Opinie

Corona frustreert ook NRC-correspondenten en noopt tot een andere manier van werken

De ombudsman

Correspondent Bas Blokker was een tikje nerveus toen hij kort na het uitbreken van de pandemie naar Iowa reed, voor een reportage over een besmette vleesfabriek. Niet eens om het virus, maar omdat het gonsde van geruchten over afgesloten wegen en dichte hotels.

Dat viel mee. Reizen bleek onverminderd makkelijk. Het hardste teken van corona dat hij tegenkwam was de opgestoken middelvinger van een Trump-aanhanger naar zijn mondkapje. Ook leerzaam: de pandemie was al gepolitiseerd.

Elders is het een ander verhaal. In Israël kreeg Jannie Schipper te maken met strenge reisbeperkingen, ook naar de Palestijnse gebieden. „Toen in Beth lehem de eerste gevallen werden geconstateerd, moest iedereen die er de twee weken daarvoor was geweest, in quarantaine. Daar hoorde ik ook bij, dus ik zat al snel twee weken in huis opgesloten.”

In China moest Garrie van Pinxteren haar gezondheidsapp in de gaten blijven houden. „Als ik buiten Beijing reis, gaat de app die ik voor die stad nodig heb na een paar dagen op rood. Ik moet dan invullen waar ik was, dat wordt gecontroleerd met mijn telefoondata.” De Chinese overheid weet nu dus nog beter waar de journalist zich bevindt.

Corona heeft het werk van journalisten ingrijpend veranderd, maar bij uitstek dat van correspondenten, die het moeten hebben van reizen, en van hun eigen ogen en oren. Quarantaine, coronatests, eigen veiligheid – alles werkt dat nu al maanden tegen.

Welke gevolgen heeft dat? Ik vroeg de buitenlandse NRC-correspondenten naar hun ervaringen, vijftien stuurden me feitelijke, soms getergde reacties. Rode draad: hun werk gaat natuurlijk door, maar is „enorm” veranderd. Mét verschillen in tijd en plaats, want in sommige landen waren of zijn de beperkingen strenger dan elders. Maar allemaal kregen ze te maken met lockdowns en isolement.

Dat vreet aan correspondenten. „De essentie van een correspondentschap is dat je op pad gaat en niet thuis achter een laptop zit”, vat Annemarie Kas in Jakarta samen. Uit Nairobi, standplaats van Afrika-veteraan Koert Lindijer, klinkt een hartstochtelijke klacht over „timmerlui zonder hamer”. Achter het bureau wordt journalistiek „gluren door een sleutelgat”, vindt hij. In Zoom-sessies verdwijnt de broodnodige „empathie”. „Reizen leidt tot nieuwe inzichten, tot relativering, tot het goede gevoel dat je in het hete zand of in de modder staat.”

Maar ook voor drogere Europese voeten heeft corona ingrijpende gevolgen. Correspondent Melle Garschagen in Londen, die in Ierland vanuit zijn hotelkamer een havendirecteur moest interviewen, zegt: „Je wilt zelf met die directeur door de haven lopen. Straalt hij vertrouwen uit in zijn verhaal? Hoe reageert zijn personeel op hem?”

Ook circuleren in de eigen omgeving is lastiger geworden, terwijl „het sociale leven een van de draden is die je verbinden met de samenleving waar je over bericht”, zegt Juurd Eijsvoogel vanuit Berlijn. Vaak onderschat: toevallige ontmoetingen en gesprekken-zonder-vooropgezet-plan zijn een belangrijke bron voor journalisten. Die zijn nu al maanden veel minder mogelijk, wat berichtgeving een strakker, maar ook afstandelijker karakter kan geven.

Dat geldt dichtbij evengoed. België-correspondent Anouk van Kampen: „Omdat ik veel minder even kan praten met iemand, hoor ik ook minder vaak toevallig iets.” Ja, beaamt Garschagen: „Koffie en een stevig Engels ontbijt maken bij Lagerhuisleden meer de tongen los dan beeldbellen.”

Wie nu denkt dat de meeste correspondenten dus tijd over hebben: het tegendeel is waar. Het is veel méér werk om stukken te maken, gesprekken te regelen of een reis te organiseren. Correspondent Koen Greven zat in Madrid weken in een „uitgestorven stad” of reed door een „leeg land”. Voordeel: hij zag vroeg „wat er op Nederland af ging komen”.

Garschagen wijst op nog een verschil. De meeste correspondenten zijn tijdelijk in hun land en ondervinden de gevolgen van wat ze beschrijven doorgaans niet zelf. „Dat is bij corona compleet anders. Ik denk dat het dus goed is om je bij nieuwsanalyses nog iets vaker af te vragen: ben ik nog objectief of kijk ik nu teveel als ‘getroffen burger’?”

Maar nu de zonzijde. Ondanks de beperkingen biedt de krant nog steeds dagelijks een breed tableau aan buitenlandberichtgeving. Over corona wereldwijd, over de verkiezingen in de VS, maar ook over andere grote nieuwsfeiten.

Voor een deel hangt dat samen met een noodgedwongen verandering in aanpak, die bij internationale media al langer gemeengoed is. NRC doet vaker een beroep op lokale journalisten die van oudsher al contacten en afspraken regelen voor correspondenten in het buitenland. Correspondent Annemarie Kas, die niet uit Indonesië weg kon voor een reis naar Thailand, zegt: „Ik heb toen met mijn contact Chalida Ekvitthayavechnukul in Bangkok samengewerkt. Zij heeft interviews afgenomen met demonstranten. Zo heb je toch nog lokaal ogen.”

Hoe werkt dat? Daar zijn op de redactie afspraken over gemaakt. Afrikacorrespondent Bram Vermeulen in Kaapstad maakte van huis uit een reportage over de staatsgreep in Mali met lokale journalist Soumaila Guindo. Hij zegt: „Ik stuurde hem vragen om vijf Malinezen mee te interviewen. Hij appte hun antwoorden door, met foto’s van de sprekers en een telefoonnummer zodat ik kan nabellen en een adres. Dat adres checkte ik op Google Earth, zodat ik ook een beschrijving van de wijk kon geven. Alles in het stuk is zo na te gaan.”

Ook andere correspondenten buiten Europa werkten zo. Nina Jurna (Latijns Amerika) maakte met Euritha Tjan A Way een reportage over corona en Surinaamse inheemsen. Eva Oude Elferink (India) en Saurabh Sharma maakten een verhaal over vrijwilligsters in de zorg. De co-auteurs krijgen een volwaardige vermelding in de byline.

Dat pragmatisme heeft ook een emancipatoir of zelfs postkoloniaal aspect, waar Vermeulen al vaker voor pleitte. Gebruik maken van lokale journalisten met een eigen, niet-Europese blik op hun land kan een verrassender, soms beter beeld geven. Daarnaast is het een uitkomst voor correspondenten die een heel of half continent moeten verslaan – een toch al tamelijk ambitieuze opgave.

Het heeft haken en ogen, want NRC blijft verantwoordelijk voor alle inhoud. Chef Buitenland Marloes de Koning ziet het voordeel van meer diversiteit, maar vraagt zich tegelijk af: hoe goed kent de krant lokale journalisten en kennen zij op hun beurt de NRC-regels? Wat kan of moet de krant doen als zij bij veldwerk in de problemen komen?

Kortom, het is een experiment en zal een aanvulling blijven, want eigen correspondenten, met voeling met een Nederlands publiek, blijven onmisbaar. Maar, zegt De Koning, „als dit lukt is het een positieve ontwikkeling, versneld door corona”. Klinkt dat als ziektewinst? Winst zou het zeker zijn.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.