Jos Heijmans, oud-burgemeester van Weert

Foto Chris Keulen

Interview

Regels? ‘Prima, maar je moet je er niet te veel door laten leiden’

Interview Jos Heijmans Als burgemeester van Weert werd Jos Heijmans even fel geprezen als bekritiseerd. Hij moest opstappen nadat zijn integriteit in twijfel werd getrokken. „Oerstom, ik heb mijn tegenstanders in het zadel geholpen.”

In de keuken van Jos Heijmans in het Limburgse Stramproy hangt een houten kruis met daaraan een afbeelding van Jezus. De eerder dit jaar gedwongen opgestapte burgemeester van Weert blijkt „groot fan” van Maria, de moeder van Jezus. De vrouw ook die volgens de overlevering zonder zonde is. Heijmans, terwijl hij koffiezet: „Dat geldt niet voor mij hoor.”

Voor hem symboliseert Maria onvoorwaardelijke aandacht voor een ander. Dat spreekt hem aan. Dus toen hij onlangs bericht kreeg van een bekende dat ze ziek was, appte hij terug dat hij direct een kaarsje voor haar ging opsteken. Zoals hij dat vaak doet op moeilijke momenten. „Meestal in de kerk of in een kapelletje. En dan doe ik altijd een weesgegroetje.”

Andere mensen helpen als je in de positie bent om dat te doen, is wat hem naar eigen zeggen politiek drijft. Of beter gezegd: dreef. Want D66’er Heijmans (67) is politicus af.

Afgelopen zomer kwam er na bijna negen jaar een abrupt einde aan zijn burgemeesterschap in Weert waarin hoogte- en dieptepunten elkaar snel opvolgden. Hij schreef er het boek Hardt over, dat hij verkoopt via zijn eigen site. De titel is een verwijzing naar zijn handelsmerk: een groot hart voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, hard tegen „economische gelukszoekers” die zich schuldig maken aan criminaliteit.

De conclusie na lezing: aan Heijmans is geen diplomaat verloren gegaan. Een raadslid van de VVD is „een snotneus”, de coalitiepartijen gedragen zich als „waarlijke farizeeërs” en de huidige wethouders van Weert hebben „het empathisch vermogen van een garnaal”. Heijmans lacht als hem de opsomming wordt voorgelegd: „In de eerste versie stond het er iets anders. Ik heb het wat afgezwakt.”

De foto van Aylan onder zijn arm

Het sollicitatiegesprek met de vertrouwenscommissie van de gemeente Weert in 2011 verloopt zo goed dat Jos Heijmans zijn andere sollicitatie, in Oss, subiet intrekt. Heijmans: „Het klikte meteen met Weert.” Dat de stad op dat moment wordt geteisterd door een reeks autobranden schrikt hem niet af. Na het ambt jarenlang te hebben vervuld in de gemeentes Haelen (Limburg) en Bernheze (Noord-Brabant) is Heijmans, ooit opgeleid als sociaal-pedagoog, toe aan grotere uitdagingen. En die komen er.

De branden blijken verband te houden met het gevecht tegen de oprukkende drugscriminaliteit. Heijmans zet de strijd voort. Het leidt tot bedreigingen, de politie treft maatregelen voor zijn veiligheid. Het zal niet de laatste keer zijn.

In 2015 raken de internationale ontwikkelingen en de gemeentepolitiek van Weert verweven. Als gevolg van het schrikbewind van de Syrische dictator Assad komt er een enorme vluchtelingenstroom op gang. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD) roept met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) de hulp in van gemeentes voor noodopvang. De VVD’er belt ook Heijmans. „Kan Weert tweeduizend vluchtelingen opvangen, en wel vanavond nog?,” vraagt Dijkhoff.

Het is de opmaat van vijf roerige jaren waarin Heijmans uitgroeit tot een populair bestuurder die barmhartigheid in het asielvraagstuk koppelt aan hard optreden tegen „de rotte appels”.

Een week voor het telefoontje uit Den Haag is hij de wekelijkse collegevergadering binnengelopen met een foto van het driejarige jongetje Aylan onder zijn arm. Het beeld van de levenloze peuter die is aangespoeld op een Turks strand, nadat het bootje waarin hij en zijn familie de oversteek waagden omsloeg, gaat de wereld over. De foto raakt Heijmans diep. „Ik ben enkele dagen compleet van slag”, schrijft hij in zijn boek.

Het drama sterkt Heijmans in zijn overtuiging dat het welvarende Weert een leegstaande kazerne ter beschikking moet stellen. Voor duizend vluchtelingen, zoals is afgesproken met de gemeenteraad. Onder de lokale bevolking leidt Heijmans’ opstelling tot bijval en weerstand. „Het ene moment ben je een held, het andere moment ben je een klootzak,” zegt hij die week in het tv-programma Buitenhof, waar hij zich, niet voor het laatst, afzet tegen Geert Wilders. „Het helpt niet als iemand in Den Haag in iedere zin de woorden tsunami, moslim en terrorist gebruikt. Dat vergroot de angst onder burgers.”

Zijn optreden brengt Heijmans in het middelpunt van de belangstelling, zeker als hij in mei 2016 een Syrisch gezin dat dreigt te worden uitgezet, succesvol helpt onderduiken. Progressief Nederland loopt weg met ‘SuperJos’, Wilders roept Dijkhoff juist op de „weigerburgemeester” aan te pakken.

Dat de rechter later de staatssecretaris in het gelijk stelt – de moeder en haar vier kinderen mochten worden uitgezet – deert Heijmans niet. „Rechtstaat, rechtstaat… Het zijn momenten waarop je als burgemeester je hart moet laten spreken,” zegt hij aan de keukentafel. „Je kunt niet iedereen helpen maar dat mag geen reden zijn om niemand te helpen.”

Lees ook het opinieartikel: Het hart van Heijmans en de harde hand van Dijkhoff

Hij vertelt hoe hij vaker mensen te hulp schoot in Weert, bijvoorbeeld een man in de bijstand die bij ieder sollicitatiegesprek werd afgewezen vanwege een slecht gebit. Heijmans: „Toen heb ik een tandarts gebeld en gezegd: ‘Help deze man en stuur de rekening naar het stadhuis’.”

Daar is niet iedereen blij met de soloactie van de burgemeester. Straks staan er nog tien mensen op de stoep die hetzelfde willen, is de vrees. Heijmans: „De man vond na de behandeling direct een baan. Iedereen blij en de ingreep kostte de gemeente minder geld dan nog jaren bijstand.” Regels, wil hij maar zeggen, zijn „prima” maar „je moet je er niet te veel door laten leiden” als burgemeester. „Die houding waarderen mensen in mij. Dat weet ik zeker.”

Hij staat op, loopt naar de woonkamer en komt terug met een fruitschaal vol kaarten met steunbetuigingen. Zichtbaar trots: „Allemaal ontvangen sinds mijn vertrek.”

‘Burgemeester vol in de aanval’

De harde hand hanteert Heijmans als eind 2016 een groep van twintig veelal verslaafde asielzoekers uit Libië, Tunesië en Algerije op grote schaal diefstallen pleegt in de binnenstad en zorgt voor een dreigende sfeer op de kazerne. Als burgemeester vaardigt hij een reeks noodbevelen uit om de mannen rond de jaarwisseling twee weken binnen te kunnen houden. Hij eist publiekelijk van het Openbaar Ministerie dat het tot vervolging overgaat.

Nu is het rechts Nederland dat met hem wegloopt. Heijmans schuift aan bij de talkshows Jinek, Pauw en hij prijkt verschillende keren op de voorpagina van De Telegraaf, zoals op 29 juni 2017: ‘Burgemeester vol in de aanval’. Heijmans is uitgegroeid tot een bekendheid. „Dat was nodig om de problemen onder de aandacht te brengen maar ik vond het ook leuk om te doen. Zo eerlijk moet ik zijn.”

Hij sleept het Openbaar Ministerie uiteindelijk zelfs voor de rechter als dat in zijn ogen niets doet om de ‘asielaso’s’ te vervolgen. Het draagt bepaald niet bij aan de onderlinge verstandhouding. „Kijk, ik ben geen watje. Ik kom uit een groot gezin in West-Brabant en kan daarom goed voor mezelf opkomen. Als ik ergens voor ga, moeten ze met goede argumenten komen om me op andere gedachten te brengen. En die had het OM niet.”

Het Openbaar Ministerie noemt de onderbouwing van de noodbevelen „ontoereikend”. Heijmans raakt opnieuw geïrriteerd bij de herinnering. „Als overheid moet je gezamenlijk optrekken en dat is lastig met een zwak OM.” Ten overvloede: „Ik heb niet zo’n hoge pet van ze op.”

Undercover

D66-leider Alexander Pechtold ziet Heijmans’ populariteit en roept hem in aanloop van de verkiezingen in 2017 uit tot ‘Burgemeester van het jaar’. Het is een niet-bestaande titel, die Heijmans zich desondanks graag laat opspelden. „Als je populair bent, gaan er opeens allerlei mensen om je heen staan. Van Alexander kon ik dat goed hebben. Hij heeft me altijd gesteund, ook toen ik niet lang daarna in de problemen kwam hebben we goed contact gehouden.”

Want in Weert groeit behalve de waardering ook de afgunst en de ergernis over Heijmans’ manier van werken. Zeker als in oktober 2018 blijkt dat hij, tot verrassing van de wethouders, heeft meegewerkt aan het SBS-programma Burgemeester Undercover. Daarin praat hij vermomd als welzijnswerker en gevolgd door een verborgen camera met bezorgde inwoners van Weert. Heijmans: „Dat media-optreden zou wel eens het kantelpunt geweest kunnen zijn. Alleen had ik dat toen niet door.”

Hij proeft daarna de ergernis en de kinnesinne naar eigen zeggen wel maar negeert die. Hij richt zich liever op „de echte problemen” in zijn stad, zoals de grootschalige huisvesting van Oost-Europese arbeidsmigranten waarover de emoties hoog oplopen in en buiten het stadhuis. De sfeer in het gemeentebestuur verslechtert, het onderlinge vertrouwen neemt af. Die combinatie van factoren leidt in de loop van 2019 tot „een giftig klimaat”, schrijft Heijmans.

Lees ook: Vertrokken burgemeester Jos Heijmans ‘liet hart prevaleren boven regels

Zo verschijnen er steeds meer negatieve artikelen over hem in De Limburger, de regionale krant waarmee hij op slechte voet staat. De bom barst als De Limburger in januari van dit jaar bericht over integriteitsschendingen door Heijmans. Hij zou op grote schaal eigenhandig subsidies hebben toegekend, onder meer aan een stichting voor talentontwikkeling van jongeren waarvan hij zelf voorzitter is.

De publicatie is voor drie coalitiepartijen aanleiding om een extern onderzoek te eisen. Heijmans legt onder druk zijn taken tijdelijk neer. Opnieuw komen er bedreigingen bij hem binnen. Het is het begin van de eindstrijd om de macht waarin het er stevig aan toe gaat. Zo confisqueren de wethouders al Heijmans’ e-mails en telefoongegevens zonder diens medeweten, terwijl dat niet mocht. Hij spant daar een procedure over aan die nog steeds loopt.

Maandenlang domineren emoties, feiten, roddels, bedreigingen en publicaties de gesprekken op het stadhuis en op straat. In deze periode worden Heijmans’ autobanden tot vier keer toe lek gestoken, vermoedelijk omdat hij niet lang daarvoor iemand voor het derde jaar op rij een vergunning heeft geweigerd vanwege het gevaar voor ondermijning. Heijmans krijgt politiebewaking, zijn huis wordt uitgerust met beveiligingscamera’s.

Een bos bloemen

Het onderzoeksrapport van adviesbureau Berenschot pleit hem begin juni deels vrij. Van persoonlijke verrijking is geen sprake geweest. Maar over zijn handelen als bestuurder in het asieldossier en zijn rol als voorzitter van het college zijn de conclusies hard. Heijmans was officieel „niet bevoegd” om het geld van het COA uit te keren en de toekenning daarvan is op „een slordige en onzorgvuldige wijze” verlopen, áls de projecten al door hem werden ingebracht in het college. „Daarmee staat het handelen van de burgemeester op gespannen voet met de kernwaarde zorgvuldigheid.” Ook heeft Heijmans „de schijn van belangenverstrengeling” op zich geladen door het toekennen van subsidies aan de stichting waarvan hij voorzitter is.

Heijmans snuift bij de opsomming van de conclusies en gaat rechtop zitten. „Het was voor iedereen volstrekt duidelijk dat ik het mandaat had om het COA-geld te besteden. Er is ook nooit een vraag over gesteld in al die jaren. Maar mijn bevoegdheid staat niet officieel op papier, dat klopt. Dat heb ik over het hoofd gezien in alle drukte.” Hij tikt zacht met zijn knokkels op de keukentafel. „Oerstom want daarmee heb ik, achteraf gezien, mijn tegenstanders in het zadel geholpen.”

Dan klinkt de voordeurbel. Een paar minuten later komt Heijmans de keuken weer in lopen. In zijn hand heeft hij een kleurrijke bos bloemen. Het boeket blijkt afkomstig van het stadhuis. Hij leest het briefje voor dat de waarnemend burgemeester er bij heeft gestoken. „Ik heb deze bloemen gekregen van het COA maar ik vind dat deze aan jou toebehoren. Jij hebt er alles aan gedaan de afgelopen jaren.” Tevreden legt hij de bos op het aanrecht. Zachtjes: „Dit vind ik toch wel mooi, hoor.”

Bij het afscheid nemen komt het gesprek op de zoektocht van de gemeenteraad naar zijn definitieve opvolger. De profielschets is door De Limburger kernachtig samengevat: „Iemand die integer is, alleen op de voorgrond treedt als dat nodig is en zich inleeft in andersdenkenden”. Heijmans: „Ja, ik las het. Een steek, recht in mijn hart. Zo voelde het.”