Analyse

Politiek beseft: gemeente helpt burger niet beter

Decentralisaties De overheveling van rijkstaken naar gemeenten is deels mislukt. Waarom vond men dat zo’n goed idee?

Op de sociale werkplaats Senzer in Helmond worden Maxi-Cosi kinderstoelen gemaakt.
Op de sociale werkplaats Senzer in Helmond worden Maxi-Cosi kinderstoelen gemaakt. Foto Nick Somers

Het leek het kabinet-Rutte II, en vrijwel de gehele Tweede Kamer, destijds een slim plan: organiseer hulp aan kwetsbare burgers dichter bij huis. Jongeren met problemen, ouderen en mensen met psychische of lichamelijke beperkingen moesten meer gaan ‘participeren’ in de samenleving. Dus moest het Rijk de verantwoordelijkheid voor deze groepen overdragen aan de gemeenten, dachten VVD en PvdA bij het sluiten van hun regeerakkoord in 2012. Drie jaar later waren gemeenten verantwoordelijk voor enorme dossiers: de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde deze week een somber stemmende evaluatie. „De deelname van mensen met een beperking aan de samenleving is niet toegenomen, er zijn nog steeds knelpunten in de jeugdzorg en de kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking zijn nauwelijks verbeterd”, schrijven de onderzoekers. Gemeenten behalen nog geen betere resultaten dan het Rijk, is de conclusie.

Financiële problemen

Wat blijkt: burgers blijken minder zelfredzaam dan werd gehoopt. Ook klopt het niet dat gemeenten kwetsbare groepen veel goedkoper hulp kunnen bieden dan het Rijk en de provincies.

De SP hoorde bij de minderheid die zich destijds tegen het plan verzette. De partij wilde dat er meer tijd en geld werd uitgetrokken voor de gigantische operatie. Tweede Kamerlid Ronald van Raak zegt nu: „De decentralisatie was van begin af aan een bezuinigingsoperatie. Verantwoordelijkheden werden door het Rijk gewoon bij gemeenten over de schutting gegooid. Die moesten in korte tijd taken gaan doen die nieuw voor hen waren, en ook nog voor een lager bedrag. Daar hadden ze helemaal niet de mensen voor. Daarom huurden ze hele dure consultants in, die spreadsheets belangrijker vinden dan mensen. De PvdA is er met open ogen ingetrapt.”

De mode is inmiddels veranderd: de visie op de zelfredzame samenleving en een kleine overheid van de eerste twee kabinetten-Rutte hangt vrijwel niemand meer aan in Den Haag. Zelfs de VVD pleit voor een sterkere centrale rol van de overheid.

Daarnaast is de drang om te bezuinigen verdwenen. Sterker nog: het huidige kabinet wil extra investeren en leent daarvoor 20 miljard euro op de kapitaalmarkt.

Lees ook: ‘De staat mag weer bijsturen. Maar hoe?’

De PvdA trekt zelf ook de conclusie dat het streven naar participatie een verkeerde fixatie is geweest. Dat heeft geleid tot schade, zoals het opheffen van de sociale werkplaatsen, een maatregel die de partij achteraf zeer betreurt.

Jet Bussemaker, oud-minister van OCW in het kabinet-Rutte II, zei vorig jaar in NRC dat er destijds te optimistisch werd gedacht: „In een participatiemaatschappij wordt verondersteld dat iedereen ook kán participeren.” En Kamerlid Gijs van Dijk vindt de Participatiewet, die bijstandsgerechtigden en gehandicapten aan werk moest helpen, „mislukt”.

Han Noten, voormalig PvdA-senator en oud-burgemeester van Dalfsen, staat nog steeds achter het overhevelen van rijkstaken naar de gemeenten. Hij leidde een driekoppige ‘transitiecommissie’ die in de gaten moest houden of gemeenten er op tijd klaar voor waren. „In technisch opzicht is de overgang goed afgehandeld. Alle voorzieningen zijn in stand gebleven. Maar het ging natuurlijk niet alleen om netjes die dossiers overdragen.”

Logica van de bureaucratie

Het probleem volgens hem: „Ik denk dat we niet duidelijk voor ogen hadden wat we wilden bereiken. Iedereen gaf er zijn eigen draai aan. Die enorme bezuiniging en het opheffen van de sociale werkplaatsen, dat waren opgaven die de gemeenten er ineens bij kregen.”

Volgens Noten ging het er oorspronkelijk om „de dwingende logica van de bureaucratie te doorbreken”. Hij verwijst naar de Toeslagenaffaire, waarover nu een parlementaire ondervraging wordt gehouden in de Tweede Kamer. „Daar zie je precies wat ik bedoel. We hebben een regel, we hebben ambtenaren, en die voeren die regel uit. Ze willen geen fouten maken. Maar als je geen fouten maakt, wil dat nog niet zeggen dat je het goed hebt gedaan.”

Luister onze podcast over de toeslagenaffaire: ‘Hoe de toeslagenaffaire Claudia in de afgrond stortte’

Bij de overheveling van rijkstaken kregen gemeenten de ruimte om eigen beleid te ontwikkelen en bij het toepassen van wetten uitzonderingen te maken voor burgers als die daarmee beter worden geholpen. Daar wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. „Ambtenaren en bestuurders zijn bang om beschuldigd te worden van willekeur”, zegt Noten. „Maar het was juist de bedóéling om burgers verschillend te behandelen. Als je voor iedereen dezelfde regelingen wil, had je de uitvoering bij het Rijk kunnen laten.”

Keer terug naar het oorspronkelijke doel, is zijn advies. „Laten we het in hemelsnaam niet nog een keer op zijn kop gooien. Ga geen nieuwe wetten maken, want dan gaan mensen wéér proberen die zo foutloos mogelijk uit te voeren.”