Door de sluiting van de school groeide de kloof

Basisonderwijs en vmbo Kinderen die al achterstanden hadden op de basisschool zijn het slechter gaan doen, omdat de school dicht ging.

Basisschoolleerlingen die al een achterstand hadden, zagen die oplopen.
Basisschoolleerlingen die al een achterstand hadden, zagen die oplopen. Foto Sem van der Wal/ANP

Aan het begin van de coronacrisis was de teneur in het basisonderwijs nog opgetogen. Scholen moesten acht weken dicht, maar het onderwijs viel niet stil: er waren online lessen, werkboeken en schriften werden door leerkrachten rondgebracht. Er waren zorgen over achterstanden, maar leerkrachten zagen óók leerlingen die door de sluiting beter leerden plannen en zelfstandiger werden.

Maar de resultaten van al die inspanningen vallen behoorlijk tegen, blijkt uit meerdere onderzoeken. Volgens een onderzoek van Oxford University, waarvoor onderzoekers toetsresultaten analyseerden van zo’n vijftien procent van de Nederlandse basisscholen, hebben leerlingen tijdens de schoolsluiting weinig tot niets geleerd. Voor kinderen van laagopgeleide ouders zijn de gevolgen het nadeligst. De onderzoekers keken naar cito-toetsresultaten van groep 4 tot en met 7 in rekenen, spelling en lezen.

Volgens Cito, dat de toetsresultaten vergeleek met vorig jaar en het jaar daarvoor, zijn leerlingen tijdens de schoolsluiting wel vooruit gegaan, maar minder dan in een normaal jaar. Aan het einde van vorig schooljaar zaten relatief meer leerlingen op het laagste niveau en minder op het hoogste niveau.

Lees ook: Geen ‘quick fix’ voor leerachterstand

Ook de conclusie van het Amsterdamse bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS), dat maandag onderzoek presenteerde naar onder meer de gevolgen van Covid-19 voor het onderwijs, is somber. Vrijwel alle groepen Amsterdamse leerlingen zijn door de schoolsluiting achteruitgegaan. Maar er zijn verschillen. Leerlingen die al goed waren in begrijpend lezen en rekenen, gingen er voor lezen méér dan vorig jaar op vooruit - en voor rekenen juist meer op achteruit. Met andere woorden: in hun taalontwikkeling hadden zij meer steun van hun ouders dan normaal gesproken van de leraar. Voor rekenen en wiskunde misten zij de school en de leraar juist.

Amsterdamse leerlingen op scholen met veel achterstandsleerlingen (leerlingen met risico op een leerachterstand, omdat hun ouders bijvoorbeeld laagopgeleid zijn of in de schulden zitten), zijn er méér op achteruit gegaan dan andere leerlingen. En de schoolsluiting heeft het meeste effect gehad op leerlingen uit groep 7 op scholen met veel achterstandsleerlingen. Dat is zorgelijk, omdat zij nu in groep 8 zitten en hun schooladvies voor het voortgezet onderwijs krijgen. De onderzoekers adviseren leraren om rekening te houden met de achterstanden, maar het is de vraag of dat gaat gebeuren.

Lees ook: Vijf lessen die we hebben geleerd van twee maanden thuisonderwijs

Onderzoekers van Maastricht University vonden in een vergelijking van toetsresultaten van Limburgse scholen het meeste ‘leerverlies’ bij begrijpend lezen, vooral in groep 7. Dat betekent dat leerlingen na de lockdown minder kennis hadden dan daarvoor. Ze spreken van „behoorlijk tegenvallende resultaten” op dat gebied. Ook groep 3 heeft veel last van de lockdown, zagen ze, vooral op het gebied van rekenen en spellen. Dat is zorgwekkend, vindt onderzoeker Lex Borghans. „De meeste zittenblijvers op de basisschool zijn er in groep 2 en 3. Dat is omdat de school groep 3 belangrijk vindt: daar leg je de basis voor lezen en schrijven. Als je dat niet goed leert, wordt het naderhand ook heel lastig.”

Minder veel geleerd

Normaal gesproken geven leraren in het begin van het jaar achtstegroepers een advies voor een vervolgopleiding. Na de eindtoets in het voorjaar kunnen leraren dat naar boven bijstellen, als een leerling hoger scoort dan verwacht. Door corona ging de eindtoets vorig schooljaar niet door. Het ligt het voor de hand dat kinderen van laagopgeleide ouders daar het meest last van hebben: uit onderzoek is bekend dat vooral hoogopgeleide ouders om een hoger advies vragen. Laagopgeleide ouders zullen dat zonder toets in de hand al helemaal niet doen. Ook de Onderwijsinspectie komt dinsdag met een onderzoek onder schoolleiders, bestuurders en ander onderwijspersoneel naar de gevolgen van corona. Daaruit blijkt dat een op de drie ondervraagden in het primair onderwijs zich zorgen maakt over blijvende achterstanden bij leerlingen.

Ook in het voortgezet onderwijs zijn er veel zorgen, meer dan voor de zomervakantie. Zo’n 85 procent van de vmbo, havo- en vwo-afdelingen ziet gemiddeld genomen achterstanden bij leerlingen. Over het voortgezet onderwijs is het beeld nog niet compleet. Wel brachten de VO-raad en Stichting Platforms vmbo vorige week een onderzoek naar buiten waaruit blijkt dat de achterstanden bij de beroepsgerichte vakken in het vmbo groot zijn. Minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) besloot vrijdag de centrale examens voor beroepsgerichte vakken dit jaar te schrappen, en in plaats daarvan schoolexamens te houden. Begin december wordt duidelijk of er meer maatregelen voor de examens komen.

Als je de onderzoeken van de afgelopen tijd op een rij zet, zegt Thijs Bol, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, dan zie je dat leerlingen „gewoon veel minder geleerd hebben” tijdens de lockdown. Vooral kinderen uit een achterstandspositie. „Er zijn grote verschillen in de mate waarin ouders hun kinderen konden ondersteunen en dat heeft de bestaande kloof vergroot”, zegt Bol. „Haal je school weg, dan wordt thuis belangrijker.” En ‘thuis’ was voor veel kinderen onrustig tijdens de lockdown. Vanwege ouders die moesten werken, of drukke broertjes en zusjes.

Op sommige scholen is nog minder progressie geboekt dan op andere. Bol: „Komt dat door het soort leerlingen op die scholen, of doordat ouders meer hebben geholpen? Dat weten we nog niet. Er is meer onderzoek nodig.”

Het Rijk heeft tot nu toe 282 miljoen euro verstrekt om de achterstanden door corona weg te werken. Het is belangrijk heel goed te kijken welke leerlingen extra hulp nodig hebben, zegt Bol. Anders wordt de kloof nóg groter. „Deze kinderen hebben minder geleerd en gaan het later misschien minder goed doen. Maar in mijn ogen is dat niet het probleem. De ongelijkheid in de leerachterstand, dát is het probleem. Die los je niet op door de hele groep bijlessen te geven.”

Lees ook over de studenten tijdens de coronatijd: Meer geleerd, maar eenzaam en depressief