Indianen hallucineerden bij rotstekeningen

Archeologie In een grot in de VS zijn resten van hallucinante planten gevonden pal naast rotstekeningen. Dat is voor het eerst.

Spiraalvorm in de Pinwheel-grot.
Spiraalvorm in de Pinwheel-grot. Foto PNAS / Rick Bury

Voor het eerst is een direct verband gevonden tussen hallucinerende middelen en rotstekeningen. In de Pinwheel-grot ten noorden van Santa Barbara in California, met diverse rotstekeningen van Chumash-indianen, zijn nu in gaten in het plafond vele tientallen uitkauwde pruimen van bladeren van de lokaal uitbundig voorkomende hallucinante plant Datura wrightii gevonden. De grot was waarschijnlijk het toneel van inwijdingsrituelen. Het onderzoek onder leiding van de Brits-Amerikaanse antropoloog David W. Robinson (University of Central Lancaster) is maandag gepubliceerd in de PNAS. Er leven nog ongeveer 5.000 Chumash in Californië, onder meer in de Santa Ynez Indian Reservation bij Santa Barbara.

De plant is een naast familielid van de in Nederland voorkomende doornappel (Datura stramonium). De tekeningen in de Californische grot, een spiraalfiguur en een insect-achtig mannetje, kunnen in verband worden gebracht met deze plant.

De vondst is belangrijk voor inzicht in de cultuur van de Chumash-indianen die de tekeningen tussen 1530 en 1655 maakten, maar de pruimen zijn evenzeer belangrijk omdat er al decennialang een intense discussie woedt over de invloed van psychedelica en bewustzijnsverruiming op de rotstekeningen. Deze niet onomstreden ‘sjamanen-hypothese’ houdt in dat rotstekeningen gemaakt zouden zijn onder invloed van sjamanistische visioenen, van de beroemde IJstijd-tekeningen in Franse Chauvet- en Lascaux-grotten tot aan de tekeningen die de Khoisan veel recenter in de Kalahari-woestijn hebben gemaakt.

Maar de omstandigheden in de Pinwheel-grot passen toch niet helemaal in de sjamanenhypothese, zo schrijven de onderzoekers. Het lijkt er namelijk niet op dat de tekeningen in de grot gemaakt zijn onder invloed van de Datura-planten. De spiraalfiguur lijkt sprekend op de knop van de Datura-plant die op het punt staat om zich te ontvouwen en het getekende mannetje, met zijn smalle taille, zijn antennes en zijn uitstaande ogen, kan in verband worden gebracht met de rups van de pijlstaartmot (hawk moth), die zorg draagt voor de bevruchting van de Datura-bloemen. Die mot raakt daarbij soms ook onder invloed van de hallucinerende stoffen van de plant. „Zoals de pijlstaartmotten de nectar uit de doornappel zuigen, staat de transmorph, het insectachtige mannetje, voor de doornappelgebruiker die van het kauwen ook onder invloed zal raken”, schrijven de onderzoekers. Maar dat betekent ook dat de tekeningen niet weergeven wat een hallucinant of sjamaan onder invloed zíet, maar ‘gewoon’ een afbeelding zijn van de plant en de gebruiker. „De rotskunst bereidt hier de visionaire ervaring voor, maar het is geen afgeleide van de sjamanistische ervaring” zo schrijven ze.