‘Als het niet een te grote zooi is, vind ik het best’

Spitsuur Kay Verhagen (27) en Jesse van Woensel (28) houden van techno- en housefeestjes. Corona heeft veel veranderd. „Vorige week zijn we, bij mega-uitzondering, naar het bos gegaan.”

Kay: „Ik werk nu vanuit huis. Soms heb ik een fotoshoot, ga ik vintagekleding inkopen, of ben ik bezig met de webshop. En soms zit ik achter mijn naaimachine wat dingen te repareren.” Jesse: „Van zeven tot vijf uur zijn mijn dagen redelijk hetzelfde.”
Kay: „Ik werk nu vanuit huis. Soms heb ik een fotoshoot, ga ik vintagekleding inkopen, of ben ik bezig met de webshop. En soms zit ik achter mijn naaimachine wat dingen te repareren.” Jesse: „Van zeven tot vijf uur zijn mijn dagen redelijk hetzelfde.” Foto David Galjaard

Jesse: „Volgens mij was mijn eerste woord ‘auto’. Ik werk al vanaf mijn zeventiende als automonteur, eerst drie jaar in een leerwerkopleiding. Ik vind het leuk werk. Je hebt elke keer een ander klusje. En soms moet je een beetje stunten om iets goed te krijgen. Ik vind ook de racerij vet en kijk veel Formule-1-wedstrijden.”

Kay: „Ik ben opgegroeid tussen mijn vaders collectie van platen met oude house- en discomuziek. Hij stelde de dj-tafel op in de woonkamer. Dan zat ik daarvoor met mijn broertje en stiefzusje met barbies en auto’s te spelen, terwijl hij een optreden gaf. Later maakte ik zelf veel playlists en ging ik naar clubs.

„Per toeval kreeg ik een baan als festivalprogrammeur, voor een aantal clubs en festivals in Rotterdam boekte ik de dj’s. Ik was elke dag zo dankbaar en zó blij dat dát mijn baan was. In maart werden grote evenementen verboden. Een maand later heeft het bedrijf iedereen ontslagen.”

Jesse: „Ze was zo happy met die baan, en die dan verliezen. Echt heel erg zuur.”

Kay: „Ze zeggen dat ontslag lijkt op een rouwproces, en ik dacht ‘ja hoor’. Maar het was wel echt zo. Eerst was ik een beetje verdoofd. Toen kwam een soort strijdlust. De dag dat ik via Zoom hoorde dat ik ontslagen werd, schoot ik meteen in de ik-moet-een-baan-vindenmodus.

„Ik ging wandelen met vriendinnen, die zeiden: je moet nu echt die vintagewinkel gaan beginnen. Ik heb vaker met het idee gespeeld. Elk bezwaar dat ik had, wisten zij perfect te weerleggen. Die avond heb ik meteen de naam voor mijn onlinewinkel laten registreren. Later, veel later, kwam het verdriet over de oude baan pas.”

Vast ritme

Jesse: „We staan rond zeven uur, kwart over zeven op.”

Kay: „Onze wekkers gaan om en om, en dan drukken we die de hele tijd weg. Toen ik mijn baan verloor, in april, dacht ik nog uit te willen slapen tot tien uur. Toen ging ik me heel slecht voelen. Ik heb besloten een vast ritme aan te houden. We ontbijten allebei niet.”

Jesse: „Ik eet in de pauze pas wat, om tien uur.”

Kay: „Ik pas om twaalf. In het weekend willen we wel ’s ochtends een lekker broodje eten.”

Jesse: „Ik ben meer een avondmens, maar heb geen moeite met de ochtend.”

Kay: „Je kunt Jesse ’s ochtends maar beter niet te veel de oren van zijn kop lullen. Mijn ogen gaan open en mijn batterij begint te lopen. Maar hij moet opstarten. Als ik uit bed kom, zet ik even een koffietje, maak ik een to-dolijst voor de dag. En ik schrijf affirmaties op. Dat is een doel opschrijven, alsof het al uitgekomen is.”

Jesse: „Ik geloof daar in zekere zin ook wel in. Als je positief bent, krijg je positieve dingen terug.”

Kay: „Ik werk nu vanuit huis. Soms heb ik een fotoshoot, ga ik vintagekleding inkopen, of ben ik bezig met de webshop. En soms zit ik achter mijn naaimachine wat dingen te repareren.”

Jesse: „Van zeven tot vijf uur zijn mijn dagen redelijk hetzelfde.”

Kay: „Soms komt hij thuis en dan staat het hele huis op zijn kop. Dan staan er studiolampen en ligt overal kleding.”

Jesse: „Als het maar niet een te grote zooi is, vind ik het best. Soms heb ik ’s avonds nog wat klussen aan auto’s van vrienden of aan mijn eigen auto. Ik heb een oude Volkswagen, en ik ga ermee het circuit op.”

Huisfeestje

Jesse: „Ik kom uit Roosendaal. Ik was bijna elk weekend al hier in Breda, mijn vriendengroep was hier. Ik ging met hen vooral veel naar techno- en housefeestjes.

„En toen ben ik Kay tegengekomen op een huisfeestje, en praktisch gelijk bij haar gaan wonen. Ik woonde daarvoor nog bij mijn familie.”

Kay: „We vonden allebei dezelfde muziek leuk, en gingen naar dezelfde feestjes. Dat was onze match.”

Jesse: „Als ik nu met vrienden afspreek, kijk ik veel autovideo’s of Formule 1. En een maat van me heeft een computer met racestoel. Of we luisteren muziek, drinken bier.”

Kay: „Als ik afspreek, is het vaker bij ons. Omdat wij zo’n fijn appartement hebben. Veel vrienden wonen weer bij ouders, omdat ze door corona hun baan zijn kwijtgeraakt. Of ze zitten op een kleine studentenkamer omdat ze vrijgezel zijn en geen appartement kunnen betalen.

„We proberen ook momenten in te plannen om iets samen te doen. Vorige week zijn we, bij mega-uitzondering, naar het bos gegaan. Hij houdt niet van wandelen.”

Jesse: „Ik doe liever wat anders.”

Kay: „Voor de pandemie gingen we in het weekend naar de club. Alle feestjes gingen we af, alle festivals.”

Jesse: „Ik vind dat ook wel zwaar. Dat je in het weekend niet alles even los kunt laten. Dat vond ik wel heel prettig eigenlijk. De hele week gewerkt, en in het weekend even alles van je af dansen.”

Kay: „In de club staan met zo’n hele mensenmassa. En dan veel te moe naar kantoor moeten maandag. Maar dat maakte niet uit, want je had wel even dat moment van verbondenheid en die uitlaatklep.

„Toch kan Jesse nog steeds auto’s maken, en ik kan nog met vintagekleding bezig, of schilderen. Onze vrienden zeggen: jullie zijn, nu er eigenlijk niks te doen is, nog zó druk bezig.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl