Vaccineren? Een grote groep staat nog niet te dringen

Vaccintwijfelaars Mensen kijken graag de kat uit de boom. De overheid moet hen niet onder druk zetten. Geef ze duidelijkheid, zegt onderzoeker Mouter.

Rotterdam 1929: de bevolking krijgt van de plaatselijke GGD ‘een kostelooze inenting’ tegen pokken.
Rotterdam 1929: de bevolking krijgt van de plaatselijke GGD ‘een kostelooze inenting’ tegen pokken. Foto ANP

‘Ik wil geen proefkonijn zijn”, zei Jenny van Peer (31) begin oktober tegen NRC. Van Peer, een kapster uit Gennep, werd geïnterviewd in het kader van het NRC-buurtonderzoek over corona. Ze was destijds nogal beslist. „Ik wil eerst zeker weten dat het vaccin geen rare bijwerkingen heeft. Straks horen we over twintig jaar dat er van alles mis mee is.”

Jenny van Peer is op veel manieren representatief voor hoe Nederlanders denken over vaccinatie tegen corona. Ze wijst het niet per se af – misschien wil ze het wél, maar niet als eerste, en niet zonder kennis van de bijwerkingen. Maar hoe ze er precies over denkt, verschilt van moment tot moment. Inmiddels, zo vertelt ze aan de telefoon, denkt ze ook weleens dat ze tóch een vaccin wil. „Het duurt nu allemaal zó lang met die corona, ik wil ook weer lekker uitgaan, uit eten. En ze zeggen: als iedereen die spuit neemt, kunnen we weer van alles. Dat maakt wel dat ik iets meer van twijfel heb.” Maar die zorgen over de bijwerkingen heeft ze nog steeds. „Wie zegt dat het op de langere termijn veilig is? Dat met die asbest in de daken, destijds wisten ze ook niet dat dat gevaarlijk is.”

Er is in de media veel aandacht voor ‘antivaxers’ of ‘vaccinweigeraars’, maar de groep die zegt het vaccin zeker niet te willen is relatief klein. Het zou gaan om 11 procent (I&O Research) of 17 procent (Maurice de Hond). Onderzoekers van onder andere de TU Delft, die afgelopen week een rapport publiceerden over vaccinatiebereidheid, hebben het over een groep van 14 procent. De groep die zich zeker wél wil laten vaccineren is ook in de minderheid: 29 procent volgens I&O, 34 procent volgens De Hond.

„In berichtgeving wordt vaak de schijn gewekt dat er twee partijen tegenover elkaar staan, maar wij zien in onze onderzoeken juist vaak een grote middengroep”, zegt Peter Kanne van I&O. Ook Niek Mouter van het onderzoek van de TU Delft signaleert dat. „We richten ons nu heel erg op die 14 procent die het echt niet wil. Laat die lekker. Je moet je nu als overheid richten op die middengroep.”

Het onderzoek van Mouter en zijn collega’s is het eerste dat gedetailleerd kijkt naar de omstandigheden waaronder mensen zich wel of niet zouden laten vaccineren tegen corona. De ‘middengroep’ waarover Mouter het heeft, kun je in drieën verdelen. Je hebt de mensen (19 procent) die zich zeker willen laten vaccineren, maar nog niet weten of ze dat meteen gaan doen of later: daarvoor willen ze eerst meer weten over het vaccin, zoals de effectiviteit en de bijwerkingen. Dan is er de groep (25 procent) die zich wel wil laten inenten, maar eerst een paar maanden wil wachten om te zien wat het effect is bij anderen. En dan heb je nog de mensen (28 procent) die de beslissing zich te laten vaccineren laten afhangen van de kenmerken van het vaccin.

„De meeste Nederlanders staan niet vooraan in de rij voor een Covid-19-vaccin”, zo vat het rapport het samen. Mensen kijken graag de kat uit de boom. Zo ook Wim (64) en Willy Meijer (63), beiden werkzaam (geweest) in de zorg, uit Sluis. „Ik wil eerst weleens zien wat of dat doet”, zei Willy begin oktober tegen NRC. Wim: „Misschien krijg je er wel een baard van ofzo.” Wim neigt inmiddels wel naar vaccinatie, vertelt hij aan de telefoon. „Ik heb goed vertrouwen in de medische wetenschap. Maar ik hoef niet per se de eerste te zijn”. Zijn vrouw twijfelt nog, zegt hij. „Normaal gesproken duurt het tien jaar voor een vaccin klaar is. En nu is dat in een jaar, dat is redelijk frappant. Ik kan begrijpen dat mensen niet een proefpersoon willen zijn. Mijn vrouw zegt: eerst zien wat het vaccin op de langere termijn met je doet. En als het zich enigszins bewezen heeft, dan zou ze het wel nemen.”

Ook Willy Meijer is dus een typisch voorbeeld uit de middengroep. Wat de overheid nu niet moet doen, zegt onderzoeker Niek Mouter, is die middengroep onder druk zetten. „Dan haken mensen af. Accepteer het als mensen willen wachten en geef ze duidelijk perspectief.” Voor het laatste staan in het rapport wat aanbevelingen. De kat-uit-de-boomkijkers moeten duidelijkheid krijgen over de opties: mogen zij zelf een nieuw moment kiezen als ze de uitnodiging tot vaccinatie afwijzen, of moeten ze achteraan aansluiten? Een idee uit het rapport: geef mensen de optie hun vaccinatierecht af te staan aan een naaste die zich wél wil laten inenten. En wie juist staat de trappelen om een prik maar niet meteen in aanmerking komt, zou van de onderzoekers op een reservelijst moeten kunnen komen.

Opinieonderzoek: twijfel neemt toe

Een andere belangrijke aanbeveling betreft de communicatie over het vaccin. Die is nog niet bepaald uit de startblokken geschoten, en intussen slinkt het aantal mensen dat zegt zich zeker te laten vaccineren: van 43 procent in juni naar 29 procent nu, aldus I&O Research. Een waterdichte verklaring heeft Peter Kanne niet, maar hij kan wel iets bedenken: „Sinds het concreter wordt dat er een vaccin aankomt, verschijnen er ook verhalen van mensen die aan de bel trekken en hun zorgen, angsten en complottheorieën naar buiten brengen.”

Lees ook: Duw vaccin-twijfelaar niet in de loopgraven

Daar moet de overheid iets tegenover stellen – en dan maar hopen dat ze vertrouwd wordt. Onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2014 naar vaccinatiebereidheid tijdens pandemieën toonde, niet geheel verrassend, een verband aan tussen vaccinatiebereidheid en vertrouwen in de overheid.

Dat hoef je Bianca Sibum (57), een restauranthouder uit Haaksbergen, niet uit te leggen. Begin oktober was zij al sceptisch over het vaccin en nu, een horecasluiting later, is ze dat nog meer. „Ik vertrouw het niet. Ik vertrouw de hele regering niet.” Ze voelt zich als ondernemer in de steek gelaten en dat gevoel sijpelt door naar andere onderwerpen, zoals het vaccin. Toch valt ook Sibum niet in de categorie pertinente weigeraars: „Ik wil er lang over nadenken voor ik het vaccin neem.”

Minister De Jonge (Gezondheidszorg, CDA) kondigde vrijdag een grote campagne aan en „een dialoog met de samenleving”, zodat iedereen straks „een goed geïnformeerde keuze” kan maken. Onderzoekers van de Erasmus Universiteit die in 2017 de vaccinatiebereidheid voor het HPV-vaccin tegen baarmoederhalskanker onderzochten, adviseerden om veel uit de kast te trekken qua informatievoorziening. Reclamespotjes, informatiefolders, en het promoten van contact met de huisarts konden helpen om onzekerheid te verminderen, aldus de onderzoekers.

Van de eigen huisarts nemen mensen mogelijk eerder iets aan dan van de overheid, zegt Niek Mouter. Die huisarts moet de relevante informatie dan wel paraat hebben. „Uit ons onderzoek bleek dat mensen graag willen weten wat de bijwerkingen zijn bij mensen uit hun specifieke risicoprofiel. De huisarts moet die informatie kunnen oplepelen.”