Opinie

De regering besluit dat de werkelijkheid niet bestaat

Tommy Wieringa

Door het hek was in de verte het Witte Huis te zien. Het huis stond er al eeuwen, het hek was nieuw. Daarbinnen verschanste zich een president, weggedoken voor zijn verlies. Achter me trok een dunne stoet Trump-aanhangers voorbij, uit het hele land samengekomen om hun man toe te juichen. Ze waren militant van opvatting, niet in gedrag. Het had meer van een treurmars dan van een opstand der horden. Ze trokken langs de kerk waar Trump onlangs met een bijbel zwaaide, als een caudillo door generaals geflankeerd. Zijn presidentschap had wel vaker iets weg van een dramatisch, Latijns-Amerikaans spektakel. Hij trachtte het coronavirus te commanderen zoals de Guatemalteekse president Manuel Estrada Cabrera in 1902 de vulkaan Santa María commandeerde. Die anekdote is te vinden in de magistrale Kroniek van het vuur van Eduardo Galeano. In het lemma ‘De regering besluit dat de werkelijkheid niet bestaat’ lezen we over een vulkaanuitbarsting die dorpen wegvaagt in een lawine van lava en modder, een aswolk die de hemel verduistert en de grond die schudt. Terwijl hij wordt gebombardeerd door vulkanische stenen, leest op een plein in Quetzaltenango een onfortuinlijke stadsomroeper een verklaring van de regering voor: „De bekendmaking, ondertekend door president Manuel Estrada Cabrera, deelt de bevolking mee dat de vulkaan de Santa María in rust is en dat alle andere vulkanen in Guatemala in rust zijn en dat de aardschok ver van hier plaatsvindt, ergens in Mexico, en dat, aangezien de situatie normaal is, niets verhindert vandaag het feest van de godin Minerva te vieren, dat in de hoofdstad zal worden gehouden ondanks de boosaardige geruchten verspreid door vijanden van de orde.”

Al in de eerste week na Trumps inauguratie muntte een van zijn adviseurs de term ‘alternatieve feiten’, wat de kern zou worden van zijn presidentschap. Van begin tot eind, alternatieve feiten waar je maar keek. Het was te verwachten dat de verloren verkiezing wordt toegeschreven aan diefstal en fraude. Een fanatieke adept van het nulsomspel kan beter leven met een gestolen verkiezing dan met een verloren verkiezing; het verzacht zowel de krenking als dat het de wrok voedt.

De Trump-aanhang die door de straten van Washington DC liep was verenigd door een heilig geloof in een complot tegen hun parallelle werkelijkheid. Een Aziatisch-Amerikaanse vrouw was uit Illinois gekomen om te protesteren tegen de verkiezingsfraude; ze duwde haar baby in een wagen voor zich uit. Familieleden hadden het met eigen ogen gezien, zei ze, fraude bij de stembureaus. Maar, vroeg ik, als niet één onderzoek en niet één rechtbank dat bevestigt, wat dan? Wat zou haar misschien een beetje aan het twijfelen brengen? Ze lachte een mooie lach en zei: „Helemaal niets, het is hoe dan ook fraude. Rigged.” Ze meende oprecht dat haar land even corrupt was als Somalië of Turkmenistan, en klampte zich aan het ongerijmde vast, zij het op een vriendelijker manier dan de gemaskerde Proud Boys die even later op 14th Street uit de donkere toegang van een parkeergarage opdoken, alsof ze rechtstreeks uit de onderwereld kwamen gemarcheerd. Aan de overkant van de straat riep iemand ‘Proud Boys! Stand back and stand by!’, waarop het sinistere cohort een paar zwart gehandschoende vuisten hief.

Ik ben in Washington DC voor een interview met Barack Obama over zijn politieke memoires Een beloofd land. Daarin vraagt hij zich af hoe het komt „dat een zo omvangrijk deel van rechts Amerika zo angstig en onzeker was geworden dat het nu volledig geschift was”. Verderop geeft hij zelf het begin van een antwoord, wanneer een Republikeinse senator hem toevertrouwt: „Ik vind het vreselijk om te zeggen, maar hoe slechter de mensen zich op dit moment voelen, hoe beter het voor ons is.” Angst en onzekerheid als stuwend politiek en economisch verdienmodel: het principiële optimisme waarvan Obama in ons gesprek blijk geeft, lijkt me door diepe bezorgdheid ingegeven.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.