Wilde vogels tollen op hun poten van de griep

Vogelgriep Onder trekvogels gaat een sterk ziekmakende variant van de vogelgriep rond. Die is ook gevaarlijk voor pluimvee als kippen en eenden.

Zieke brandgans in Friesland.
Zieke brandgans in Friesland. Ruurd Jelle van der Leij

Een brandgans die, tollend om zijn as, gedesoriënteerd in een Friese sloot belandt. Een knobbelzwaan, cirkelend op het water, stuiptrekkend met de hals. Nog een brandgans, die, na wat gefladder, ter aarde stort – op Twitter staan beelden van vogels die de afgelopen weken het slachtoffer werden van vogelgriep. In Nederland zijn duizenden wilde vogels gestorven. Meer dan 100.000 kippen en eenden uit de pluimveehouderij zijn geruimd. Wat is er aan de hand? Is het gevaarlijk voor de mens?

1 Wat is vogelgriep?

Dé vogelgriep bestaat niet, net zo min als er bij mensen één griepvariant bestaat. Elk jaar is er wel een uitbraak van aviaire influenza, zoals de ziekte officieel heet, maar hoe ziek vogels erdoor worden, hangt van het type af.

Al sinds het einde van de achttiende eeuw zijn er grote uitbraken van vogelgriep beschreven – vroeger vaak ‘hoenderpest’ of ‘vogelpest’ genoemd. Pas in 1955 ontdekte de Duitse viroloog Werner Schäfer dat er een griepvirus aan ten grondslag lag.

Alle vogelgriepvirussen behoren tot de influenza A-virussen. Aan de buitenkant van zo’n virusdeeltje zitten twee belangrijke eiwitten: hemagglutinine (H), waarmee het virus zich kan vasthechten aan cellen van de gastheer, en neuraminidase (N), waarmee het zich kan loskoppelen na infectie om zich verder te verspreiden. Bij vogelgriep zijn 16 H-typen en 9 N-typen bekend, die in verschillende combinaties met elkaar voorkomen. De huidige griep wordt veroorzaakt door de H5N8-variant.

Zieke rotgans in Friesland Buitendijks, een gebied rond Ferwert. Beeld Ruurd Jelle van der Leij

2 Is elke variant even dodelijk?

Nee. „Een vogelgriepvirus wordt geclassificeerd als hoogpathogeen – dus sterk ziekmakend – óf als laagpathogeen”, zegt patholoog Thijs Kuiken van de afdeling Viroscience van het Erasmus MC. „Om te bepalen in welke categorie het thuishoort, wordt gekeken naar het ziektebeeld bij kippen. Het maakt dus niet uit hoeveel roofvogels of reigers of zelfs mensen het loodje leggen door een vogelgriepvirus: als kippen er niet of nauwelijks dood aan gaan, dan valt het onder de noemer laagpathogeen.”

Van zowel de H5-typen als de H7-typen is het bekend dat ze van een laagpathogene variant in een hoogpathogene variant kunnen muteren, vertelt Nancy Beerens, viroloog bij Wageningen Bioveterinary Research. „Wilde vogels kunnen die virussen bij zich dragen in milde vorm – vergelijk het met een verkoudheidsvirusje. Maar als die in contact komen met kippen of eenden van een intensieve pluimveehouderij, die dicht op elkaar leven, dan kan het virus zich ontwikkelen tot een dodelijke variant.” Dit is gebeurd in Azië, waarna de gemuteerde variant is overgesprongen naar wilde vogels, die het verder verspreiden. Zo is een ping-pong-variant ontstaan die steeds overspringt van wilde naar tamme vogels en weer terug, wat het moeilijk maakt om het virus onder controle te houden. H5N8 in zijn huidige vorm is hoogpathogeen.

In het rapport Vogelgriep Ontrafeld, uit 2012, staat een checklist om te zien in welke categorie een vogelgriepvirus valt. Laagpathogene symptomen zijn onder meer eiproductiedaling, longontsteking en een gezwollen kop. Tot de hoogpathogene symptomen behoren onderhuidse bloedingen, weefselsterfte en diarree.

Kuiken: „De milde variant slaat alleen toe in het maag-darmstelsel en de luchtwegen. De sterk ziekmakende variant komt ook elders in het lichaam voor – onder andere de hersenen. Zo zijn ook de rare bewegingen te verklaren die de zieke vogels maken: hun kleine hersenen zijn aangetast, belangrijk voor houding en motoriek.”

3 Kunnen vogels worden getest?

Ja, dat gebeurt. Alle pluimveebedrijven binnen een straal van drie kilometer van een besmet bedrijf worden bemonsterd. En sowieso worden Nederlandse pluimveebedrijven elke drie maanden bemonsterd, om te voorkomen dat een laagpathogene variant ongemerkt muteert. Beerens: „Ze krijgen een wattenstaafje in hun mond en een staafje in hun kont, en vervolgens doen we een PCR-test. We onderzoeken dus of we het genetisch materiaal van het virus kunnen vinden.”

4 Hoe lang bestaat dit virus al?

De oorsprong van het H5N8-virus ligt in China, vertelt Kuiken: „In 1996 werd daar in de provincie Guangdong een gans gevonden die was besmet met een nieuwe vorm van aviaire influenza: H5N1. Het jaar daarop werd het bij pluimvee in Hongkong aangetoond.” Vanaf 2005 verspreidde het virus zich tot in Europa. Uit dat ‘oertype’ zijn vervolgens ook de andere H5-varianten ontstaan, waaronder H5N8. In de winter van 2013-2014 maakte H5N8 voor het eerst op grote schaal slachtoffers, onder migrerende eenden en pluimvee in Zuid-Korea.

Van het subtype H5N8 bestaan diverse varianten, stammen. In de eerste helft van 2020 circuleerde er een H5N8-virus in Oost-Europa, maar dat was niet direct gerelateerd aan de huidige variant, blijkt uit onderzoek dat Beerens en haar collega’s deze week publiceerden. Het huidige H5N8-virus werd in augustus wel aangetoond in dode Russische knobbelzwanen; in september kwamen er meldingen uit Kazachstan en Israël. Deze stam blijkt genetisch sterk verwant is aan de H5N8-variant die in 2018 en 2019 huishield in Egypte.

5 Hoe is het virus in Nederland terechtgekomen?

Door trekvogels kan het virus zich makkelijk verspreiden. In het noorden van Rusland komen diverse trekroutes bij elkaar.

De eerste Nederlandse meldingen van de huidige vogelgriepgolf kwamen in het weekend van 17 oktober binnen, vertelt Roy Slaterus van Sovon Vogelonderzoek. „Twee knobbelzwanen bij Kockengen, in Utrecht, bleken besmet met vogelgriep.” Vooral in Noord- en West-Nederland is verhoogde sterfte vastgesteld. „Het gaat vaak om vogels in buitendijkse gebieden, maar ook vanuit weilanden en plassen langs grote rivieren komen er meldingen.” Kuiken: „Inmiddels heeft de vogelgriep zich over Europa verspreid: er komen onder andere meldingen binnen uit Groot-Brittannië, Frankrijk en Zweden.”

Fladderende brandgans in Friesland Buitendijks. Beeld Ruurd Jelle van der Leij

6 Zijn alle vogels vatbaar?

In principe kunnen alle vogels besmet raken, maar de symptomen kunnen nogal verschillen van soort tot soort en van griepgolf tot griepgolf.

Opvallend genoeg lijken nu vooral brandganzen te worden getroffen. Beerens: „In 2016 circuleerde er ook een H5N8-virus, maar dat trof vooral kuifeenden en smienten.” Sowieso is niet precies bekend hoeveel wilde vogels aan het virus overlijden, voegt Kuiken toe. „Na de sterfte in 2016 heeft Erik Kleyheeg van Sovon proberen te becijferen hoeveel vogels er waren doodgegaan, en hij kwam toen op 13.600 vogels uit, verspreid over ruim 70 soorten, waaronder dus vooral die smienten en kuifeenden. Maar je vindt lang niet alle dode vogels terug. Vooral in rietkragen zijn ze moeilijk op te sporen.”

7 Is er een vaccin?

Tegen het H5N8-virus is nog geen vaccin beschikbaar. Maar er zitten sowieso haken en ogen aan het vaccineren van vogels, vertelt Beerens. „Als je kippenproducten wilt exporteren, dan mag je niet vaccineren. Veel pluimveehouders kiezen er om die reden voor om niet te vaccineren.” Uitroeien van het virus zal ook niet meer lukken, vreest Kuiken. „Daarvoor is het nu te wijdverspreid in tamme vogels. Ook voelt het virus zich steeds meer op zijn gemak in wilde vogels, en dan heb je er geen controle meer over. Dus af en toe zal deze ziekte blijven oplaaien.”

8 Hoe gevaarlijk is het voor de mens?

Vogelgriep is een zoönose, benadrukt zowel Kuiken als Beerens: een ziekte die kan overspringen van dier op mens. Dat is in het geval van H5N8 tot nu toe nog niet gebeurd, maar met andere H5-virussen wel. Kuiken: „En ook H7N9, een laagpathogene variant voor kippen, bleek voor mensen in veel gevallen dodelijk.”

Het beruchtste voorbeeld van een voor mensen gevaarlijke vogelgriep is de Spaanse Griep, die in 1918 wereldwijd voor zo’n 50 miljoen doden zorgde. Het verantwoordelijke virus, H1N1, was afkomstig uit vogels.

Het is belangrijk om uit de buurt te blijven van besmette vogels. Wie dode vogels ziet, kan dat doorgeven aan het Dutch Wildlife Health Centre. Als het om grotere aantallen gaat, bel dan de NVWA: (045) 546 31 88

 

Brandgans in Friesland. Beeld Ruurd Jelle van der Leij