Reportage

Auto’s worden elektrisch, dus ook de uitlaatmaker moet met de tijd mee

Elektrisch rijden Als auto’s elektrisch worden, hebben ze geen uitlaat nodig. Grote uitlaatfabrikant Bosal zoekt manieren om mee te bewegen.

Foto Olivier Middendorp

Hoe maak je een goede uitlaat? Als fabrikant, vertelt algemeen directeur René de Wit van Bosal, let je op het gewicht. De filters. De esthetiek van het uiterste puntje dat onder de bumper uitsteekt: dat moet glimmen – de rest maakt niet uit.

En dan is er „de akoestiek”. Het geluid. „Voor de Volkswagen Golf R moet het sportief zijn.” Maar niet zodanig dat het irritant wordt. Als je zo’n opgevoerde knaller hoort, dan komt-ie dus niet van Bosal. „Nee zeg, joh.” De Wit deinst naar achteren. „Dat maken wij echt niet.”

Dat is dan een uitzondering. Want verder levert Bosal een gigantisch deel van de uitlaten die je in Europa ziet. De fabrikant, in 1923 als smederij opgericht door de familie Bos in Alkmaar, rekent bijna alle grote Europese automerken tot z’n klanten. Vanuit een handvol fabrieken op bijna alle continenten belevert het Nederlands-Belgische Bosal (2.500 werknemers, omzet circa 400 miljoen euro) de assemblagelocaties van de grote automerken.

Althans, op dit moment.

De auto-industrie staat voor een grote transformatie die de wereld voor veel merken en toeleveranciers als Bosal ingrijpend verandert. De elektrische auto wordt populairder, veel overheden willen van de brandstofmotor af. De Britse premier Boris Johnson maakte vorige week bekend dat per 2030 geen brandstofauto’s meer verkocht mogen worden in zijn land. Ook in de Europese Unie gonst het van de geruchten over een aanstaand verbod op brandstofmotoren.

Lees ook: Duitse auto-industrie heeft haast met de elektro-motor

Afhankelijk van Azië

Het zijn ontwikkelingen die Bosal scherp in de gaten houdt, net als honderden andere Europese toeleveranciers voor brandstofmotoren. In elektroauto’s zitten doorgaans veel minder onderdelen. Met name in Duitsland wordt daardoor gevreesd voor verlies van duizenden banen in de komende decennia. Concrete, betrouwbare schattingen ontbreken.

Ook in de EU gonzen de geruchten over een verbod op brandstofmotoren

Bij Bosal hameren ze er graag op, wellicht niet verrassend, hoe onverstandig snel afschaffen van brandstoftechnologie is. Europa loopt in technologie voor brandstofmotoren voorop, vertelt De Wit in de Bosal-fabriek in Vianen. Met de elektromotor maakt Europa zich volgens hem vooral afhankelijk van Azië. Dat noemt hij „het kind met het badwater weggooien”. De EU wil zelf batterijproducent worden, maar eerst zien, dan geloven. En kun je het milieu niet sneller helpen door vieze auto’s met nieuwe onderdelen schoner te maken?

Tegelijkertijd ziet het bedrijf welke kant de markt op gaat – en wil het daaraan meedoen. Anders kun je als toeleverancier in de toekomst zomaar een „probleem” hebben, aldus De Wit. Niet dat dit voor Bosal snel aan de orde is. Het maakt ook trekhaken en warmtewisselaars, en is dus niet afhankelijk van één product. Bovendien ziet De Wit de elektrificatie buiten Europa nog maar langzaam gaan.

Foto Olivier Middendorp

Range extender

Toch is meebewegen hoe dan ook een goed idee. En dus betreedt Bosal behoedzaam het terrein van de elektrische mobiliteit. De Wit: „Wij hebben gekeken: wat zien wij daar voor mogelijkheden?” Voor een toeleverancier die al jaren brandstofmotorcomponenten maakt, is dat een uitdaging. Waar kan je waarde toevoegen in de bouw van een elektrische auto?

Bosal zette een deel van z’n 130 onderzoeks- en ontwikkelingsmensen aan het werk. Op basis van warmtewisselaartechniek, waar het bedrijf al meer dan een decennium actief mee is, kwamen zij met een range extender: een kleine gasturbine voor in een auto.

Je tankt het ding met aardgas (of, in theorie, waterstof of biobrandstoffen), waarmee de extender een batterij tijdens het rijden kan opladen. Dat maakt het bereik van de elektrische auto groter, bijvoorbeeld voor die paar langere tripjes per jaar waarvan de berijder bang is dat-ie ze niet haalt. En dan blijft de uitstoot relatief laag, zeker als je dat vergelijkt met batterijstroom die niet groen is opgewekt. Tegelijkertijd kan de auto lichter worden, en de relatief dure batterij kleiner. Dat spaart de fabrikant geld uit.

De Wit zegt er op dit moment de grote automerken mee te benaderen. De komende jaren moet blijken of het een succes is. Batterijen worden misschien al heel snel goedkoper en lichter én krijgen een groter bereik, zoals sommigen verwachten. Met Ford is in ieder geval een pilot begonnen. In het Verenigd Koninkrijk rijdt een proefbusje met het systeem.

Bosal doet als toeleverancier eigenlijk precies wat de EU graag ziet: nadenken over elektro-ontwikkelingen. „De auto-industrie is van vitaal belang voor Europa, maar moet zich in de richting van elektrische voertuigen bewegen”, zei vorige week Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie. „Dat is fundamenteel, en we gaan ze daarbij helpen.”

Foto Olivier Middendorp

Nerveus

Timmermans zei te begrijpen dat sommige toeleveranciers nerveus zijn en wees nadrukkelijk op de Europese pogingen een batterij-industrie op te tuigen. Maar verder was hij weinig concreet over de hulp.

Opvallend is dat ze bij Bosal ook níéuwe kansen zien op het gebied van fossiele brandstof. In Vianen bouwt het bedrijf nu een nieuwe lijn waarop het komend jaar de productie van aluminium brandstoftanks voor zware voertuigen begint: tractoren, vrachtwagens, landbouwmachines. De Wit: „Die fabrikanten zoeken aluminium onderdelen, want die zijn lichter.”

Die investering van 15 miljoen euro moet Bosal uiteindelijk helpen doorgroeien naar een miljard euro omzet. Dat kan met brandstoftanks prima, meent het bedrijf. De Wit: „Die voertuigen waar we hier voor bouwen, dat zijn zulke zware systemen. Die zien wij niet zomaar elektrisch worden.”