Handelsdeal of niet, de Brexit gaat Nederlandse ondernemers pijn doen

Nederlands bedrijfsleven Minder dan een derde van de Nederlandse bedrijven die zakendoen met het Verenigd Koninkrijk zegt goed voorbereid te zijn op de gevolgen van de Brexit. Dit terwijl de rompslomp hoe dan ook groter wordt na 1 januari.

De visserij is een gevoelig punt in de onderhandelingen tussen de EU en het VK.
De visserij is een gevoelig punt in de onderhandelingen tussen de EU en het VK. Foto Olaf Kraak/ANP

„U krijgt te maken met de Britse douane. Per 1 januari 2021 moet u ook aangifte van invoer (laten) doen in het VK.” Dit krijgt een Nederlandse exporteur van chemicaliën als eerste waarschuwing te zien wanneer hij de ‘Brexit impact scan’ van de Rijksoverheid doet, een online test. De aangifte bij de douane, zo staat er, moet worden gedaan door een Britse vertegenwoordiger die een ‘EORI-nummer’ moet aanvragen. „Lukt het niet om afspraken te maken? (…) Open dan een vestiging in het VK.”

De scan leest als een kafkaëske, hoofdpijnopwekkende lijst opgaven. „U bent verplicht om uw douanedocumenten voor te melden in het havensysteem Portbase”. Nodig voor transport zijn ‘ATA-carnet’, ‘Certificaat van Oorsprong’, ‘EUR.1 / EUR-MED’ en ‘Legalisatie’. „Laat uw bestrijdingsmiddelen goedkeuren door de Chemicals Regulation Directorate (CRD).”

Dit is wat de Brexit in de praktijk betekent voor Nederlandse bedrijven die veel zakendoen met het VK: veel nieuwe rompslomp.

Afgelopen week voerden de Europese Unie en van het Verenigd Koninkrijk koortsachtig overleg om tot een vrijhandelsakkoord te komen. Op 1 januari loopt de overgangsperiode af, die begon na de officiële Brexit van 31 januari van dit jaar. Tijdens de overgangsperiode zijn de handelsregels nog hetzelfde.

Komt er geen akkoord, dan vallen het VK en de EU terug op regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dit betekent onder andere dat er importtarieven worden ingevoerd door zowel EU als VK. De Britten zullen, bijvoorbeeld, een tarief van 10 procent op komkommers heffen en een tarief van 12 procent op babykleding. De Britse tarieven liggen soms iets lager dan de EU-tarieven.

Een vrachtwagen arriveert bij de haven van Dover. Ook mét een vrijhandelsakkoord zal de handel minder soepel gaan verlopen.

Foto Will Oliver/EPA

Controles en inspecties

Maar ook mét een vrijhandelsakkoord zal de handel minder soepel gaan verlopen. Zo’n akkoord moet de meeste, of alle importtarieven wegnemen. Maar het enkele feit dat het VK buiten de EU ligt, betekent hoe dan ook dat bedrijven na 1 januari bij de douane aangifte moeten doen van uitvoer en invoer, tenzij de huidige overgangsperiode te elfder ure wordt verlengd. Als er in een akkoord geen goede afspraken komen over bijvoorbeeld voedselveiligheid en de oorsprong van onderdelen, komt daar veel extra gedoe bij. Denk aan veterinaire controles of inspecties van de samenstelling van producten, aan de grens of bij vertrek of aankomst van transporten.

Heel onzeker is hoe streng de Britse en EU-douaneautoriteiten zullen zijn in de handhaving van een nieuw handelsregime. Met name bedrijven die handelen in verse waar (groenten, fruit, bloemen) lopen risico op vertraging. Nederlandse transporteurs leveren nu nog binnen 24 uur tomaten uit het Westland af in het VK. Ook bedrijven die strakke tijdschema’s kennen, zoals toeleveranciers van de Britse auto-industrie, kunnen problemen verwachten.

Lees ook deze reportage (2018): Dat wordt weer eindeloos wachten bij de grens

Zijn Nederlandse bedrijven voorbereid? Zeker niet allemaal, zo bleek donderdag uit een onderzoek van bureau Kantar in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In het onderzoek, waaraan 572 bedrijven meededen die zakendoen met het VK, zegt 30 procent zich „in zeer grote mate of behoorlijk” te hebben voorbereid op de Brexit. Dit percentage is sinds vorig jaar niet gegroeid. 27 procent van de bedrijven zegt in de enquête „een beetje” te zijn voorbereid, 29 procent is dat „helemaal niet”.

Brexit-monster

Dat ondanks een bewustwordingscampagne van de overheid en van ondernemersclubs als VNO-NCW en MKB Nederland, die inmiddels al meer dan vierenhalf jaar duurt. Naast de Brexit impact scan waren er bijeenkomsten voor bedrijfstakken en kwamen er ‘Brexit buddies’ (grote bedrijven die kleine ondernemers helpen met de voorbereidingen). Om de campagne een gezicht te geven kwam er zelfs een blauw harig Brexit-monster waarmee minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken) vorig jaar in de publiciteit verscheen – dit tot hilariteit van Britse media.

De frictie die vanaf volgend jaar te verwachten is, is terug te voeren op een belangrijke keuze van de Britse regering. De regering van Theresa May koos voor een harde vorm van Brexit: het VK verlaat zowel de interne markt als de douane-unie van de EU. Het is de combinatie van de interne markt (die productregels binnen de EU gelijktrekt) en douane-unie (die importheffingen in de EU afschaft) die de handel zo probleemloos maakt. Maar volledige politieke autonomie bleek voor de regerende Britse Conservatieven belangrijker dan de economie.

Glasbouwkassen in het Westland bij ’s Gravenzande. Nederland verdiende vorig jaar 28,3 miljard euro aan de export van goederen en diensten naar het Verenigd Koninkrijk.

Foto Koen Suyk/ANP

De handelsbarrières uit het verleden, van vóór de Europese integratie, komen terug, zoals bijvoorbeeld in de Brexit impact scan van een chemicaliënexporteur is te zien. Hoe zwaar die barrières zullen zijn, dat hangt af van de onderhandelingen over een handelsakkoord.

Daarvan hangt ook af hoe groot de schade zal zijn voor de Nederlandse economie als geheel. Er staat heel wat op het spel. Nederland verdiende vorig jaar 28,3 miljard euro aan de export van goederen en diensten naar het Verenigd Koninkrijk. Dat is 3,5 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Alleen aan de export naar Duitsland verdient Nederland meer.

ABN Amro publiceerde donderdag een studie waaruit blijkt dat de Brexit mét een handelsdeal de Nederlandse economie ruim 4,5 miljard euro zal kosten (0,7 procent van het bbp). In dat scenario zouden 17.700 banen verdwijnen. ‘No Deal’ zou Nederland 17,5 miljard euro schade opleveren en bijna 70.000 banen kosten. De schade, schrijft ABN Amro-econoom Sonny Duijn, treedt vaak indirect op. Wanneer de Britse vraag naar auto’s en machines uit Duitsland terugvalt, krijgen ook Nederlandse toeleveranciers van Duitse bedrijven daar last van.

In de studie, schrijft Duijn, wordt geen rekening gehouden met positieve effecten van de Brexit. Britse bedrijven vestigen zich vanwege de Brexit zich in Nederland (tot nu toe zijn dat er 140, volgens de overheid) en Britse concurrenten van Nederlandse bedrijven kunnen op achterstand worden gezet.

Drie bedrijven over de Brexit

NRC sprak in oktober 2018 drie Nederlandse bedrijven over hun voorbereidingen op de Brexit. Afgelopen week namen we weer contact met ze op. Zijn ze inmiddels beter voorbereid?

Stertil Producent van laadsystemen en hefbruggen in Kootstertille

Stertil haalt ruim een vijfde van zijn omzet uit het Verenigd Koninkrijk en heeft daar ook een eigen verkoopvestiging met zo’n 70 mensen. Topman Ulbe Bijlsma vertelde twee jaar geleden aan NRC dat hij zich het meeste zorgen maakt over de Britse economie, die door de Brexit een behoorlijke klap kan krijgen. Stertil had toen al een speciale douanestatus aangevraagd voor regelmatige exporteurs naar het VK, die van Authorised Economic Operator (AEO), om de leveringen zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Inmiddels is de AEO-status binnen, zegt Bijlsma. „De procedure duurde enkele maanden. Je wordt doorgelicht door de douane, ze komen ook op bezoek.” Stertil heeft ook andere stappen gezet. „We zetten nu clausules in onze offertes waarin staat dat mogelijke importtarieven door een harde Brexit voor rekening van de Britse klant komen. Ook leggen we vast dat de langere levertijden overmacht zouden betekenen. Dit om claims te voorkomen”. Daarnaast lichtte Stertil de herkomst van zijn onderdelen door. Een paar onderdelen, zoals doek voor de laad-en losdocks voor vrachtwagens, komen uit het VK. „We hebben extra voorraden aangelegd en we hebben een tweede leverancier gevonden op het Europese vasteland”. Het grootste Brexit-risico voor Stertil, zegt Bijlsma, is dat de zwaar door de pandemie getroffen Britse economie verder inzakt. „Gelukkig hebben we ook klanten in de onlinebranche en die is zeker in het VK vooralsnog juist booming.”

The English Hatter Kledingzaak in Amsterdam, Amstelveen, Den Haag en Laren

The English Hatter importeert zo’n driekwart van zijn producten uit het Verenigd Koninkrijk. De vestiging aan de Amsterdamse Heiligeweg hangt helemaal vol met klassieke overhemden, truien, jassen, petten en mutsen. Vaak komen die van Engelse of Schotse familiebedrijven. „We maken ons niet echt zorgen over de Brexit, maar zijn er wel alert op”, zei bedrijfsleider Peter Kraan in 2018 tegen NRC. Kraan zei toen dat het bedrijf geen concrete voorbereidingen had getroffen, want het was volstrekt onduidelijk hoe de Brexit eruit zou komen te zien.

Daar is niets aan veranderd, zegt Kraan nu. „Het is even onzeker gebleven. Ik spreek geregeld met leveranciers en die zeggen dan vaak: ‘we proberen met alle scenario’s rekening te houden’. Maar welke scenario’s, dat blijft onduidelijk”. Sommige leveranciers nemen wel maatregelen. „Ik sprak laatst met een fabrikant die ons mooie pyjama’s en ondergoed levert. Die heeft nu een magazijn opgetuigd in Duitsland, zodat niet alle leveringen meer uit Engeland hoeven te komen”. Over vertraging van leveringen maakt Kraan zich weinig zorgen. „Het maakt niet echt uit of een hoed of een pet wat langer onderweg is. We hebben al leveringen afgesproken tot ver na 1 januari, we zullen zien”. Importheffingen zouden wel „een issue” zijn: die zouden de producten van The English Hatter duurder maken. „Maar ik ga ervan uit dat die niet komen. En als ze er komen, vinden de fabrikanten wel een oplossing”.

Bleckmann Logistiek dienstverlener voor mode- en lifestylesector in Eindhoven

Bleckmann organiseert het vervoer van kleding en lifestyleartikelen en heeft distributiecentra in meerdere Europese landen. De Brexit biedt ons kansen, zei Jurrie-Jan Tap, commercieel directeur van Bleckmann, tegen NRC in oktober 2018. Omdat veel bedrijven vrezen voor oponthoud aan de grens tussen EU en VK, willen ze graag een tweede distributiecentrum gebruiken in het VK waar ze een voorraad kunnen aanleggen. Vooral in de online handel is levering binnen één dag de norm – vertraging is geen optie. Hoofdzakelijk vanwege de Brexit verdubbelde Bleckmann daarom de oppervlakte van zijn distributiecentrum in het Engelse Swindon.

Sindsdien heeft Bleckmann zijn totale capaciteit in het VK nóg eens verdubbeld, zegt Tap nu. Bleckmann bouwde een nieuw distributiecentrum bij Birmingham. „Met name in de laatste weken krijgen we veel verzoeken. Bedrijven willen dichterbij de Britse klant zitten, de Brexit-deadline nadert.” De zorgen van klanten, zegt Tap, betreffen niet alleen de export, maar ook de retourzendingen van artikelen. Die kunnen veel extra tijd en geld gaan kosten, want straks gelden ze voor de douane als import. Behalve kansen levert de Brexit Bleckmann ook rompslomp op. Klanten die producten via Bleckmann uitvoeren naar het VK, moeten vanaf 1 januari extra informatie geven. Anders mag het product van de douane de grens niet over. Vaak moeten klanten IT-systemen aanpassen. „Klant voor klant hebben we benaderd, we zijn nog steeds bezig. Ik vrees dat vooral kleinere bedrijven nogal eens onderschatten wat de Brexit voor hen betekent”.