Vaders zorgen sinds april meer voor de kinderen

Het aantal vaders dat voor de kinderen zorgt, is sinds april iets toegenomen. Dat stellen sociologen van de Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit en Universiteit van Amsterdam in een vrijdag gepubliceerd onderzoek naar de verdeling van huishoudelijke en zorgtaken. 31 procent van de ondervraagde vaders gaf in juni aan meer thuis te blijven voor de kinderen dan vóór de coronacrisis. Bij de meting in april was dat nog 22 procent. Toch blijft de verdeling tussen vader en moeder ongelijk.

Zo namen vaders in juni gemiddeld tien uur extra zorg voor de kinderen op zich vergeleken met de periode vóór de lockdown medio maart. Bij moeders was dat ruim veertien uur. Overigens stemt die scheve verdeling ouders over het algemeen niet ontevreden, zowel vader als moeder geeft die een ruime voldoende.

Uit de antwoorden blijkt dat werkende ouders een stuk minder vrije tijd hebben dan voor april en dat is „verontrustend”, vindt een van de onderzoekers, Stéfanie André. Zo gaf respectievelijk 31 en 50 procent van de vaders en moeders in juni aan minder tijd voor zichzelf te hebben dan voor de coronapandemie. „Een gebrek aan vrije tijd zorgt ervoor dat we minder goed kunnen herstellen van stressvolle perioden zoals nu met corona”, aldus André.

Aan de studie deden 1.229 respondenten mee in 1.013 huishoudens, met en zonder kinderen.

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Kinderombudsman: kwetsbare kinderen worden meer geraakt door corona