Dat natuurgeweld gewoon wordt, moet de aandacht opeisen

Tropische stormen

Commentaar

Zeta, Eta, Theta, Iota. De tropische stormen die de afgelopen weken over de Atlantische Oceaan trokken, zijn anoniem. De gebruikelijke serie persoonsnamen, dit jaar van Arthur tot Wilfred, was al in september op. Nooit eerder waren er zoveel orkanen in het Atlantisch gebied als in 2020. Pas eenmaal eerder moesten de letters uit het Griekse alfabet eraan te pas komen om de stormen aan te duiden.

Een eigennaam geeft een mens, een dier, en ook een storm een unieke identiteit. De traditie om een orkaan een naam te geven, past bij zijn vernietigende kracht, zijn onberekenbaarheid. Maar als er, zoals in Nicaragua en Honduras gebeurde, binnen veertien dagen twee zware stormen over het land trekken, dan wordt ‘extreem weer’ geleidelijk aan gewoon ‘het weer’. Dodelijk weer, dat wel. In Midden-Amerika stierven door stormen Eta en Iota in totaal meer dan tweehonderd mensen.

Is dat klimaatverandering? Het verband tussen de opwarming en het aantal orkanen is complex: volgens het KNMI is het niet zeker dat er nu meer orkanen zijn dan een eeuw geleden. In ieder geval was het zeewater dit jaar veel warmer dan normaal, er was zelfs een zeehittegolf. Zulke warmte voedt orkanen.

Lees ook over zeehittegolven: Ook de zee wordt heter en heter

Modellen voorspellen ook dat orkanen door klimaatverandering heftiger zullen worden. Net als bosbranden, hittegolven, droogte en overstromingen. Vorige week opende het Rode Kruis het vaste noodhulp-gironummer 6868. Ditmaal echter niet voor een ramp ergens in de wereld, maar voor de slachtoffers van al het recente „natuurgeweld” – een woord dat herinnert aan de tijd dat alle stormen nog een naam droegen.

De inzamelingsactie laat zien hoe sluipend maar definitief de klimaatcrisis het dagelijks leven is binnengedrongen. De airco’s verkopen in Nederland goed omdat het zo heet was, afgelopen zomer. Alpengletsjers worden ’s zomers ingepakt tegen het smelten. De huizenprijs daalt in Californië waar de bosbranden woeden. In droge zomers varen de binnenschepen half beladen door de Rijn. De burger geeft geld uit aan klimaatverandering en past zich aan.

Dat gaat gelukkig veel beter dan vroeger. Wereldwijd sterven er steeds minder mensen aan natuurrampen. De weersvoorspellingen zijn accurater dan voorheen, de woningen sterker en evacueren is eenvoudiger als menigeen een auto, motorfiets of -boot bezit.

Lees ook: Bij rampen neemt de rol van het klimaat verder toe

Naarmate het weer gevaarlijker wordt, wordt er wel steeds meer gevraagd van het aanpassingsvermogen van burgers en hun regeringen. Dat geldt nog het meest voor landen rond de evenaar, die onevenredig de lasten dragen van de CO2-uitstoot waaraan zij veel minder hebben bijgedragen dan de welvarende economieën. Het weer is er grilliger en tegelijkertijd zijn de economische en politieke veerkracht beperkt.

Al in 2009 spraken de rijke landen af om vanaf 2020 jaarlijks in totaal 100 miljard dollar te spenderen aan landen die het kwetsbaarst zijn voor klimaatverandering. Deze maand publiceerde de OESO de cijfers over 2018: toen stond de teller op 79 miljard dollar. Het bedrag moet dus verder omhoog, en de verwachting is dat dat lukt.

Die 100 miljard dollar is het minimale dat nodig is om het armste deel van de wereldbevolking de komende jaren voor te bereiden op de klimaatverandering. Niemand weet hoe hoog de rekening oploopt als de opwarming verder doorzet. Als er ooit tijden aanbreken waarin de zoveelste storm Omega heet, zal het steeds lastiger worden de solidariteit in stand te houden. Het is aan ons te zorgen dat dat moment niet aanbreekt.