Opinie

Openlijk haat zaaien via ‘besloten’ sociale media

De Rechtsstaat

Bestaan er eigenlijk misstanden waarbij sociale media géén rol spelen? Ik vroeg het me af toen ik las over een hausse in ‘pedojagen’ via sociale media, met zo’n 250 geweldsincidenten dit jaar. Burgers lokken veronderstelde kindermisbruikers om ze dan zelf een ‘lesje te leren’. Het kostte een Arnhemmer van 73 het leven. De politie wijst als inspiratiebron tv-programma’s aan die uitlokken en achtervolgen. Opsporen, aanklagen en hup, aan de tv-schandpaal. Binnen 30 minuten gefixt, met reclame.

De burger lost het ook liever zelf op. De politie probeert de ‘burgeropsporing’ zoveel mogelijk aan zich te binden en te reguleren. Maar in de chats liert men elkaar op – over pedo’s, nepnieuws, 5G-straling en vaccins. Sociale media als echokamer, waarin de burger zich afreageert, opwindt, plannen smeedt en zich bevestigd weet. Een stroomstoring bij het NOS-journaal op de dag van het boerenprotest? Kan geen toeval zijn. Trouwens, waar woont die Jetten eigenlijk?

Eerder stond er in NRC een indringend gesprek met een disciplinair gestrafte Limburgse agent die in een politie-appgroep bloederige wraakfantasieën had uitgewisseld met collega’s. Onderwerp: het gewenste levenseinde van de eigen chef. Eerder gebeurde zoiets bij de Rotterdamse politie. Daar spraken via WhatsApp agenten over kankervolk, pauperallochtonen en ‘kut-Afrikanen’ waar ze naar eigen idee dagelijks mee in contact waren.

In besloten appgroepen voelen velen zich veilig genoeg om de deksel van de eigen beerput te lichten. Haatzaaiende of racistische uitingen in appgroepen bij politieke partijen maar ook bij studenten haalden de krant. Als dat uitlekt, wordt er haastig geroyeerd of disciplinair gestraft.

Maar hoeveel komt er niet naar buiten? Kennelijk denken mensen dat wat ze op sociale media onderling delen privé is. En dus voor eigen rekening. De Limburgse agent zag het als excuus.

Zijn sociale mediagroepen vrijplaatsen geworden? Ongereguleerd, anoniem, onder de oppervlakte? Waar adreslijsten van gehate personen rondgaan, racisme en discriminatie onbestraft blijven?

Toen het Openbaar Ministerie in de zomer besloot de Rotterdamse agenten van de ‘pauperallochtonen’ niet te vervolgen omdat de appgroepen juridisch ‘niet openbaar’ zijn, schoot dat Corien Prins in het verkeerde keelgat. Zij is hoogleraar recht en informatisering en voorzitter van de WRR. In het Nederlands Juristenblad noemde ze de beslissing niet te vervolgen spijtig. Appgroepen mogen geen vrijplaatsen worden voor discriminatie- of polarisatieprocessen. Een „normalisering van dit fenomeen” ligt op de loer, denkt ze. En dat met verkiezingen in aantocht. Volgens haar raakt dit niet alleen slachtoffers maar ook „de legitimiteit van de rechtsstaat”.

De grens tussen openbaar en besloten op sociale media moet juridisch veel duidelijker worden. Zijn de uitingen in een privé- of in een werkrelatie gedaan? Zijn er afspraken over (verdere) verspreiding van materiaal? Hoe makkelijk is het lid te worden van zo’n groep? Bij welke grootte is te verwachten dat bepaald materiaal, of uitingen, worden doorgegeven?

Wanneer wordt dan wèl voldaan aan het wettelijk criterium voor het ‘openbaar maken’ van racistische taal in een appgroep? Prins dook de arresten van de Hoge Raad op van een decennium terug over Hyves-pagina’s en groepsmails. Een mail sturen aan een algemeen adres waar slechts zes medewerkers toegang toe hebben, beschouwde de rechter destijds niet als ‘openbaren’. Maar je hart luchten op een Hyvespagina met 20-25 deelnemers was wel een vorm van openbaarheid. Althans „niet te vergelijken met informatie die in de beslotenheid van de huiskamer aan een beperkte kring wordt toevertrouwd”.

Hyves is dood, Snapchat leeft, net als Instagram, TikTok en vele andere groepen en kanalen. Daarin gebeuren vele prachtige dingen – maar er wordt ook lustig op los beledigd, gegriefd en gehaat. Dat leidt tot ongelukken.

O nee, die zijn er al. De gepensioneerde Arnhemse leraar – daar moet het OM nu besluiten of doodslag of mishandeling ten laste wordt gelegd. Misschien had een strafzaak over openlijk haatzaaien via ‘besloten’ sociale media van tevoren iets kunnen voorkomen.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.