Minister gaat ‘met een gebaksvorkje’ geld zoeken voor Frascati

Cultuurbegroting De Tweede Kamer nam het op voor Frascati Producties en Plan Brabant, tijdens het debat over de Cultuurbegroting maandag. Maar de minister was zelf ook al tot het inzicht gekomen dat ze moeten worden gered.

Minister Ingrid van Engelshoven (OC&W, D66).
Minister Ingrid van Engelshoven (OC&W, D66). Foto Remko de Waal / ANP

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) heeft de Tweede Kamer beloofd dat zij op zoek gaat naar geld om sluiting te voorkomen van twee plekken waar afgestudeerden van een theateropleiding hun talent verder kunnen ontwikkelen. Het gaat om productiehuis Frascati en Plan Brabant, plekken waar jonge theatermakers de kans krijgen om hun eerste producties te maken.

Lees ook: Waar moet de jonge theatermaker heen?

De plannen van deze instellingen voor de komende vier jaar hadden in de zomer wel een positieve beoordeling gekregen van de Raad van Cultuur, maar er was te weinig budget om ze rijkssubsidie te geven. Eerder deze maand kregen zij van het ministerie te horen dat ze alleen een overbruggingssubsidie zouden krijgen voor zes maanden. Zonder extra geld zouden ze daarna moeten sluiten.

Van Engelshoven is na gesprekken met de vakopleidingen en theaters tot het „voortschrijdend inzicht” gekomen dat de twee instellingen moeten worden gered. Dat zei ze maandag bij het overleg in de Tweede Kamer over de cultuurbegroting voor volgend jaar. De SP had al een amendement klaarliggen om Frascati en Plan Brabant te redden. De benodigde 1,4 miljoen euro zou volgens Kamerlid Peter Kwint vrijgemaakt kunnen worden uit het potje voor internationaal cultuurbeleid. Kunstmakers kunnen door het coronavirus niet reizen naar het buitenland, zei hij, dus dat geld is daarvoor niet nodig. Maar de minister wil er toch liever niet aankomen en kondigde aan dat ze zelf „met een gebaksvorkje” door haar begroting zal gaan om het geld bij elkaar te harken.

Op het verzoek van de Kamer om dat dan ook meteen te doen voor twaalf instellingen voor amateurkunst die geen geld krijgen van het Fonds voor Cultuurparticipatie, reageerde ze minder enthousiast. Daar is 1 miljoen euro voor nodig. „Heb niet té veel verwachtingen van wat er achter de tanden van dat vorkje blijft hangen”, zei ze. Toch beloofde ze haar best te zullen doen om ook hiervoor geld bij elkaar te scharrelen.

Lees ook: Lees ook het interview met Marijke van Hees: ‘In ons subsidiesysteem moet meer nuance komen’

Voor de klas gaan staan

Minder meegaand stelde ze zich op in een discussie over de positie van zzp’ers en freelancers. Veel mensen die hun geld verdienen met losse opdrachten zitten door de coronacrisis zonder werk. Het steungeld dat theaters, concertzalen en musea krijgen komt nauwelijks terecht bij deze mensen zonder vast contract. En voor regelingen als de Tozo komen ze vaak niet in aanmerking, bijvoorbeeld omdat hun partner een inkomen heeft.

De minister zegt dat ze er alles aan doet om culturele instellingen te bewegen opdrachten te blijven verstrekken aan zzp’ers. „Maar we moeten eerlijk zijn, in een crisis die zo groot is, zal het niet lukken om elke zelfstandige aan het werk te houden”. Mensen die tijdelijk geen werk meer hebben, kunnen zich laten omscholen, zei ze. Of ze kunnen een dag in de week voor de klas gaan staan.