Opinie

De president-provocateur van het Élysée slaat weer toe

Emmanuel Macron mag graag vergezichten ontvouwen en de wereld waarschuwen, weet . Bij tegenspraak komt hij in actie.

Michel Kerres

Ik ben niet gebeld. Ik zeg het maar meteen. Het is tegenwoordig gangbaar dat de Franse overheid buitenlandse media die onwelgevallige stukjes publiceren over Frankrijk tot de orde te roept. Trouw, en de Financial Times kregen commentaar op opiniestukken waarin gewag werd gemaakt van racisme en islamofobie in Frankrijk. De mediaredacteur van The New York Times, Ben Smith, kreeg van de chef d’Etat persoonlijk te horen dat Britse en Amerikaanse media niet fair over Frankrijk en de laïcité schrijven. Smith wekte overigens de indruk dat Macron hem uit het niets belde, maar hij had al eerder contact met het Élysée gehad.

Het gaat ver om het volle gewicht van de Franse Republiek in te zetten tegen stukjesschrijvers – je mag hopen dat journalisten en hun chefs in zo’n geval kalm weerstand bieden. De FT haalde een opiniestuk van de correspondent in Brussel van de site en plaatste een brief waarin president Macron kritiek op dat artikel mocht leveren. Daarmee bewijs je de lezer geen dienst en wek je de indruk te zwichten voor de macht. Laat de lezer zelf beslissen wie de betere argumenten heeft: de opinieschrijver of de president.

Je kunt er een teken van democratische volwassenheid in zien dat een president de confrontatie aangaat. Maar het is wel de bedoeling dat de interventie leidt tot debat, niet tot een schichtige knieval. Macron weet natuurlijk heel goed dat polemiek en intimidatie dicht bij elkaar liggen.

En juist Macron moet een open debat kunnen waarderen. Hij speelt immers graag president-provocateur. Elke paar maanden gaat hij er eens goed voor zitten en gaat het jasje uit. Afgelopen winter noemde hij de NAVO hersendood. Vorige week zei hij dat de VN-Veiligheidsraad geen zinvolle beslissingen meer neemt.

Met drie jonge interviewers van de website le Grand Continent wandelde hij door de naoorlogse geschiedenis. Het multilateralisme dat na 1945 werd opgezet, hapert. Het is niet meer efficiënt en de waarden waar het op stoelde – de universele rechten – worden door autocraten en theocraten ondermijnd. De strijd tegen totalitaire regimes, die na de val van de Muur in 1989 niet meer zo nodig leek, moet helaas opnieuw gevoerd worden, waarschuwde hij.

Even later blokkeerden Hongarije en Polen goedkeuring van de Europese begroting omdat EU-geld gekoppeld wordt aan een volwaardige rechtsstaat naar Europese normen. Ze stortten Brussel daarmee in een heuse crisis en onderstreepten meteen de waarde van Macrons analyse.

In een wereld vol bedreigingen moet Europa op zichzelf kunnen vertrouwen. Het doel is ‘Europese soevereiniteit’. Het begrip, erkent hij, is wat zwaar aangezet, maar Europa is nu meer dan het was. Iedereen dacht dat het weer zo’n typisch Franse bevlieging was, zegt hij. En kijk nu: meer militaire samenwerking, een antwoord op de economische gevolgen van Covid-19, een debat over China.

Hij haalt ook nog even uit naar de Duitse minister van Defensie, Annegret Kramp-Karrenbauer. Ook zij is voor Europese zelfstandigheid, maar dan voorlopig wel onder de hoede van de VS, schreef ze in een opiniestuk in Politico. Macron vindt juist niet dat Europa onder Joe Biden weer tegen de VS moet aanschurken. Dus krijgt AKK er van langs. Haar visie is een „historisch verkeerde interpretatie", bovendien zou kanselier Merkel er anders over denken. Macron suggereert ook dat de minister haar opiniestuk niet zelf schreef. Chique is anders.

En AKK? Die hield in een toespraak later rustig voet bij stuk. Op een geprikkelde president kun je maar het best soeverein reageren.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.