Analyse

Kapitalisme wordt wat socialer in verkiezingsprogramma’s grote partijen

Verkiezingsprogramma’s NRC legt de verkiezingsprogramma’s naast elkaar, met vast een schuin oog op de coalitievorming. Rechts schuift naar links, maar alléén sociaal-economisch.

Illustratie Hajo

Een hoger minimumloon. Een ‘leerrekening’ voor elke werknemer. En: alle burgers eigenaar van de data die ze achterlaten op internet. Veel partijen publiceerden de afgelopen weken hun concept-programma’s in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart – op de partijcongressen kunnen ze nog worden aangepast. Om te analyseren waar de verschillen en overeenkomsten kunnen liggen in een nieuwe coalitie, vergeleek NRC vooral de grootste partijen met elkaar: VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks en SP. De verwachting is dat drie, vier of zelfs vijf partijen nodig zijn om een nieuwe regeringscoalitie te vormen. FVD, ChristenUnie en de PVV brachten hun programma’s nog niet uit.

De grote partijen zien grofweg dezelfde problemen: te weinig woningen, flexwerkers die te veel fungeren als stootkussens van economische krimp, een leescrisis onder tieners, een belastingstelsel dat mensen in problemen brengt, klimaatverandering.

En ze hebben grote ambities: een miljoen extra huizen in tien jaar. De macht breken van Amerikaanse techbedrijven. Kinderopvang goedkoper maken, volgens veel partijen zelfs gratis. En, als ook de VVD overtuigd kan worden, dan gaat het volgende kabinet misschien tien tot zeventien miljoen bomen planten.

Beweging naar links

Zo eensgezind als veel partijen in de jaren negentig naar sociaal-economisch rechts bewogen, zo unaniem is nu de beweging naar links. Bij de PvdA maar ook bij de VVD, al zijn de verschillen tussen de twee nog steeds groot.

De traditioneel sociaal-economisch rechtsere partijen D66, CDA en VVD constateren alle dat het kapitalisme niet meer voor iedereen werkt. Werk biedt een groeiende groep te weinig zekerheid en te weinig inkomen. „Tijdens de liberale strijd tegen een te grote en betuttelende overheid is de macht van sommige private partijen soms doorgeschoten”, schrijft de VVD schuldbewust. Om het kapitalisme wel te laten werken voor iedereen, grijpen rechtse partijen naar linkse instrumenten: hoger minimumloon, meer werknemersbescherming, een wat uitgebreidere sociale zekerheid.

Veel partijen pleiten voor meer economisch nationalisme. Anders maken grote buitenlandse bedrijven (big tech) en landen als China en Rusland misbruik van onze (naïeve) openheid. We moeten overnames van bedrijven niet zonder meer toestaan, en weer meer zelf produceren. Nu zijn we te afhankelijk van brandstof en medische hulpmiddelen uit het buitenland. De EU is de beste route om sterk te staan tegenover die machten, schrijven veel partijen.

Op culturele onderwerpen is er géén beweging naar links. Met name op migratie hebben linkse partijen een visie die tegengesteld is aan die van vooral de VVD. Die verschillen kunnen een formatie bemoeilijken.

Veel partijen willen meer geld voor de politie, de rechtspraak en het OM. Maar hoeveel precies?

Bij de ambities van partijen past bovendien de vraag: ‘wat kost dat eigenlijk?’. Zo wil het CDA een „goed salaris” voor verpleegkundigen en leraren. Maar wat betekent dat? Gaan de lonen omhoog, en met hoeveel? Veel partijen willen meer geld voor de politie, de rechtspraak en het OM. Maar hoeveel precies? En laten partijen het begrotingstekort onbekommerd oplopen, of financieren ze hun plannen met hogere belastingen of bezuinigingen?

Traditioneel wordt dat duidelijk bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door de economen van het Centraal Planbureau. Die doorrekening komt deze keer later dan normaal: op 1 maart, nog geen tweeënhalve week voor de verkiezingen van 17 maart.

Het strakke financiële keurslijf – weinig schuld, geen langdurige begrotingstekorten – lijken partijen door de coronacrisis los te laten. Dat biedt kansen: veel partijen denken vrijuit over de toekomst. Maar het kan ook tot een complexe formatie leiden; D66, VVD en CDA waarschuwen nu al dat niet alles kan. In de woorden van het CDA: „Gratis geld bestaat niet”. Als de ambitieuze eensgezindheid in concrete plannen vastgelegd moet worden, is de vraag wat partijen bereid zijn te laten vallen.

Verhef de arbeider!

Het verschil tussen mensen met een vast contract en flexwerkers (zzp’ers en mensen met een flexibel contract) is te groot, vinden partijen van links tot rechts. Dat vonden veel partijen vier jaar geleden ook al maar dit keer zijn de voorstellen om het tegen te gaan verregaander.

Er moet een sociaal vangnet komen voor zzp’ers in de vorm van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, vinden alle partijen. Dat vindt nu óók de VVD, die vier jaar geleden nog tegen een verplichte verzekering was.

Alle grote partijen willen dat werkende mensen zich makkelijker en goedkoper kunnen laten scholen. Veel partijen zien een leerrecht of een -rekening voor elke werkende Nederlander voor zich: een soort individueel scholingsbudget waar mensen hun hele loopbaan mee doen. Het vaste contract moet weer de norm worden, en de verschillen in bescherming en belastingdruk tussen zzp’ers en werknemers kleiner.

Daarmee volgen de grote partijen in grote lijnen het advies op van de commissie-Borstlap van begin dit jaar. Maar ze pikken daaruit ook die delen die hen het meest bevallen. Zo vind je bij linkse partijen niet de aanbeveling terug om het vaste contract minder vast te maken, via deeltijdontslag. Ze zijn daar fel op tegen. Bij VVD en D66 ligt het advies gevoelig dat zzp’ers ‘werknemer, tenzij’ zijn. Ze willen dat mensen die er zelf voor kiezen, zzp’er moeten kunnen zijn.

De sociale zekerheid moet ook anders. Van linkse partijen mag het ruimhartiger: de uitkeringen moeten omhoog, en de overheid moet zelf zorgen voor banen voor mensen die kwetsbaar zijn. Bijvoorbeeld met ‘basisbanen’, waar ook D66 en het CDA wel wat in zien.

De liberale partijen zijn minder ruimhartig dan linkse. D66 en VVD zien een sociale zekerheid naar Deens model voor zich: hogere en kortere uitkeringen, meer scholing, en minder financiële risico’s voor mkb-bedrijven om mensen in dienst te nemen: de zogenoemde ‘flexicurity’. Het CDA is er nog niet uit: de partij wil laten onderzoeken of de sociale zekerheid nog voldoende bestaanszekerheid biedt.

Migratie

Het thema dat het sluiten van het akkoord het meest bemoeilijkte bij de kabinetsformatie in 2017, was migratie. De formatiepoging met GroenLinks mislukte erdoor, en die met de ChristenUnie liep stroef. Ook de afgelopen jaren kwam de coalitie regelmatig onder druk te staan door migratie – denk aan het kinderpardon en het opnemen van kinderen die nu in migrantenkampen op Lesbos zitten.

Migratie lijkt ook de komende jaren het grootste twistpunt tussen partijen te blijven.

Wat de partijen delen, is de wil om „grip” te krijgen op migratie. Ze zien dat als noodzakelijk om „draagvlak” te behouden voor het binnenlaten van nieuwkomers.

Waarin ze uiteenlopen, is in hóé ze die grip willen verkrijgen. CDA, D66, GroenLinks, PvdA, SP en VVD vinden alle dat vluchtelingen Europees moeten worden verdeeld. Bijvoorbeeld nadat mensen zich hebben aangemeld bij speciale centra aan de grenzen van Europa. Maar hoeveel mensen er precies binnengelaten moeten worden, daarin verschillen de partijen.

Werk biedt groeiende groep nu te weinig zekerheid en te weinig inkomen

De VVD is het restrictiefst. De partij schrijft: „De Europese Unie is niet de veilige haven voor alle ellende op andere continenten. Opvang is een gunst, geen recht.” Dat uit zich in een quotum voor vluchtelingen, dat „ook nul kan zijn”. Bij een migratiecrisis wil de VVD het internationaal vastgelegde recht op asiel zelfs kunnen opschorten en de grenzen kunnen sluiten – zoals Hongarije in de zomer van 2015 deed.

Lees ook het interview met VVD-portefeuillehouder voor asiel en migratie Bente Becker: ‘Je moet je plek in Nederland verdienen’

Daartegenover staan partijen die meer vluchtelingen willen opnemen, met name GroenLinks en D66. Bijvoorbeeld door ze via de Verenigde Naties uit te nodigen. In 2017 onderhandelden de ChristenUnie en de VVD hard op het aantal vluchtelingen dat via de VN wordt uitgenodigd. Dat kan volgend jaar weer gebeuren: D66 wil van vijfhonderd naar vijfduizend.

‘Grip’ gaat ook over arbeidsmigratie. Geen enkele partij wil dat arbeidsmigranten uitgebuit en onderbetaald worden – en Nederlanders van de arbeidsmarkt duwen. Dat vraagt dan wel om grenzen, bijvoorbeeld quota voor het aantal arbeidsmigranten dat Nederland jaarlijks toelaat. CDA en D66 willen onderzoeken hoeveel arbeidsmigranten Nederland jaarlijks nodig heeft. Het CDA wil daarbij ook inperking van Europese arbeidsmigratie agenderen. D66 wil dat vrije verkeer van personen niet veranderen.

En wat als mensen zich eenmaal in Nederland vestigen? Linkse partijen hekelen de vermarkting van de inburgering, en willen dat dit weer vanuit de overheid georganiseerd wordt. De VVD verhoogt de inburgeringseisen en wil dat mensen met een verblijfsvergunning pas mogen doorstromen vanuit een azc naar een huis als ze een opleiding hebben afgerond of zicht hebben op werk.

Klimaat

Alle grote partijen die tot nu toe hun programma publiceerden denken volop na over het klimaat. Allemaal besteden ze veel aandacht aan gedetailleerde plannen om klimaatverandering tegen te gaan en de uitstoot van broeikasgas CO2 te verminderen. Dat was vier jaar geleden anders. Toen vond de VVD dat klimaatbeleid vooral met andere landen in Europa moest worden gemaakt. Anders zou het Nederlandse bedrijven te veel schaden. Het CDA deed destijds niet mee met de doorrekening van zijn plannen door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Maar sinds de in 2019 aangenomen Klimaatwet ontkomt geen middenpartij er meer aan: kabinetsbeleid wordt elk jaar doorgelicht op de vraag of het de klimaatdoelen uit de wet haalt. In 2030 moet de uitstoot met 49 procent zijn gedaald ten opzichte van ijkjaar 1990. In 2050 met 95 procent. D66, GroenLinks, PvdA en de Partij voor de Dieren willen sneller en verder gaan. Het doel mag naar 55 procent in 2030, bijvoorbeeld.

Lees ook: Kabinet laat flinke klimaattaak achter voor opvolger

Waar de partijen het over eens zijn is dat de gewone man de rekening van de klimaatcrisis níet moet gaan betalen via een hogere energierekening, of een dure auto. Dan liever belasting heffen bij vervuilende bedrijven. Duurzaam zijn moet sowieso geen speeltje worden van de elite. Zo is CDA en VVD de gesubsidieerde, dure elektrische auto een doorn in het oog. Ze willen niet dat alleen rijders van fossiele auto’s nog belasting betalen. Daarom maakt rekeningrijden, waarbij automobilisten per gereden kilometer betalen, nu kans ingevoerd te worden. De VVD heeft zijn felle verzet opgegeven en pleit er in het verkiezingsprogramma zelfs voor. Anders betalen mensen die elektrische auto’s rijden te weinig belasting. Het CDA zwijgt over rekeningrijden, maar vindt óók dat elektrische rijders belasting moeten betalen.

Toch zal er aan de formatietafel flink moeten worden gevochten. Neem de boeren. D66, PvdA, SP, Partij voor de Dieren en GroenLinks willen de veestapel laten krimpen of halveren, of de bio-industrie afschaffen. Voor VVD en CDA is dit een ‘no go’-area. Nog een explosief dossier: de VVD wil kerncentrales bouwen mét overheidssubsidie. Het CDA ziet kerncentrales als een optie. D66 wil dat best als het duurzaam en betaalbaar kan, maar wil dat niet subsidiëren. Voor GroenLinks en de Partij voor de Dieren is een kerncentrale géén optie.

Wat de gesprekken zal vergemakkelijken is dat alle partijen veel geld willen investeren in de groene toekomst.

Weg met de toeslagen

Grote kans dat een nieuw kabinet het belastingstelsel op zijn kop gaat zetten. Veel partijen willen af van de toeslagen die mensen met lage inkomens te vaak in financiële problemen brengen. Maar eenvoudig is dat niet. Want zonder die gerichte tegemoetkoming in de kosten van zorg, kinderen en huur gaan mensen met lage inkomens er fors op achteruit. Belastingen verlagen helpt niet: juist de huishoudens die de toeslagen nodig hebben, betalen al weinig belasting.

Bijzonder is dat een reeks partijen al ver voor de verkiezingen hun plan voor een ander belastingstelsel hebben laten doorrekenen door het Centraal Planbureau: FVD, D66, 50Plus, GroenLinks en de ChristenUnie. De veranderingen die nodig zijn om de toeslagen te schrappen, zijn zo verregaand dat die partijen ver van te voren wilden zien wat voor gevolgen dat op de koopkracht zou hebben.

Ze beginnen grofweg met dezelfde ingreep: mensen krijgen een negatieve belasting, die als je arm bent wordt gestort, en als je rijk bent je belastingafdracht vermindert. Die heet de ‘verzilverbare heffingskorting’, in jargon. Ook schrappen of beperken partijen allerlei aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek (D66, ChristenUnie, GroenLinks). Maar ook dat is niet genoeg om grote inkomenseffecten te voorkomen. Dus kiezen partijen ervoor de noodzaak van de toeslagen te verminderen: door het minimumloon te verhogen, de kinderopvang (deels) gratis te maken (D66, GroenLinks), de zorgpremie te verlagen (GroenLinks, D66 ). Ook verschillen partijen in waar ze de lasten per saldo laten stijgen: wel of niet bij hogere inkomens, wel of niet bij bedrijven. De SP heeft geen plan laten doorrekenen maar zit op dezelfde lijn: toeslagen overbodig maken door zorg, wonen en kinderopvang goedkoper te maken.

VVD en CDA zijn de buitenbeentjes. Zij schaffen de toeslagen niet af, maar willen wel een vereenvoudiging.

Dat hele kleine stukje aarde

Ruim zeventien miljoen mensen, een veestapel van ruim honderd miljoen dieren, één miljoen extra huizen, meer windmolens en dan ook nog de stikstofuitstoot halveren. En dat op een klein stukje aarde. Past het? Het is één van de grootste puzzels die Nederland de komende jaren moet leggen. Op weinig dossiers blijken de partijen zo ambitieus als op ruimtelijke ordening en wonen.

Vrijwel alle partijen willen dat Nederland het komende decennium één miljoen extra huizen gaat bouwen

Alle partijen zien dat de woningmarkt is vastgelopen. Starters kunnen amper meer een betaalbaar huis vinden en er zijn te weinig sociale huurwoningen. Vrijwel alle partijen willen dat Nederland het komende decennium één miljoen extra huizen gaat bouwen – D66 doet er tot 2035 over, de VVD noemt geen aantal, maar wil wel „meer huizen”.

Linkse partijen en het CDA willen dat de verhuurdersheffing voor woningcorporaties wordt afgeschaft, zodat de corporaties meer kunnen bouwen. D66 wil die heffing halveren, de VVD wil de heffing aanpassen zodat het „meer loont om dure woningen te verkopen en daarvoor goedkope woningen in de plaats te bouwen”.

Wat ons opvalt aan de verkiezingsprogramma’s
Deze podcast luister je ook in onze app

Maar waar moeten al die huizen komen? De ruimte in Nederland is schaars en plaats is er vooral in wat nu nog groen is. Onder meer CDA, VVD en de Partij voor de Dieren stellen voor om ook meer buiten de bebouwde kom te gaan bouwen. De Partij voor de Dieren wil dat op landbouwgrond. Het CDA heeft het bovendien over mogelijke „nieuwe steden”. In een nieuwe ‘Nota Ruimte’, schrijft het CDA, moet heel Nederland op de tekentafel, met extra openbaar vervoer naar regio’s buiten de Randstad.

Die enorme ruimtelijke puzzel moet de komende jaren worden gelegd door een nieuw bewindspersoon: de minister voor Wonen. Daarmee wordt de ontwikkeling dat met name gemeenten en provincies over ruimtelijke ordening gaan, weer gekeerd.

Meer bouwen betekent ook: meer stikstof. En juist de uitstoot daarvan moet de komende decennia halveren. PvdA, D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP willen daarom de veestapel inkrimpen of zelfs halveren. Ook moeten er meer natuurgebieden komen. CDA en VVD willen vooral dat de boeren zelf met ideeën komen om te verduurzamen. Harde eisen voor een kleinere veestapel, waar de meeste uitstoot mee teruggebracht kan worden, stellen zij niet.