Kabinet wil inzicht in financiering moskeeën kunnen afdwingen

Buitenlandse beïnvloeding Het kabinet reageerde maandag op de mini-enquête naar geldstromen uit Golfstaten en Turkije. De omvang daarvan blijft onduidelijk.

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) komt aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.
Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) komt aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Foto ANP Bart Maat

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) wil het makkelijker maken voor burgemeesters en voor het Openbaar Ministerie om inzicht te krijgen in donaties die maatschappelijke organisaties, inclusief moskeeën, ontvangen van buiten de Europese Unie. Organisaties die niet meewerken kunnen een dwangsom tegemoet zien, onwillige bestuurders een bestuursverbod van maximaal vijf jaar.

Het nieuwe wetsvoorstel vloeit voort uit de mini-enquête die de Tweede Kamer voor de zomer hield naar ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Aanleiding was de berichtgeving van NRC en Nieuwsuur over de banden tussen Nederlandse moskeeën en Golfstaten.

In een brief reageerde het kabinet maandag op de bevindingen van de Kamerleden. Daarin staat onder meer dat Saoedi-Arabië recentelijk op Nederlands verzoek de salarisbetaling aan drie imams in Nederland „per direct” heeft stopgezet. Momenteel wordt gewerkt aan een eigen, Nederlandse imamopleiding die op termijn zo’n vijfhonderd imams moet gaan opleveren, aldus de Kamerbrief.

Lees ook: Geheime lijst financiering moskeeën onthuld

Hoe groot de buitenlandse financiering precies is, blijft onduidelijk. Samen met de Kamerbrief werd maandag ook een onderzoek gepubliceerd dat het WODC (Wetenschappelijke Onderzoeks- en Documentatiecentrum) hiernaar heeft gedaan. Een eerder onderzoek uit 2015 leverde niets op, omdat het kabinet toen niet alle gegevens uit Golfstaten bleek te hebben gedeeld met het WODC.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat „hooguit een klein deel van de inkomsten” afkomstig is uit het buitenland, al plaatsen de WODC-onderzoekers daar zelf ook meteen vraagtekens bij. Hun onderzoek verliep moeizaam: de respons onder „moskeeën en migrantenkerken” was laag. Vaak werd de „negatieve beeldvorming” rondom het onderzoek gehekeld.

Buitenlandse beïnvloeding

Maandag kwam ook een opinieonderzoek van Instituut Clingendael naar buiten over buitenlandse beïnvloeding. Daaruit blijkt dat Nederlanders op dit vlak massaal actie verwachten van de overheid. Uit de gegevens, verzameld onder 23.000 respondenten, blijkt dat 85 procent het eens is met de stelling dat Nederland moet „verhinderen dat buitenlandse regeringen mensen beïnvloeden” in Nederland zelf. Onder Nederlanders , met wortels in landen als Turkije, Iran, China of Eritrea, is dat percentage niet veel kleiner: 80 procent.

Volgens Monika Sie Dhian Ho, een van de onderzoekers, blijft in het debat over beïnvloeding vaak „onderbelicht” dat ook burgers met een niet-Westerse achtergrond niet op bemoeienis door hun land van herkomst zitten te wachten. „Je ziet bijvoorbeeld dat de angst voor de lange arm van Erdogan ook sterk leeft onder Turkse Nederlanders.”

Uit het onderzoek, dat ook is uitgesplitst naar politieke partijen, blijkt dat 39 procent van de stemmers op Denk, een onder Turkse Nederlanders populaire partij, buitenlandse inmenging onwenselijk vindt. Weliswaar veel minder dan andere partijen – de percentages lopen tussen de 78 procent (GroenLinks) tot 94 procent (PVV) – maar volgens Sie „best veel”.

Culturele en economische banden

In het onderzoek is geen onderscheid gemaakt tussen wenselijke en onwenselijke invloed vanuit het buitenland. „Beïnvloeding wordt in het algemeen als erg negatief ervaren”, zegt Sie. En dat is jammer volgens haar, omdat er ook volop culturele of economische banden bestaan „die niet ontwrichtend zijn”. Volgens haar is er een publiek gesprek nodig over wat Nederlandse burgers ongewenst vinden en is er meer opinieonderzoek nodig binnen de verschillende migrantengroepen in Nederland.

Praten of bestrijden? Salafisme splijt overheid

Volgens het kabinet is er in Nederland in principe plaats voor „alle geloofs- en levensovertuigingen, ook als zij een fundamentalistisch karakter hebben” en mogen organisaties buitenlands geld aannemen. De grens is als die relatie „ondermijnende gevolgen voor de democratische rechtsorde” heeft of onvrijwillig is. Volgens het kabinet moet er ook gekeken worden naar „voedingsbodems in onze samenleving”. Nederlanders met een migratie-achtergrond ervaren „op alle terreinen bijna twee keer meer discriminatie”. De tweede generatie heeft hier meer last van dan de eerste „als gevolg van actievere deelname aan de samenleving”.

Invloed van Erdogan

Clingendael bekeek ook hoe de invloed van Erdogan op Nederland wordt ingeschat. De Turkse president voert een actief beleid om Turkse gemeenschappen in het buitenland aan zich te binden, bijvoorbeeld door het leveren van imams, vrijdagpreken en financiering voor moskeeën. Volgens 38 procent van alle respondenten zal die invloed „de Nederlandse samenleving in de komende vijf jaar ontwrichten”. Het kabinet zegt in de Kamerbrief niet veel over Turkije, behalve dat het „niet aarzelen” zal om dat land aan te spreken op „ongewenste bemoeienis”.

Het kabinet concludeert ook dat „een generiek verbod” van financiering buiten de EU „geen haalbare kaart” is. Het komt tot die slotsom op basis van een advies van de Raad van State. Maar het blijft wel onderzoeken hoe geldstromen kunnen worden stilgelegd of verbeurd verklaard „wanneer door problematisch gedrag de openbare orde wordt bedreigd”.

Ook wil het via de Europese Unie (dan komt „de boodschap sterker over”) een „structurele dialoog” met Saoedi-Arabië helpen opzetten, over de verspreiding van extremistisch religieus materiaal en ongewenste financiering. Volgens het kabinet hebben Saoedi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar na overleg op hoogambtelijk niveau al „toegezegd dat er geen organisaties in Nederland gefinancierd zullen worden zonder dat de Nederlandse overheid geïnformeerd is”.