemen aan de gewapende jihad, maar gaat mee met de eis van de officier. Hassan krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van twee jaar. Hij krijgt ook nog tweehonderd uur taakstraf. Want volgens de rechtbank moet er wel „een voelbare reactie” komen.