Lukt het Tunesiër Hatem bij de tiende poging om Italië te bereiken?

Migratie Al negen keer probeerde monteur Hatem de Middellandse Zee over te steken. De tiende keer haalt hij het wel, denken hij en zijn vrienden.

Vanuit Zarzis proberen veel migranten het Italiaanse eiland Lampedusa te bereiken.
Vanuit Zarzis proberen veel migranten het Italiaanse eiland Lampedusa te bereiken. Foto Fairouz ben Salah

Het is pikdonker en bijna windstil op Lemssa, een afgelegen strand vlakbij het Tunesische kustplaatsje Zarzis. Op een avond, eind juli, begin augustus, arriveert Hatem (22) daar rond 23 uur ‘s avonds In zijn rugzak draagt de spichtige jonge man melk, water en biscuits, proviand voor de illegale overtocht naar Italië. Ongeveer 32 uur later zal hij aankomen op het Italiaanse eiland Lampedusa.

Althans, dat is de bedoeling. Maar in plaats van twaalf verschijnen er die avond op het strand achttien mensen die mee willen. Vijf te veel voor de tien meter lange, blauw-witte vissersboot die in het rustig kabbelende water ligt te wachten. De zon komt op tegen de tijd dat de groep het eens is over wie er mee kan, en wie niet. Het is te laat om nog te vertrekken, de pakkans is bij daglicht te groot. Daarmee is ook Hatems negende poging om uit Tunesië weg te komen mislukt.

Volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR lukte het tussen 1 januari en 8 november van dit jaar 11.212 Tunesiërs wél om met de boot Italië te bereiken, meer dan vier keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar, en ruim een derde van alle 30.463 migranten die in die periode in Italië geregistreerd werden.

„Van de zomer gingen de boten soms met wel vijf tegelijk” zegt de bewaker van ‘La Villa Blanca’, een groot pand aan het strand van Benana. Benana en Lemssa zijn de stranden waar in Zarzis de meeste migrantenboten vertrekken. Daarnaast vertrekken ook boten uit Sfax, de tweede grote stad van Tunesië en, iets minder, uit het noordelijke El-Haouaria. „Ik had pech deze zomer”, vertelt Hatem half oktober, alweer meerdere vertrekpogingen verder. Omdat hij stottert komt hij soms moeilijk uit zijn woorden. „Ruzie en gedoe. Verkeerde mensen. De laatste keer kwam ineens de kustwacht op de afgesproken locatie patrouilleren”.

De werkloze monteur is inmiddels druk met de voorbereidingen van een volgende reis naar Lampedusa. Tijdens een eerdere ontmoeting, twee dagen eerder, was hij nog vaag over zijn plannen. Dankzij Hassene (29), bevriend met Hatem, lukt het alsnog diens vertrouwen te winnen.

In een kast in ‘La Villa Blanca’ aan het strand bij Zarzis staat een portret van de in 2011 verdreven Tunesische dictator Zine al-Abidine Ben Ali.

Foto Fairouz ben Salah

„Zarzis is een kleine gemeenschap. Onderling blijft weinig geheim, maar tegenover de buitenwereld houden de meesten de kaken op elkaar” zegt Hassene, eigenaar van een goedlopend bouwbedrijf. Vaak trekt hij samen op met loodgieter Mohamed (33) een neef van Hatem en eveneens nauw betrokken bij diens vertrekplannen. De drie zijn bereid een inkijk te geven in de wereld van de illegale bootreizen naar Europa.

„Kijk” zegt Hassene. De auto stopt bij een opslagplaats met vissersboten in allerlei soorten en maten, pal achter het gebouw van de kustwacht. „Ooit lagen die gereed voor een illegale bootreis, tot zij ontdekt werden door de kustwacht”. In Zarzis bepaalt ‘harraga’ (de Arabische uitdrukking voor illegale emigratiebootreizen) het dagelijks leven. Iedereen heeft een verhaal van weggaan of van terugkeer.

Mislukt huwelijk

Neem Mohamed. Hij vertrok enkele jaren geleden via Lampedusa naar Parijs, maar keerde terug na een mislukt huwelijk met een Française. Of neem de Kameroenese vrouw die we de volgende dag spreken op het strand. Zij reisde via Libië naar Tunesië, en wacht al een jaar om verder te reizen.. „Uiterlijk in december willen wij weg, maar mijn man kan geen betrouwbare tussenpersoon vinden”.

Terloops vertelt Hassene dat hij door emigratie de afgelopen maanden elf van zijn 45 medewerkers is kwijtgeraakt. „Heel de stad loopt leeg. Er zijn zelfs te weinig mensen te vinden voor de olijvenpluk.” Hij laat een filmpje zien van mannen met zwemvesten op een vissersboot, verstuurd door een pas vertrokken neef. Zelf heeft Hassene het in Zarzis prima naar zijn zin, zegt hij, maar hij snapt toch ook wat Tunesiërs wegdrijft: „Verveling en uitzichtloosheid. Er valt hier niets te beleven en het leven is belachelijk duur. Mijn vader verdient bij de gemeente niet slecht, maar trekt het financieel alleen omdat mijn broer en zus – die legaal zijn vertrokken – hem af en toe geld sturen”.

Zarzis telt drie restaurants die de naam van Lampedusa dragen. Het Italiaanse eiland is de beoogde bestemming van veel migranten die via Zarzis naar Europa proberen te reizen.

Foto Fairouz ben Salah

De cijfers van het Tunesische bureau voor statistiek zijn inderdaad niet rooskleurig. Door de coronacrisis liep de werkloosheid onder volwassenen op van 15 tot 18 procent. Die onder jongeren ligt veel hoger en steeg van ruim 33 naar 36,1 procent. De verwachting is dat deze cijfers nog verder zullen oplopen. Tunesische economen verklaarden het land in oktober ‘failliet’.

Maar voor Hatem, de oudste uit een arm gezin met vier kinderen, bestaat er geen “voor en na de crisis”. Hij is, zegt hij, „vanaf zijn vijftiende non-stop bezig naar Europa te komen. Ik moet hier hoe dan ook weg. Hier is niets. Ik wil geld verdienen en mijn familie helpen”.

Een verhaal zoals dat van Hatem, daar ligt Ali, eigenaar van de boksschool in Zarzis, ’s nachts wakker van. „Tunesië verliest een generatie. Zij haken af van school, belanden op straat, raken aan de drugs. Hun ouders hebben het te druk met overleven om hun kinderen op te vangen. Jongeren maken al vanaf hun vroege tienerjaren emigratieplannen, daarbij gestimuleerd door rappers als Tati G 13”.

Deze in Tunesië beroemde rapper woont zonder geldige papieren in Parijs. In het nummer ‘Paris’ bezingt hij zijn frustraties over zijn vaderland en zijn hoop op een nieuw leven in Parijs.

„Tegenwoordig willen niet alleen jongeren, maar zelfs hun ouders weg”.verzucht Mekki Laraydh, de burgemeester van Zarzis, in het onopvallende gemeentehuis in het centrum van de stad. „Tien jaar na de revolutie werkt de democratie nog niet goed. Gemeenten hebben bijvoorbeeld al bijna een jaar geen geld ontvangen van de staat.” Hij kan weinig doen, wil hij maar zeggen.

Mensensmokkelaars

Toen Hatem zeventien was, betaalde hij 4.000 dinar (omgerekend nu rond de 1.200 euro) aan een tussenpersoon in Sfax. „Daar stoppen zij meer mensen op een boot dan hier, wat het goedkoper maakt. De politie is er makkelijker om te kopen en de kustlijn is moeilijker controleerbaar”. Tussenpersonen koppelen kandidaat-emigranten voor soms veel geld aan mensensmokkelaars die de bootreizen aanbieden. Hatem trof de verkeerde tussenpersoon. De man „verlinkte ons bij de politie en vertrok met ons geld”. Wijzer geworden laten emigranten in spe tegenwoordig het aanbod van de „mafiose” mensensmokkelaars links liggen, zegt Hassene. „Mensen regelen de reis van A tot Z zelf. Zo verdient niemand aan de organisatie en heeft iedereen hetzelfde belang”.

Tegen het einde van het bezoek aan Zarzis brengen we Hatem naar een afspraak op het schiereiland Djerba. Vanaf de bijrijdersstoel legt hij de aanpak uit. „In maart en april ging ik via, via op zoek naar medepassagiers. Op één na ken ik niemand. Iedereen betaalde mij 5.000 dinar voor het transport, zodat mijn medeorganisator en ik aan de slag konden.”

De boot, de motoren, de jerrycans en het navigatiesysteem, „bijna alles kwam via het zwarte circuit” aldus Hassene. Halverwege de route wijst hij naar een scheepswerkplaats. „De eigenaar daarvan werd drie keer opgepakt voor het zwart bouwen van migrantenboten. Een boot levert op de zwarte markt 8.000 dinar op. Wit is minder winstgevend. Soms stelen aspirant-emigranten hun boot.” Waar de boot van Hatem vandaan komt? „Geen idee. Dat is de afdeling van mijn medeorganisator. Ik heb de motor en de reservemotor aangeschaft”.

Sinds de laatste mislukte vertrekpoging liggen de motoren verstopt in twee onopvallende witte huizen. „De ene motor ligt verstopt bij Hatem. De reservemotor in het huis van Mohamed”, verklapt Hassene.

Stuurmannen

Hatems ouders zouden ervan weten. Uit ouderlijke zorg – benadrukt Hatem – besloot zijn vader hem uiteindelijk te helpen. „Eerst was hij er tegen dat ik zou gaan. Maar omdat ik steeds de foute mensen trof is hij uiteindelijk zelf naar goede contacten gaan zoeken. Ook is hij onze chauffeur.” Aan een stuurman voor een boot komen, is in een vissersstad als Zarzis nooit een probleem, vertelt Mohamed. „Vissers, oud-vissers en vissershulpjes doen het graag, of hun zonen, die ook maar al te graag in Europa willen blijven.”

En dan zijn er nog de taxichauffeurs, vult Hassene aan. Stuurmannen die zich laten inhuren, als enige broodwinning, of als bijbaan. „Van de bekendste weet je dat de politie ze met rust laat. Eenmaal in Italië melden zij zich bij de autoriteiten om direct te worden uitgezet. Bij terugkomst volgt een te verwaarlozen boete.”

Volgens burgemeester Laraydh valt er moeilijk iets tegen die ‘taxichauffeurs’ te beginnen. „Wat kunnen wij tegen ze doen? Iedereen met papieren mag de zee op.” Maar volgens Hatem kan „niemand die papieren iets schelen”.

Wanneer gaat Hatem vertrekken? Het zal „snel’’ zijn, zegt hij. „Pas twee of drie dagen van tevoren ontvangen de deelnemers – in codetaal – een bericht dat zij zich klaar moeten maken.” Terwijl op het kerkhof van Zarzis tal van aangespoelde migranten begraven liggen, is Hatems vertrouwen ook bij zijn tiende poging ongeschonden. Want, „de meesten lukt het wel: 80 procent slaagt”.